Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.8.5.2.ii Met ingesloten antecedent
Verder lezen
Met betrekking tot personen is wie het meest gebruikelijke betrekkelijke voornaamwoord met ingesloten antecedent. De betrekkelijke bijzin met wie verwijst in dit geval nooit, behalve bij pseudo-gekloofde zinnen zoals 7 en 8, naar een bepaalde, specifieke persoon, maar naar personen in het algemeen. Het antecedent kan geëxpliciteerd worden door middel van de voornaamwoorden hij of zij (in algemene zin gebruikt), of, met versterking van de veralgemenende betekenis, door middel van woorden als ieder , allen , enz., welke woorden gevolgd worden door die . Een voorbeeld (met daarbij alternatieve mogelijkheden) is:
1aWie steelt is een dief.
bHij/Ieder die steelt is een dief.
cZij/Allen die stelen zijn dieven.
Andere voorbeelden:
2Wie geen stoel krijgt, moet maar staan.
3Wie niet horen wil, moet voelen.
4Wie zoet is, krijgt lekkers.
De veralgemenende betekenis kan ook versterkt worden door toevoeging van al als voorbepaling:
5Al wie steelt is een dief.
6Wees vriendelijk voor al wie je ontmoet.
Een apart type vormen de betrekkelijke bijzinnen in pseudo-gekloofde zinnen:
7Wie wel juichte, was Teng.
8Wie natuurlijk veel te laat was, was mijn broer.
Met die bijzinnen worden dezelfde personen bedoeld als die aangeduid door het onderwerp van de rompzin. Wie kan in deze zinnen niet vervangen worden door combinaties met geëxpliciteerd antecedent, zoals hij die, ieder die, enz.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Het betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent wie is soms moeilijk te onderscheiden van het vragend voornaamwoord wie in bijzinnen. Vergelijk:
iWie op de achterste bank had gezeten, was onbekend.
iiWie op de achterste bank had gezeten, was door z'n onrustig gedrag opgevallen.
Zin i kan ook weergegeven worden als:
iiiHet was onbekend wie op de achterste bank had gezeten.
Hier is wie een vragend voornaamwoord dat niet door hij die vervangen kan worden. Dat is wel het geval in zin ii, die als volgt kan luiden:
ivHij die op de achterste bank had gezeten, was door z' n onrustig gedrag opgevallen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links