Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
9.1.1.2 Directionele voorzetsels
Net als locatieve voorzetsels kunnen directionele voorzetsels een ruimtelijke relatie uitdrukken. Anders dan locatieve voorzetsels roepen directionele voorzetsels altijd het idee van een pad op, namelijk een richting of een route. In de voorbeelden in (1), met de directionele voorzetsels van, langs en richting, verplaatst iemand of iets zich langs dat pad:
1aZe ... springt van haar stoel om een boek te halen.
bDe wethouder wandelt langs een brandweerkazerne in Doetinchem.
cDe bus rijdt richting de IJtunnel, die nu ook dicht is.
De voorzetsels beschrijven waar het pad zich bevindt ten opzichte van het complement, of preciezer, ten opzichte van het object dat uitgedrukt wordt door het complement. Van haar stoel, bijvoorbeeld, beschrijft een pad dat loopt van ergens op de stoel naar 'weg van de stoel'. Net als bij locatieve voorzetsels vervult het complement van een directioneel voorzetsel dus de rol van een soort baken of ijkpunt ten opzichte waarvan het pad kan worden gelocaliseerd. Het object dat uitgedrukt wordt door het complement noemen we het referentieobject.
Op basis van de oriëntatie van het pad ten opzichte van het referentieobject kunnen we drie typen directionele voorzetsels onderscheiden: bronvoorzetsels, routevoorzetsels en doelvoorzetsels. Bronvoorzetsels, zoals van, uit en vanuit, beschrijven een pad dat het referentieobject als beginpunt heeft. Bij de doelpreposities, namelijk richting, naar en tot, vormt het referentieobject juist het eindpunt van het pad. En bij routepreposities, zoals langs, over en door, fungeert het referentieobject op de een of andere manier als de verbinding tussen het begin- en eindpunt van het pad.
Directionele voorzetsels komen onder andere voor in richtingsbepalingen, zoals in (1) hierboven, maar ook in plaatsbepalingen, bepalingen van tijd, voorzetselvoorwerpen en andere zinsdelen en in zinsdeelstukken.
Verder lezen
Directionele voorzetsels in een richtingsbepaling
Directionele voorzetsels in een richtingsbepaling beschrijven een pad waarlangs iets of iemand beweegt. In de voorbeelden hierboven, hier herhaald als (2), is het steeds de referent van het onderwerp die zich verplaatst langs het pad. Maar ook de referent van het lijdend voorwerp kan zich langs het pad bewegen, zoals in (3), namelijk als gevolg van wat de referent van het onderwerp doet.
2Referent van het onderwerp beweegt langs het pad
aZe ... springt van haar stoel om een boek te halen.
bDe wethouder wandelt langs een brandweerkazerne in Doetinchem.
cDe bus rijdt richting de IJtunnel, die nu ook dicht is.
3Referent van het lijdend voorwerp beweegt langs het pad
aHij [...] smeet daarna een papieren servet uit het raam.
bOnbekenden gooiden een steen door een ruit.
cSchuif de spekjes naar de kant van de pan en bak het vlees in het spekjesvet rondom bruin.
Ook de voorzetselconstituenten in (4) kunnen we zien als richtingsbepalingen. In deze gevallen beschrijft de voorzetselconstituent een pad waarlangs een vorm van perceptie of sensatie plaatsvindt: uit het raam duidt de blikrichting aan, en over het hele terrein en tot in de hotelkamer het pad waarlangs het geluid zich beweegt.
4Perceptie of sensatie via het pad
aBezorgd kijken ze uit het raam.
bHet gelach en gebrul galmt over het hele terrein.
cNog voor de wekker gaat, klinken tot in de hotelkamer de scheepshoorns.
Directionele voorzetsels in een bepaling van plaats
Soms worden directionele voorzetsels ook in een bepaling van plaats gebruikt, zoals in (5)-(7) hieronder. In die gevallen is er geen beweging langs het pad. In (5) strekt iets of iemand zich uit langs het pad dat door de voorzetselconstituent wordt uitgedrukt: de referent van het onderwerp heeft steeds een langwerpige vorm die het pad beslaat. In (5b) bijvoorbeeld strekt de brug zich uit langs het pad.
