Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.2.2.2 Afhankelijke zinnen
Verder lezen
1a
Hoewel de volgorde van zinstype 1a kenmerkend is voor zelfstandige zinnen, komen toch ook een aantal afhankelijke zinnen met hoofdzinsvolgorde voor.
De meest elementaire vorm van een afhankelijke zin met hoofdzinsvolgorde van type 1a is een voorwerpszin in de directe rede, zoals in de voorbeelden:
1'We |kunnen| niet vroeger |komen|', (zeiden ze.)
2U |bent| leraar | |, (neem ik aan?)
3(Voor de tweede keer vroeg de meester: ) 'Wie |heeft| die ruit in|gegooid? |'
Hiermee te vergelijken zijn gevallen van zogenaamde semi-directe rede, bijv.:
4(Paul vertelde: ) hij |had| nog nooit zo van een concert |genoten. |
b
Ook onderwerps- en voorwerpszinnen als de volgende behoren tot zinstype 1a. Het onderschikkend voegwoord is bij zulke zinnen weggelaten. De afhankelijke zin krijgt wat meer nadruk. Vergelijk de (a) -zinnen (afhankelijke zinnen met een hoofdzinsvolgorde) met de (b) -zinnen (afhankelijke zinnen met de normale bijzinsvolgorde):
5a(Het valt niet te ontkennen: ) Lutgart |heeft| erg haar best |gedaan.|zinstype 1a
b(Het valt niet te ontkennen) |dat| Lutgart erg haar best |gedaan heeft. |zinstype 2
6a(Het spijt me: ) ik |kan| niets voor u |doen.|zinstype 1a
b(Het spijt me) |dat| ik niets voor u |kan doen.|zinstype 2
7a(U zult zien: ) dat |is| niet zo moeilijk.zinstype 1a
b(U zult zien) |dat| dat niet zo moeilijk |is. |zinstype 2
2
Een voor-pv als tweede zinselement hebben voorts de volgende soorten afhankelijke zinnen:
  • vergelijkende zinnen met als in plaats van alsof; vergelijk bijv. de volgende zinnen:
    8a(Hij staarde mij aan) |als begreep| hij me niet.zinstype 1aformeel
    b(Hij staarde mij aan) |alsof| hij me niet |begreep. |zinstype 2
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    De bouw van de afhankelijke zin in 8a vormt in zoverre een probleem voor het in dit hoofdstuk gebruikte zinsschema dat een bindterm (hier het voegwoord als) en een voor-pv (hier begreep) in de regel niet tegelijk in de eerste pool optreden.
  • toegevende zinnen die met (ook)al beginnen, bijv.:
    9(Hij zal niet komen, ) ook al |heeft| hij tijd.
    10Al |werkt| ze nog zo hard, (je zus kan niet slagen.)
    Zulke toegevende zinnen hebben een hypothetische betekenisschakering, dit in tegenstelling tot zinnen als 11 en 12 en toegevende zinnen ingeleid door (al)hoewel of ofschoon, die van een reële situatie uitgaan (vergelijk [10·3·9]).
  • toegevende zinnen zonder voegwoord, van het type:
    11Hij |mag| dan nog zo knap |zijn|, (van lesgeven heeft hij niet veel kaas gegeten.)
    12Ze |kan| |vertellen| wat ze wil, (geloven zullen we haar toch niet.)
    Het zijn vooral toegevende zinnen met mogen of kunnen, al dan niet vergezeld van een modale bepaling als dan nog, enzovoort.
Bij de hier genoemde toegevende zinnen is er sprake van een inhoudelijke afhankelijkheidsrelatie tot de andere deelzin, niet van een syntactische. De toegevende zin is niet direct als zinsdeel opgenomen in de andere deelzin, maar staat in de aanloop (zie 10, 11 en 12) of de uitloop (zie 9) ervan. Hij is er door een duidelijke intonatiebreuk van gescheiden. Zie verder [21·8·2·2] en [21·9·2·2].
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In gesproken taal komen verder ook toegevende zinnen met (al)hoewel of ofschoon voor die de volgorde hebben van een hoofdzin. De hoofdzinsvolgorde is alleen mogelijk wanneer de afhankelijke zin op de rompzin volgt:
i(Het is erg slecht met hem, ofschoon) - volgens de dokter |is| er een redelijke kans | | dat hij het haalt.
ii(Ik ben niet erg geneigd hem te geloven, hoewel) - je |kunt| natuurlijk nooit |weten.|
Na ofschoon of (al)hoewel volgt een pauze. Deze voegwoorden krijgen een stijgende toon aan het eind. Daarna wordt de zin afgebroken (in de voorbeelden aangegeven door een gedachtenstreepje). De zin die volgt betekent een afzwakking van het in de rompzin gestelde. Eigenlijk is hier geen sprake meer van één (samengestelde) zin. Vergelijk ook met zinstype 2 (zie [21·2·4·2]).
3
Gewoonlijk zijn nevengeschikte afhankelijke zinnen allebei van het type 2 (zinnen met achter-pv) (zie [21·2·4]). Bij nevengeschikte conditionele zinnen echter kan de tweede van het type 1a (voor-pv als tweede zinsdeel) zijn, als het onderschikkend voegwoord
niet nooit nauwelijks
niet herhaald wordt (zie [24·3·1·1/1]). Vergelijk bijv.:
13a(Als je hiermee klaar bent) (en) je |hebt | nog wat tijd over | |, (zou je dit dan voor me willen inpakken?)zinstype 1a
b(Als je hiermee klaar bent) (en) |als| je nog wat tijd over |hebt |, (zou je dit dan voor me willen inpakken?)zinstype 2
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In informele gesproken taal komen ook wel andere afhankelijke zinnen, waaronder die van graadaanduidend gevolg (
zo/zo'n /zulk(e)... dat...
) met een voor-pv voor, bijv.:
i(Het heeft zo hard geregend) dat de straten staan hier blank.informeel
ii(Ik vond het zulke dure appelen) dat ik heb ze toch maar niet gekocht.informeel
Zie voor andere voorbeelden [18·5·1·2] (ook Opmerking 1 aldaar).
Men kan in zulke zinnen een overgang in het productieproces zien van een (bij)zin van type 2 (in dit geval ingeleid door dat) naar een (hoofd)zin van type 1a, waarbij de straten respectievelijk ik als eerste zinsdeel fungeert. Het betreft dan een 'nieuwe start', enigszins vergelijkbaar met de in [21·2·5] beschreven overloopconstructies.
4
Volgens zinstype 1a (hoofdzinsvolgorde) worden ook de of -zinnen in balansschikking gevormd, bijv.:
14(Frank twijfelde er niet aan) (of) ze |zouden| hem tot voorzitter |benoemen. |
15(Nauwelijks had hij dat gezegd) (of) de hele zaal |barstte| in boegeroep uit | |.
16(Het scheelde weinig) (of) de docent |had| die grammatica |gekocht.|
Dergelijke zinnen volgen steeds na een zin met een ontkennend element (
niet nooit nauwelijks
, enz.), ze kunnen niet vooropgeplaatst worden, en beginnen altijd met het voegwoord of. De ronde haakjes om of geven aan dat dit voegwoord net als de andere nevenschikkende buiten het zinsschema gelaten wordt (zie [21·1·1·2/2]). Voor de balansschikking zie men verder [26·7].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links