20.6.2 Soorten constituenten als voorzetselvoorwerp
Het voorzetselvoorwerp is altijd een adpositieconstituent, zoals in de voorbeelden (1)-(3) of een afhankelijke zin, zoals in de voorbeelden (4)-(5):
1Geef je nog om
Hans?
2Hij had spijt
van zijn daden.
3Wij wachten altijd
op elkaar.
4Denk
erom
dat je niemand
overslaat.
In de voorbeelden (4) en (5a) wordt het voorzetselvoorwerp in de afhankelijke zin
voorafgegaan door een voorlopig voorzetselvoorwerp
(erom,
er ... voor). Bij sommige
gezegden, zoals bang zijn voor, kan
dit voorlopig voorzetselvoorwerp worden weggelaten (5b). Het ‘vaste’ voorzetsel
bij het gezegde is dan dus niet in de zin aanwezig.
Verder lezen
Adpositieconstituenten
Er zijn twee soorten adpositieconstituenten die kunnen optreden als
voorzetselvoorwerp. In de eerste plaats zijn dat adpositieconstituenten met een
voorzetsel, oftewel voorzetselconstituenten, net als in (1)-(3) hierboven:
Voorzetselconstituent met een bijzin als complement
Verdieping
Voorzetselconstituent met een bijzin als complement
In (6) bestaat de voorzetselconstituent steeds uit het vaste voorzetsel
en een nominale constituent. Bij sommige gezegden kan de
voorzetselconstituent ook bestaan uit het vaste voorzetsel en een bijzin
(zie ook 17.1.4.1 Adpositieconstituenten met een bijzin als
complement):
iZe zijn perfect
op de hoogte van wie je
bent.
iiWe hebben al
geïnformeerd naar wat de mogelijkheden zijn met het
gebouw.
CHN
iiiIedereen klaagt
over hoe duur Londen
is.
CHN
Daarnaast kunnen ook adpositieconstituenten zoals die in (7) fungeren als
voorzetselvoorwerp. Daarin wordt het vaste voorzetsel voorafgegaan door een van
de zeven voornaamwoordelijke bijwoorden:
er,
hier,
daar,
waar,
ergens,
nergens en
overal.
Een voornaamwoordelijk bijwoord wordt gebruikt in combinatie met een voorzetsel
om te verwijzen naar dieren en (concrete en abstracte) dingen. Het
voorzetsel volgt het voornaamwoordelijk bijwoord direct, of staat iets verderop in de zin.
Geen voorzetselvoorwerp: Nu ben je
erbij!
Verdieping
Geen voorzetselvoorwerp: Nu ben je
erbij!
Bij een aantal vaste uitdrukkingen lijkt ook een voorzetselvoorwerp voor te
komen:
iNu
ben je erbij,
Hamlet.
iiWelke
voedingsgewoonten houden ze
erop
na?
CHN
iiiMarnix is een
provocateur, hij doet het
erom.
CHN
In tegenstellingen tot de andere voorbeelden hierboven verwijzen
erbij,
erop en
erom in deze
uitdrukkingen niet naar een entiteit in de wereld. We beschouwen ze
daarom niet als voorzetselvoorwerpen, maar als een deel van het gezegde:
erbij zijn,
erop nahouden en
het erom doen.
In eerdere versies van de ANS werden deze gevallen wel als
voorzetselvoorwerp gezien, zij het als 'loos' voorzetselvoorwerp
(Geerts e.a. 1984: 853, ANS2 ). Zie ook Taaladvies.net .
Andere adpositieconstituenten dan voorzetselconstituenten en die met
voornaamwoordelijke bijwoorden kunnen niet fungeren als voorzetselvoorwerp. De
achterzetselconstituent
de tuin in en de omzetselconstituent
op enkele dingen na zijn
bijwoordelijke bepalingen, geen voorzetselvoorwerp:
8Donorio loopt
de tuin in.
9Ze stellen het goed,
op enkele dingen na.
