Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
18.5.3 Komen met een deelwoord of een infinitief als aanvulling
Verder lezen
Het werkwoord komen kan gecombineerd worden met een werkwoord dat 'de manier van komen' aanduidt. De werkwoordelijke aanvulling kan zowel de vorm van een deelwoord als die van een infinitief zonder te hebben. Dit is mogelijk in drie gevallen:
  1. Met werkwoorden van beweging die samengesteld zijn met een bijwoord van richting, bijv.
    afzakken binnenlopen toesnellen voorbijfietsen langsrijden
    :
    1Zonder kloppen kwam hij de kamer binnengelopen/binnenlopen.
    2Iedere morgen komt ze hier voorbijgefietst/voorbijfietsen.
  2. Met werkwoorden van beweging vergezeld van een bepaling van richting, bijv.
    de deur uit lopen naar boven snellen de tuin in fietsen naar Nijmegen rijden
    :
    3Als de baby maar even huilde, kwam vader naar boven gesneld/snellen.
    4En daarvoor komt hij nou viermaal in de week naar Nijmegen gereden/rijden!
  3. Met werkwoorden die gecombineerd zijn met het bijwoord aan;
    Dit kunnen werkwoorden van beweging zijn (bijv.
    (aan)lopen (aan)snellen (aan)fietsen (aan)rijden)
    , maar ook andere werkwoorden die 'de manier van komen' aanduiden door aan te geven wat degene die komt tijdens het komen doet (bijv.
    (aan)fluiten (aan)mopperen (aan)zwaaien
    : 'fluitend (etc.) aan komen zetten'):
    5Van alle kanten kwamen mensen aangelopen/aanlopen.
    6Er kwam een politieauto aangereden/aanrijden.
    7Daar komt mijn neef Nurks weer aangemopperd/aanmopperen!
    8In de verte kwam een dronken matroos aangezwaaid/aanzwaaien.
De uitwisselbaarheid van infinitief en deelwoord in deze gevallen kent een belangrijke beperking. In de voltooide tijden - als komen zelf als vervangende infinitief optreedt (zie [18.5.2.1/ii1]) - is alleen een infinitief als aanvulling mogelijk. Vergelijk de volgende zinnen:
9aZe is hier vanmorgen al twee keer komen voorbijfietsen.
bZe is hier vanmorgen al twee keer komen voorbijgefietst.uitgesloten
10aEr was een politieauto komen aanrijden.
bEr was een politieauto komen aangereden.uitgesloten
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In de vaste uitdrukkingen komen opdagen en komen aandragen/aansjouwen/aanslepen/aanzetten met ('iets of iemand in het verhaal betrekken', 'opdissen') kan hoe dan ook alleen een infinitief gebruikt worden:
iNa lang wachten kwam Jan eindelijk opdagen.
iiHij kwam weer aandragen met zijn rijke oom in Amerika.
Een zin met een voltooid deelwoord zou in het laatste voorbeeld letterlijke betekenis hebben:
iiiHij kwam weer aangedragen met zijn rijke oom in Amerika.
Voor het overige is de keuze tussen een deelwoord of een infinitief in principe vrij, zij het dat de voorkeur voor een van beide constructies in de verschillende delen van het taalgebied niet dezelfde is. In de zuidelijke helft van het taalgebied - met name in België, maar in mindere mate ook in het zuiden van Nederland - wordt eerder een deelwoord gebruikt, in de noordelijke helft - met name in het westen - eerder een infinitief.
Voor de volgorde in de werkwoordelijke eindgroep zie men [18.5.7]. De splitsing van samengestelde werkwoorden en de positie van niet-werkwoordelijke elementen (zoals in categorie [2]) ten opzichte van de werkwoordelijke wordt respectievelijk behandeld in [21.6.2.2] en [21.5].
Zie ook [18.5.4.3], waar andere combinaties van komen met een (niet door een deelwoord te vervangen) infinitief aan de orde komen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links