Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
9.6 Adposities zonder complement partikels
In deze paragraaf bespreken we adposities die geen complement hebben, zoals in (1). Ze worden ook wel partikels of intransitieve adposities genoemd:
1Voorbeelden van partikels
aBinnen ruikt het muf.
bDat onzekere gevoel is eindelijk voorbij.
cIk las het in één avond uit en lag vervolgens de hele nacht wakker met het licht aan.
d[I]k heb tijdens de examenreis aardig wat geld uitgegeven.
eDe hut had twee getraliede ramen en op de grond lag een zeil om op te slapen.
De voorbeelden laten zien dat deze adposities zonder complement verschillende functies vervullen; we bespreken die gebruiken in aparte paragrafen. Binnen in (1a) is een bijwoordelijke bepaling van plaats. Voorbij in (1b) is het naamwoordelijk deel van het gezegde. Aan in (1c) is onderdeel van de absolute met-constructie met het licht aan. Uit in (1d) is onderdeel van het scheidbaar samengestelde werkwoord uitgeven. Op in (1e), ten slotte, is onderdeel van een nabepaling bij een zelfstandig naamwoord (zeil), in de vorm van een beknopte bijzin ingeleid door om: om op te slapen. Daarnaast komen intransitieve adposities ook voor als complement van een adpositie, zoals buiten in voor buiten, en als bepaling van een adpositie, zoals achter in achter in de tuin.
In sommige gevallen kun je bij deze complementloze adposities wel aan een complement denken. Voor binnen in (1a) zouden we bijvoorbeeld kunnen denken aan binnen de muren. En in (1e) kunnen we op begrijpen als op het zeil.
Er is wel een verschil in hoeverre je ook daadwerkelijk een complement kunt gebruiken in een acceptabele zin: Binnen de muren ruikt het muf is wel mogelijk, maar Op de grond lag een zeil om op het zeil te slapen is dat niet.
In die gevallen is de relatie met de voorzetsels binnen en op duidelijk. Net als die voorzetsels namelijk duiden binnen en op in (1a) en (1e) een locatie aan ten opzichte van iets anders, het referentieobject, bijvoorbeeld de muren en het zeil. Alleen wordt dat referentieobject niet uitgedrukt als complement.
In andere gevallen is er geen complement bij de adpositie te denken, of gaat dat maar moeilijk, en is de overeenkomst met andere adposities vrijwel alleen maar op vorm gebaseerd. Bij voorbij in (1b) kunnen we misschien - metaforisch - nog denken aan ons als complement - ons voorbij of voorbij ons - maar dat is niet hoe we dat normaal gesproken in het Nederlands uitdrukken: Dat onzekere gevoel is eindelijk voorbij ons of Dat onzekere gevoel is ons eindelijk voorbij. Ook bij aan in (1c) en uit in (1d) zijn maar moeilijk complementen te denken. Het komt er dus op neer dat we voorbij, aan en uit adposities noemen, omdat die vormen ook gebruikt worden als andere typen adposities, sowieso alle drie als voorzetsel. En als er een idee van een complement, of liever referentieobject, is, dan is dat alleen maar op een vage, metaforische manier aanwezig.
Dit verschil hangt overigens niet noodzakelijkerwijs samen met de functie die een partikel vervult. Er zijn bijvoorbeeld ook partikels die fungeren als naamwoordelijk deel van het gezegde waarbij het wel mogelijk is om een complement te denken, zoals Hobbykoken is in (vergelijk in de mode) en De buurtbewoners zijn tegen (vergelijk tegen het plan). Ook bij sommige partikels die onderdeel zijn van een scheidbaar samengesteld werkwoord, kun je een complement denken, zoals Joris zette zijn hoed op (vergelijk op zijn hoofd) of Kind, doe je sjaal om (vergelijk om je nek).
De term partikel voor adposities zonder complement wordt in de taalkundige literatuur vooral gebruikt voor gevallen als (1d), dus als de adpositie onderdeel is van een scheidbaar samengesteld werkwoord. We gebruiken de term hier breder, voor alle adposities zonder complement.
Er zijn meer vormen die het niet-werkwoordelijke deel van een scheidbaar samengesteld werkwoord kunnen zijn, zoals neer-, samen-, terecht-, terug-, thuis-, verder-, voort-, weer- en weg-. Deze vormen rekenen we niet tot de adposities, omdat zij niet als andere typen adposities gebruikt kunnen worden.
De meeste partikels hebben dezelfde vorm als voorzetsels. Het zijn de korte, veelvoorkomende vormen, die ook als partikel kunnen fungeren, zoals binnen, voorbij, aan, uit en op in (1). De vormen met en tot echter komen uitsluitend voor als voorzetsel; we kunnen mee en toe als hun 'partikeltegenhangers' zien, zoals in (2a) en (2b).
2aKinderen vinden gewoon niets leuker dan water om mee te spelen.
bOp archiefbeelden is een menigte te zien die op het dakterras de Rolling Stones komt toejuichen.
Naar en van komen alleen als partikel voor in beknopte bijzinnen met om, en dan alleen als ze niet ruimtelijk gebruikt worden, dus als ze geen richting aanduiden, zoals in (3). Als ze wel ruimtelijk gebruikt worden, of in een andere functie, fungeren de vormen heen, naartoe, af, vanaf en vandaan als partikels, zoals in (4). In (4a) is heen onderdeel van een scheidbaar samengesteld werkwoord. In (4c) is af het naamwoordelijk deel van het gezegde. De andere voorbeelden in (4) zijn van partikels in beknopte bijzinnen met om.
3a[O]ver het algemeen is dit best een mooie film om naar te kijken.
bDe biënnale is in de eerste plaats een tentoonstelling om van te genieten.
4aSinds de dag dat onze leider is heengegaan, hebben we hem gememoreerd op een heel bijzondere manier.
bCuraçao [bleek] voor Nederlandse bv's een aantrekkelijk eiland om naartoe te verhuizen.
cZeker 95 procent van het werk is af.
dNederland heeft geen bergen om hard vanaf te skiën.
eNew Jersey is een plek om vandáán te willen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Maaike Beliën januari 2021
    Interessante links