Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
3.3.2.1 Algemene opmerkingen
Verder lezen
1
Het overgrote deel van de substantieven is ófwel alleen met de (omstreeks 75%) ófwel alleen met het (omstreeks 25%) te combineren. Er is echter toch ook een aantal substantieven die zowel de- als het-woord kunnen zijn. Daarbij bestaat veelal een voorkeur voor het ene of het andere genus. Woorden die het meest als de-woord gebruikt worden, maar ook als het -woord kunnen voorkomen, zijn hieronder en verderop voorzien van de aanduiding 'de/het'; woorden waarvoor het omgekeerde geldt, zijn met 'het/de'aangeduid; is het onduidelijk welk genus het meest voorkomt, dan is de aanduiding 'de of het' gebruikt. Voor deze drie aanduidingen is in de mate van het mogelijke gebruikgemaakt van de taalbank van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (inl, Leiden); verder van de woordenboeken.
In de hieronder volgende subparagrafen worden enkele regels gegeven voor de verdeling in de- en het-woorden en lijsten van substantieven die zowel de- als het-woord kunnen zijn. De regels dekken echter maar een klein gedeelte van de substantivische woordvoorraad. Bovendien moet opgemerkt worden dat er wat genusgebruik betreft veel geografische en persoonlijke verschillen bestaan. Wat de lijsten betreft is er wel naar gestreefd de voornaamste woorden te vermelden; volledig zijn ze echter niet te noemen. De spraakkunst kan immers niet de plaats van het woordenboek innemen.
2
Vermelding vooraf verdient nog dat het genus van samenstellingen in het algemeen bepaald wordt door het tweede lid, het zogenaamde hoofd van de samenstelling(zie 12.3.2.1, sectie 1), bijv. het huis, de sleutel - de huissleutel; de tuin, het hek - het tuinhek.
Min of meer systematische uitzonderingen op deze regel zijn de volgende:
  • Possessieve samenstellingen met onzijdige namen van lichaamsdelen als tweede lid die levende wezens aanduiden, zijn meestal de-woorden. Zo staan naast het been, het oog en het oor bijv. de langbeen, de krombeen, de blauwoog, de scheeloog, de langoor, de domoor. Bij de possessieve samenstellingen met -hoofd komt echter ook het onzijdige genus voor: de/het heethoofd, het/de leeghoofd, het/de warhoofd, het dwaashoofd en het dwarshoofd. De enige samenstelling van dit type met -gezicht is onzijdig: het bleekgezicht.
  • Naast het meer staan de-woorden op -meer als namen van polders, bijv. de Wieringermeer, de Bijlmermeer (te beschouwen als verkortingen van de Wieringermeerpolder, enz.).
  • Naast de of het soort hebben de samenstellingen met -soort altijd het de -genus, bijv. de diersoort, de grondsoort, de toonsoort.
Niet-systematische uitzonderingen zijn bijv.:
de blik - het ogenblik
de doek (voorwerpsnaam) - het spandoek
de hof ('tuin') - het kerkhof
de kant - het vierkant
de mens (algemeen) - het jongmens
het moes - de/het appelmoes
het sap - het/de bessensap
de schijn - het aanschijn
de stip - het tijdstip
de val - het toeval ('onberekenbaar gebeuren').
De regel dat het genus van samenstellingen bepaald wordt door het tweede lid, heeft in het algemeen voorrang op de in de volgende subparagrafen vermelde regels voor de- en het-woorden. Zo zijn persoonsnamen in het algemeen de-woorden, maar samenstellingen als feestvarken, kamerlid, slachtoffer en staatshoofd zijn het-woorden wegens het onzijdige tweede lid. Uitzonderingen zijn de hierboven genoemde possessieve samenstellingen en de persoonsnamen woelwater en zwaargewicht (en vergelijkbare samenstellingen als lichtgewicht en dergelijke), die de-woorden zijn.
Een andere regel die altijd voorrang heeft, is dat alle verkleinwoorden onzijdig zijn [3.3.2.3/i].
3
Een probleem apart vormt het genus van woorden die uit andere talen overgenomen zijn of (incidenteel) worden. Het is voorshands onduidelijk hoe het genus van zulke woorden bepaald wordt. Vergelijk bijv. de volgende, aan het Engels ontleende, substantieven: flip-over, floppy , interface zijn de-woorden, abstract, design, frame, script en shirt zijn het -woorden, maar woorden als badge, display, tissue kunnen de of het krijgen.
In sommige gevallen kan men ervan uitgaan dat het genus van het naar betekenis én (klank)vorm overeenkomstige Nederlandse woord het genus van het uitheemse woord bepaalt, bijv. het billboard (vanwege het bord), het copyright (vanwege het recht), het notebook (vanwege het boek). In andere gevallen speelt alleen het betekenisequivalent een rol: zo kan men in een Duitse stad met iemand afspreken bij het Hauptbahnhof (vanwege het station, hoewel het Duitse woord een mannelijk woord is). Bij eigennamen kan het achterliggende begrip bepalend zijn voor het genus, bijv. het Louvre of het Prado (vanwege het museum), al staat daar een geval als de Hermitage tegenover (het paleis / het museum). Voorzover men bij namen als de Jihad, de Hamas een lidwoord gebruikt, kan de gedachte aan het achterliggende beweging (een de -woord) een rol spelen bij de genusaanduiding.
4
Ook het genus van acroniemen kan soms een moeilijkheid vormen.
In principe wordt het genus bepaald door het afgekorte substantief en als het om meer dan één afgekort substantief gaat, het substantief dat hoofd is. Voorbeelden: de rob ( Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek) vanwege de dienst, de ans vanwege de spraakkunst, het vno ( Verbond van Nederlandse Ondernemingen) vanwege het verbond, het map ( Mest-Actieplan) vanwege het plan en de kb ( de Koninklijke Bibliotheek), maar het kb ( het Koninklijk Besluit) [12.3.2.8/i].
Toch komt soms (ook) een afwijkend genus voor, wat vermoedelijk veroorzaakt wordt doordat men zich niet (meer) bewust is van de niet-afgekorte naam. Zo spreekt men in Nederland algemeen van het riagg (Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg), hoewel het de instelling is en wordt de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds doorgaans het snuf genoemd. Naast elkaar komen bijv. voor de of het acod (de Algemene Centrale der Openbare Diensten) en de of het fnv (de Federatie Nederlandse Vakverenigingen).
Bij afkortingen die uit andere talen overgenomen zijn, wordt het genus in de regel bepaald door dat van het qua betekenis en vorm ermee overeenkomende Nederlandse substantief (vergelijk 3), bijv. het anc ( African National Congress) vanwege het congres, het fbi ( Federal Bureau of Investigation) vanwege het bureau, de ps ( Parti Socialiste) en de spd ( Sozialdemokratische Partei Deutschlands) vanwege de partij, de Nato ( North Atlantic Treaty Organization) vanwege de organisatie, de uefa ( Union of European Football Associations/Union européenne des football associations) vanwege de unie, enz. Is er geen direct vergelijkbaar substantief, dan krijgt de afkorting gewoonlijk de, bijv.: de cia ( Central Intelligence Agency), de kgb ( Komitet Gosudarstvennoe Bezopasnosti). ira (Irish Republican Army) vormt hier in zoverre een uitzondering dat sommige mensen in plaats van de ira zeggen het ira, waarbij kennelijk de Nederlandse vertaling van army het genus bepaalt (het leger) (vergelijk weer 3).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links