5Iets of iemand strekt zich uit langs het pad
aMensen hingen uit het raam maar zwaaiden niet.
bDe brug ligt over de Craigavon-rivier die in Londonderry katholieke en protestantse wijken scheidt.
cDe watervlakte strekt zich uit tot de horizon.
Die langwerpige vorm komt ook tot stand als de referent van het onderwerp uit meerdere individuën of elementen bestaat, zoals in (6).
6Verschillende personen of dingen zijn verspreid over het pad
aLangs de straat bevinden zich veel nieuwe winkelcomplexen, die bijna allemaal leegstaan.
bVerhuisdozen staan rondom ons opgestapeld.
cDe programmeurs bevinden zich over de hele wereld.
Ook kunnen we de voorzetselconstituenten in (7) zien als bepalingen van plaats. In deze gevallen bevindt de referent van het onderwerp zich aan het eind van het pad dat door het directionele voorzetsel wordt aangeduid.
Het gebruik van het werkwoord zijn en een voorzetselconstituent met naar kan alleen in gevallen waarin we begrijpen dat de referent van het onderwerp met een bepaald doel naar het referentieobject vertrokken is. In (7d), met naar de bioscoop, verwachten we dat dat is om een film te zien; of in het geval van De auto is naar de garage verwachten we dat die daar gerepareerd gaat worden. Het referentieobject moet dus zo zijn dat daar een bepaalde activiteit te verwachten is die de referent van het onderwerp kan ondernemen of ondergaan. Als dat niet zo is, is het resultaat een gekke zin, vergelijk bijvoorbeeld ?Haar ouders waren naar de boomtwijfelachtig of ?De auto is naar de winkelstraattwijfelachtig.
7Iets of iemand bevindt zich aan het eind van het pad
aEenmaal uit het bos wandel je tussen weiden en akkers.
bVoorbij het liftenblok bevindt zich de polikliniek Chirurgie aan uw rechterhand. Internet, geraadpleegd 29 augustus 2017 
cOver de grens krijgt hij de erkenning die hij in eigen land ontbeert.
dHaar ouders waren naar de bioscoop.
Directionele voorzetsels in een bepaling van tijd
Directionele voorzetsels hebben naast hun ruimtelijke gebruikswijzen zoals hierboven ook vaak nog andere gebruikswijzen. In (8) vinden we ze in bepalingen van tijd: de bronvoorzetsels vanaf en van in (8a) en (8b); de routevoorzetsels over, om, rond, door en doorheen in (8c)-(8g); en het doelvoorzetsel tot in (8h).
8Directionele voorzetsels in een bepaling van tijd
aAlle andere oud-leerlingen zijn welkom vanaf 15 uur.
bVan de week liep ik met mijn vlieger en mijn camera door een prachtig natuurgebied.
cDe volgende bijeenkomst ... is over een half jaar.
dOm twee uur moet ik bij de kapper zijn.
eDe brand brak uit rond middernacht.
fDoor de week ben ik ook altijd druk met mijn werk.
gDoorheen de jaren breidde de collectie uit. in BN Deze vorm komt geregeld voor in standaardtalige contexten in het Belgische Nederlands. Volgens Taaladvies.net  is de status ervan onduidelijk. Volgens de redactie kan hij echter op basis van de beschikbare informatie over het gebruik ervan wel degelijk als deel van de standaardtaal worden beschouwd. Belgisch Nederlands
hDe staking duurt zeker nog tot maandag.
In tijdsbepalingen met tot vinden we een aantal vaste combinaties, die in (9) geïllustreerd worden. Naast tot de rust vinden we bijvoorbeeld ook tot aan de rust (zie 9a) om expliciet te maken dat er een tijdsperiode bedoeld wordt die niet de rust zelf omvat, maar alleen de periode die eraan voorafging. Tot en met, daarentegen, geeft aan dat de tijdsperiode juist ook het (temporele) referentieobject behelst, zoals maandag in (9b).
9Bepalingen van tijd: vaste combinaties in voorzetselconstituenten met tot
aTot aan de rust had FC Groningen controle over de wedstrijd.
bHet festival duurt tot en met maandag.
cVanaf 2000 tot nu is er 25 procent van het marktvolume verdwenen.
dVan 2000 tot 2003 presenteerde zij op Canvas de leuke landenquiz In alle staten.
eVan 2000 tot en met vorig jaar bleef de werkloosheid stijgen.