Afhankelijke zinnen
Een voorzetselvoorwerp kan ook uitgedrukt worden door een afhankelijke zin: een
voorzetselvoorwerpszin. Dat kan een volledige
bijzin zijn, of een beknopte bijzin. Het is
dan altijd mogelijk om een voorlopig voorzetselvoorwerp in
de rompzin te hebben zoals
ervan en
erop in de voorbeelden
(10)-(11) hieronder (onderstreept).
Het voorlopig voorzetselvoorwerp bestaat uit
er en het vaste voorzetsel bij
het gezegde (overtuigen van,
rekenen op). De afhankelijke
zin is het eigenlijke
voorzetselvoorwerp (gecursiveerd).
Hierin onderscheiden voorzetselvoorwerpszinnen zich van afhankelijke
zinnen die fungeren als lijdend voorwerp of oorzakelijk voorwerp: die
kunnen namelijk niet voorafgegaan worden door een voorlopig
voorzetselvoorwerp.
10Ik ben
(ervan) overtuigd dat we op de
goede weg
zijn.
OpenSoNaR
11We rekenen
erop
dat het uitstel geen afstel
wordt.
OpenSoNaR
Het gebruik van het voorlopig voorzetselvoorwerp is niet altijd
verplicht en staat in die gevallen in de voorbeelden tussen
haakjes.
Een volledige bijzin kan normaal gezien enkel ingeleid worden door de voegwoorden
dat en
of (12)-(13), of door een
vragend bijwoord of vragend
voornaamwoord, zoals hoe,
waar en
wie
(14)-(15).
12Ik ben
(erover) teleurgesteld dat de proef
niet is gelukt.
13Ik twijfel
(erover) of het een goed idee
is.
14M'hoteb informeerde
(ernaar) hoe het met mijn knie
was.
15De netbeheerders zijn
(er) dan meteen ook
(van) op de hoogte wie waar werken
uitvoert.
Afhankelijke zinnen ingeleid door
als of
wanneer
Verdieping
Afhankelijke zinnen ingeleid door
als of
wanneer
Welke functie vervullen afhankelijke zinnen die ingeleid worden door een
voorwaardelijk voegwoord zoals
als in (i) of
wanneer in (ii)? We
beschouwen ze niet als voorzetselvoorwerp bij het gezegde
begrip hebben, maar
als een bepaling van voorwaarde bij dat gezegde.
Zie Taalportaal voor een
vergelijkbare analyse en meer argumentatie.
iIn veel gevallen
hadden ze er ook begrip
voor
als die Vlamingen zich niet altijd in het Frans konden
uitdrukken.
iiIk heb
er begrip voor
wanneer iets zoek
raakt.
Internet, geraadpleegd 18
maart 2023
Een argument voor deze analyse is dat de voorwaardelijke betekenis van de
afhankelijke zin bewaard blijft: het begrip voor de Vlamingen in (i)
wordt bijvoorbeeld enkel bewaarheid als die Vlamingen zich niet in het
Frans kunnen uitdrukken. Zulke afhankelijke zinnen komen dan ook enkel
voor bij gezegden waar een voorwaardelijke betekenis zinnig is, zoals
begrip hebben.
Ook beknopte bijzinnen kunnen voorzetselvoorwerp zijn, al dan
niet ingeleid door
om.
16De band genoot
ervan
om op te
treden.
CHN
17De ouders hebben
(er) toen (op)
aangedrongen om de zaak weer te
bekijken.
CHN
18We streven
ernaar
om zes races per jaar te
organiseren.
CHN
19Ik geniet
ervan
mijn kinderen weer allemaal onder een dak te
hebben.
CHN
20De douane zou
(er) tot zes keer toe
(op) aangedrongen hebben de
gevaarlijke lading te
verwijderen.
CHN
21Hij streeft
ernaar
onsterfelijk te
worden.
