Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
27.5.3.3.ii.2 Weglating van (onderwerp en) gezegde
Verder lezen
Als het inleidende element een zinsdeel is en een vraagwoord is of er een bevat, dan kan - als uitzondering op de in [27.5.3.3/i] geformuleerde regel - dat inleidende zinsdeel resteren. Het onderwerp en het werkwoordelijk gezegde moeten dan weggelaten worden. Is het inleidende zinsdeel het onderwerp, dan moet in elk geval het werkwoordelijk gezegde weggelaten worden. Voorbeelden:
1Niemand weet aan hoeveel vrouwen Fred een avondjapon verkocht heeft en aan hoeveel mannen (-) een pantalon (-).
2Niemand weet voor welke firma' s buurman radio' s maakt en voor welke firma's (-) tv's (-).
3Het is niet duidelijk wie de Nederlandse jury omgekocht heeft en wie de Belgische jury (-).
4De inspecteur wil onderzoeken hoeveel jasjes hij gekocht heeft voor Luis en hoeveel ringen (-) (-) voor Maria.
In beknopte bijzinnen wordt de werkwoordelijke groep weggelaten, bijv.:
5Hij vroeg zich af wat vandaag te zullen koken en wat morgen (-).
Dit is ook mogelijk in beknopte bijzinnen zonder verbindingswoord, bijv.:
6Ze raadde me aan 's morgens een krant te lezen en 's avonds een gedicht (-).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links