In (9c)-(9e) worden tijdsperioden aangeduid door middel van combinaties van van(af) en tot (en met): van(af) ... geeft het begin van de periode aan en tot (en met) ... het einde. In deze voorbeelden staan de combinaties op de eerste zinsplaats, een reden om ze als één constituent te zien. (Het is overigens niet zo dat ze op de eerste plaats moeten staan, vergelijk bijvoorbeeld Kooijman danste van 2000 tot 2009 bij het Scapino Ballet.) Opmerkelijk is verder dat van alleen in zo'n combinatie met tot (of tot en met) het begin van een tijdsperiode kan aanduiden, een beperking die we niet zien bij vanaf. Zo kunnen we wel zeggen: Vanaf 2000 zien wij een voorzichtig herstel intreden, maar niet *Van 2000 zien wij een voorzichtig herstel intredenuitgesloten.
Directionele voorzetsels in andere zinsdelen
We vinden directionele voorzetsels ook in andere zinsdelen. De voorbeelden in (10) illustreren het gebruik van directionele voorzetsels in andere bepalingen dan die van plaats, richting en tijd: een bepaling van causaliteit in (10a), een door-bepaling (handelend voorwerp) in (10b) en een bepaling van modaliteit in (10c).
10Directionele voorzetsels in andere bepalingen
aUit gewoonte had ze papier en potloden mee voor de kinderen.
bDeze vergunning wordt uitgereikt door de burgemeester.
cNaar alle waarschijnlijkheid is een vermolmde balk de oorzaak van de instorting.
In (11), ten slotte, zien we directionele voorzetsels die een vaste combinatie vormen met het werkwoord: de voorzetselconstituenten waarvan ze de kern vormen, noemen we voorzetselvoorwerpen.
11Directionele voorzetsels in een voorzetselvoorwerp
aMijn gezin bestaat uit vier personen.
bDe hele buurt is geschrokken van de brute inbraak.
cDagbladuitgevers zijn anders gaan denken over betaalde websites.
dDe boekhandelaars smeekten om een herdruk.
eEen groep kinderen zocht naar eieren in de tuin.
fDe snelheidsbeperking leidt tot minder geluidsoverlast, minder uitstoot en minder luchtvervuiling.
Directionele voorzetsels in zinsdeelstukken
Net als locatieve voorzetsels komen directionele voorzetsels ook voor in nabepalingen bij een zelfstandig naamwoord. In hun ruimtelijke gebruik zijn directionele voorzetsels daarin wel wat meer beperkt. Constituenten met een locatief voorzetsel kunnen namelijk nogal vrijelijk ingezet worden om de locatie van de referent van het zelfstandig naamwoord te beschrijven. In de cameraman op het podium zouden we op bijvoorbeeld kunnen vervangen door voor, achter, naast, onder of bij. Maar directionele voorzetsels zijn hier niet zomaar in te passen, vergelijk bijvoorbeeld de vreemde voorbeelden de cameraman vanaf/door/naar het podium.
Directionele voorzetsels kunnen alleen als ruimtelijke nabepaling bij een zelfstandig naamwoord gebruikt worden als op de een of andere manier het idee van een pad wordt opgeroepen. Dat kan als het zelfstandig naamwoord een vorm van perceptie of sensatie uitdrukt, zoals in (12a), of als het naar iets verwijst dat een langwerpige vorm heeft, zoals in (12b), of zich bevindt aan het eind van een pad, zoals in (12c). Ook zien we dit bij zelfstandige naamwoorden die een pad of beweging impliceren, zoals trektocht in (12d) en ook boot in het geval van de boot naar Texel in (12e).
12ahet harde geluid uit de boxen
bdie rare sjaal rond zijn nek
cde nachtwinkel om de hoek
deen trektocht door de bergen
ede boot naar Texel
Daarnaast komen directionele voorzetsels ook in niet-ruimtelijke zinsdeelstukken voor, zoals in (13):
13ade hond van onze buren
bhaar boek over de komende presidentsverkiezingen
ceen verlangen naar een beter leven
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. Beliën januari 2021
    Interessante links