CHN
Geen vooropplaatsing van voorzetselvoorwerpszinnen
Verdieping
Geen vooropplaatsing van voorzetselvoorwerpszinnen
Afhankelijke zinnen die fungeren als voorzetselvoorwerp kunnen niet op de
eerste zinsplaats staan:
Hierin verschilt het voorzetselvoorwerp van het lijdend voorwerp en het
oorzakelijk voorwerp, waarbij de afhankelijke zin wél op de eerste
zinsplaats kan staan.
iiDat ik
naar school moest, haatte
ik.lijdend voorwerp
iiiDat er
zulke politieke spelletjes worden gespeeld, ben
ik echt beu.oorzakelijk voorwerp
Wel kan een voorzetselvoorwerpszin in de aanloop geplaatst worden, tenminste als hij in
de zin herhaald wordt door een andere adpositieconstituent:
ivDat
negentig procent van haar klanten na een jaar nog steeds op
zijn gewicht is, daar gaat
Sonja prat op.
Soms lijkt het alsof een afhankelijke zin als voorzetselvoorwerp in de
aanloop niet de gewoonlijke vorm van een afhankelijke zin heeft, maar
die van een hoofdzin. Zulke zinnen analyseren we als een nevenschikking
van twee hoofdzinnen. We vatten de eerste zin (Die
reserves zouden een keer opraken) dus
niet op als voorzetselvoorwerp bij de zin na de komma.
Het gaat hier om een nevenschikking zonder verbindingswoord,
ofwel asyndeton.
vDie reserves
zouden een keer opraken, daarvan waren we
ons bewust.
Wel of geen voorlopig voorzetselvoorwerp?
Er is op dit moment nog niet precies in kaart gebracht wanneer het voorlopig voorzetselvoorwerp wel of niet gebruikt wordt. Wel lijken er verschillen te zijn
tussen verschillende gezegden. Zo is bij een aantal gezegden het voorlopig
voorzetselvoorwerp altijd aanwezig, zoals bij
wachten in (22), of vrijwel
altijd, zoals bij genieten in
(23).
Andere gezegden lijken vaak zonder voorlopig voorzetselvoorwerp voor te komen,
zoals aarzelen:
Weer andere komen vaker met dan zonder voorlopig voorzetselvoorwerp voor, zoals
instemmen en
zich ergeren:
Het voorlopig voorzetselvoorwerp bij beknopte bijzinnen
Verdieping
Het voorlopig voorzetselvoorwerp bij beknopte bijzinnen
Borms (2018) gaat voor 50 veelvoorkomende gezegden met een beknopte
bijzin als voorzetselvoorwerp na in hoeverre ze met een voorlopig
voorzetselvoorwerp voorkomen in het Corpus Hedendaags Nederlands. Ze noemt
er 20 die altijd of vrijwel altijd met een voorlopig voorzetselvoorwerp
voorkomen, waaronder streven
(naar), zich hoeden
(voor), ontkomen
(aan), terugdeinzen
(voor), rekenen
(op) en piekeren
(over):
De voorbeelden in (i)-(v) komen uit Borms (2018).
iAhold streeft
ernaar
het nettoresultaat de komende vijf jaar te
verdubbelen.
iiOp een gegeven
moment ontkom je er niet
aan
om een extra trein in te
zetten.
iiiTegenwoordig
piekert Moen er niet
over
om te jagen.
Vier komen altijd of vrijwel altijd zonder voorlopig voorzetselvoorwerp
voor, allemaal met het vaste voorzetsel
tot:
aanmoedigen (tot),
aansporen (tot),
noodzaken (tot) en
overreden (tot).
ivHet
cabinepersoneel wordt niet ontslagen maar aangemoedigd
ander werk te
zoeken.
vDe politie
overreedt arrestanten om snel een handtekening te
zetten.
Bij de helft van de onderzochte gezegden zijn beide varianten dus een
mogelijkheid. Bij sommige komt de variant met voorlopig voorzetselvoorwerp
vaker voor, zoals bij aandringen
(op), instemmen
(met) en neigen
(tot). Bij andere komt de variant zonder
voorlopig voorzetselvoorwerp vaker voor, zoals bij
verleiden (tot),
overhalen (tot) en
openstaan (voor). En
bij enkele gezegden komen beide varianten ongeveer even vaak voor, zoals
bij aanzetten (tot) en
toestemmen (in).
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/06/body.html; |
