Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.5.7.2.ii De relatie tot het antecedent
Verder lezen
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Voor de relatie tussen het bezittelijk voornaamwoord en zijn antecedent geldt in het algemeen wat in de inleiding op de voornaamwoorden [5.1.2] over de binnen- en buitentekstelijke voornaamwoordelijke verwijzing gezegd is. Voor meer details over de vormovereenkomst met betrekking tot genus en getal: zie [5.5.4]. Hieronder volgen nadere bijzonderheden over de gebruiksmogelijkheden van de bezittelijke voornaamwoorden van de derde persoon.
1
Behalve naar substantieven kunnen de bezittelijke voornaamwoorden ook naar persoonlijke, onbepaalde en vragende voornaamwoorden verwijzen. Als het antecedent een persoonlijk voornaamwoord is, komt het bezittelijk voornaamwoord daarmee overeen in getal en, bij een enkelvoudig antecedent, in genus:
1Hij heeft zijn reputatie verknoeid.
2In de haast heeft zij haar koffer niet gesloten.
3Zonder blikken of blozen hebben zij hun absurde eisen meteen op tafel gelegd.
Als het antecedent men, een onbepaald voornaamwoord of een vragend voornaamwoord of telwoord is, wordt het mannelijke bezittelijk voornaamwoord gebruikt, tenzij uit context en/of situatie duidelijk is dat er naar een vrouwelijke persoon respectievelijk naar meer vrouwelijke personen verwezen wordt:
4Men moet zijn naasten liefhebben.
5Wie heeft gisteren z'n huiswerk niet gemaakt?
6Ze heeft d'r baan opgezegd.
7Meisjes, vertel eens eerlijk: wie heeft gisteren d'r huiswerk niet gemaakt?
8De dames waren erg opgewonden: iedereen wilde haar mening geven.
9Wat ligt er nu weer niet op z'n plaats?
Als het antecedent het vragend voornaamwoord wie is, wordt het mannelijke bezittelijk voornaamwoord gebruikt, tenzij uit context en/of situatie duidelijk is dat er naar meer dan één zelfstandigheid verwezen wordt:
10Wie hebben er gisteren allemaal hun huiswerk niet gemaakt?
Als het antecedent het vragend telwoord hoeveel is, wordt het meervoudig bezittelijk voornaamwoord gebruikt:
11Beseft zij wel hoeveel er hun contributie nog niet betaald hebben?
2
Bij verwijzing naar substantieven die geen personen of dieren aanduiden geldt het volgende.
Staat het antecedent in dezelfde zin en niet in een voorafgaand lid van een nevenschikking, dan kan een bezittelijk voornaamwoord zonder bezwaar gebruikt worden. Voorbeelden:
12De bloemen sloten hun kelken.
13Dit boek dankt z'n grote verspreiding ongetwijfeld aan z'n leesbaarheid.
14Die opmerking miste z'n/haar uitwerking niet.
15Het dragen van een bril heeft zo z' n eigen charme.
Staat het antecedent niet in dezelfde zin of staat het in een voorafgaand lid van een nevenschikking, dan is verwijzing met een bezittelijk voornaamwoord soms wel, soms niet goed mogelijk. Wel kan dan altijd een voornaamwoordelijk bijwoord met van (ervan, hiervan,daarvan) gebruikt worden. Vergelijk:
16a(Het zijn vreemde bloemen.)Hun kelken sluiten zich namelijk nooit.
b(Het zijn vreemde bloemen.) De kelken ervan sluiten zich namelijk nooit.
17aIk ken dat boek en z'n grote verspreiding.
bIk ken dat boek en de grote verspreiding ervan.
18a(Herinner je je die opmerking?)Z'n/haar uitwerking was onmiskenbaar.twijfelachtig
b(Herinner je je die opmerking?) De uitwerking ervan was onmiskenbaar.
19aWe hadden het over het dragen van een bril en z'n charme.twijfelachtig
bWe hadden het over het dragen van een bril en de charme daarvan.
Verder kan in sommige gevallen zowel het bezittelijk voornaamwoord als het voornaamwoordelijk bijwoord zonder bezwaar weggelaten worden. Zo is respectievelijk in het geval van 16 en 18 mogelijk:
20(Het zijn vreemde bloemen.) De kelken sluiten zich namelijk nooit.
21(Herinner je je die opmerking?) De uitwerking was onmiskenbaar.
Vergelijk ook nog:
22a( Het probleem is erg ingewikkeld.) Z'n oplossing zal afhangen van vele factoren.twijfelachtig
b(Het probleem is erg ingewikkeld.) De oplossing ervan zal afhangen van vele factoren.
c(Het probleem is erg ingewikkeld.) De oplossing zal afhangen van vele factoren.
23Het gebruik van een offerblok heeft (z' n) voordelen, maar ook (z'n) nadelen.
Voor de keuze tussen een bezittelijk voornaamwoord, een voornaamwoordelijk bijwoord of geen van beide in zinnen als de bovenstaande, zijn vooralsnog geen duidelijke regels te geven.
3
De bezittelijke voornaamwoorden van de derde persoon kunnen naar verschillende referenten verwijzen. Zo kan zin 24 op twee verschillende manieren geïnterpreteerd worden naargelang zijn wel of niet naar het onderwerp Karel verwijst:
24Plotseling stond Karel voor zijn zoon.
Verwijst zijn naar het onderwerp, dan is de betekenis 'zijn eigen'. Heeft zijn niet het onderwerp als antecedent, maar verwijst het naar iemand anders, dan is de betekenis van zijn zoon ' de zoon van x', waarbij x iemand anders dan Karel is. Situatie of context kunnen in zulke gevallen uitsluitsel geven over de bedoeling. In de tweede interpretatie kan ter verduidelijking in plaats van zijn het aanwijzend voornaamwoord diens gebruikt worden.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links