20.3.4 Geen lijdend voorwerp, maar onderdeel van het gezegde
Deze sectie bespreekt drie gevallen waarbij een woord in eerste instantie
misschien doet denken aan een lijdend voorwerp. In alle drie gevallen beschouwen we
het woord in kwestie echter als een deel van het werkwoordelijk gezegde.
Verder lezen
Werkwoorden van het type
ademhalen
In de zin hieronder lijkt adem
misschien het lijdend voorwerp bij het intransitieve werkwoord
halen:
1Wout van Aert
haalde opgelucht adem
na zijn val.
CHN
We beschouwen adem in zulke zinnen
echter niet als lijdend voorwerp, maar als deel van het werkwoord, een samenkoppeling:
ademhalen. Andere voorbeelden
zijn autorijden,
gitaarspelen en
ruziemaken.
Het substantief in deze samenkoppelingen vormt geen zelfstandige
nominale constituent. Zo is het bijvoorbeeld doorgaans onmogelijk een determinator, zoals de
in (2), of een adjectief, zoals
frisse in (3), toe te voegen:
Ademhalen moet volgens de
officiële spellingsregels in
bepaalde vervoegingen dan ook aan elkaar worden geschreven:
iIedereen mag weer
rustig
ademhalen.
CHN
iiAls ik
ademhaalde, deed het al
pijn.
CHN
Zie 12.3.4.3 Samenkoppelingen met een substantief
voor een uitgebreidere bespreking van dit type werkwoorden.
2Hij haalde de adem na zijn
valuitgesloten
3Hij haalde frisse adem na zijn
val.uitgesloten
Verplicht wederkerende werkwoorden
Bij verplicht wederkerende werkwoorden, zoals
zich schamen in (4) of
zich vergissen in (5),
beschouwen we het wederkerend voornaamwoord als deel van het gezegde en
niet als lijdend voorwerp.
4Ik schaamde
me.
5Hij vergiste
zich in Euripides' hang naar het
beestachtige.
Bij sommige verplicht wederkerende werkwoorden, zoals zich
afvragen of zich
realiseren, vervult een andere constituent wél de
rol van lijdend voorwerp, zoals de afhankelijke zin hoe het
kon dat ze deze tuin niet eerder hadden gezien
bij zich afvragen:
6De kameraden vroegen zich
af hoe het kon dat ze deze tuin niet eerder hadden
gezien.
Let op: niet elk wederkerend voornaamwoord hoort bij het gezegde. Bij toevallig wederkerende werkwoorden, zoals
wassen en
scheren, vervult het
wederkerend voornaamwoord wél de rol van lijdend voorwerp. Bij deze werkwoorden is
het steeds mogelijk het wederkerend voornaamwoord te vervangen door een andere
constituent, zoals zijn zoontje in
(7).
Vaste uitdrukkingen
Ook het in de vaste uitdrukkingen in
(8)-(14) beschouwen we als deel van het gezegde, niet als lijdend voorwerp.
Het verwijst in deze
gevallen niet naar iets of iemand.
In eerdere versies van de ANS werd dit wel als lijdend voorwerp gezien,
zij het als een 'loos' lijdend voorwerp (Geerts e.a. 1984: 839, ANS2 ): zonder betekenis of
verwijzende functie, maar wel met de syntactische functie van lijdend
voorwerp.
8Ik krijg
het warm.
9Ted heeft
het goed bij me.
10Hij zette
het op een lopen en
verdween.
11Een enkele keer krijgen
ze het aan de stok met
soortgenoten.
12Ik kan
het goed vinden met mijn
muis.
13De onafhankelijke
guerrillafilmer Gregg Araki brengt het er beter van
af met zijn postmoderne versie van de screwball
comedy.
14Hij heeft
het gemunt op de
VN-soldaten.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/03/body.html; |
