Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.5.1.6 Deletie en invoeging van medeklinkers
Bij snel en onverzorgder spreken worden er minder nauwkeurige articulatorische bewegingen gemaakt. In dat geval kan het gebeuren dat medeklinkers worden weggelaten. In het Nederlands-Nederlands kan in verbonden spraak bijvoorbeeld de t worden weggelaten in de woorden in (1).
In deze transcripties is afgezien van mogelijke klinkerverkortingen.
1politie /politsi/ [politsi] of [polisi]
relatie /relatsi/ [relatsi] of [relasi]
In deze woorden wordt het medeklinkercluster ts gereduceerd. De variatie in de uitspraak van de woorden in (1) komt enkel voor in het Nederlands-Nederlands. In het Belgisch-Nederlands worden deze woorden altijd zonder t uitgesproken (dus polisi, relasi). Er is dus sprake van een andere canonieke vorm: politsi in Nederland, polisi in Vlaanderen.
Behalve de t, kunnen ook andere medeklinkers worden weggelaten in verbonden spraak. Zo kan in de woorden in (2) de laatste medeklinker van de eerste syllabe worden weggelaten.
2benzine bɛn.zi.nə bə.zi.nə
pensioen pɛn.ʃun pə.ʃun
kwartier kwɑr.tir kwə.ti:r
portier pɔr.tir pə.ti:r
De medeklinkers n en r kunnen enkel wegvallen in de woorden in (2) als de volle vocaal die eraan voorafgaat door klinkerreductie verdoft is tot sjwa. Zo lijkt de uitspraak van benzine als bɛzinə onwaarschijnlijk. Zo kan de toepassing van één regel van verbonden spraak (in dit geval klinkerreductie) afhankelijk zijn van de toepassing van een andere regel  (nl. medeklinkerdeletie).
Medeklinkers kunnen ook worden ingevoegd, in die zin dat in clusters van medeklinkers overgangsklanken gehoord kunnen worden. Dit is het resultaat van coarticulatie. Daardoor klinken woorden als kamt en kampt beide als kɑmpt: tussen de m en de t van kamt wordt dan een overgangsklank p gehoord. Dit wordt geïllustreerd in
3hemd hɛmd hɛmpt
kam-t kɑmt kɑmpt
prins prɪns prɪnts
langs lɑŋs lɑŋks
zing-t zɪŋt zɪŋkt
De plofklank p of k wordt ingevoegd (ook wel epenthese genoemd) tussen een niet-coronale nasaal en een obstruent die in dezelfde syllabe staan. De ingevoegde klank heeft dezelfde plaats van articulatie als de voorafgaande neusklank (bijv. de bilabiale p na een m, de velaire k na een ŋ) en het plosieve karakter van het volgende klanksegment.
Hoewel het zo lijkt dat de derde persoon enkelvoud van de werkwoorden kammen en kampen(beide kɑmpt), en zingenen zinken (beide zɪŋkt) niet van elkaar te onderscheiden zijn, heeft onderzoek naar deze epenthetische plofklanken aangetoond dat er subtiele, voor het oor niet hoorbare, fonetische verschillen zijn tussen de plofklanken die worden ingevoegd in vormen als kam-t en zing-t, en de plofklanken die aanwezig zijn in vormen als kamp-t en zink-t.
Zie Fourakis & Port (1986: 216).
De ingevoegde plofklanken, die pas verschijnen in de fonetische vorm van woorden, duren korter dan de plofklanken die al in de fonologische vorm van woorden aanwezig zijn. De voorafgaande nasaal duurt dan weer langer in woorden met een ingevoegde plofklank (bijv. kam-t) dan in de tegenhangers met een niet-epenthetische plofklank (bijv. kamp-t).
Deze duurverschillen zijn voor Fourakis & Port (1986: 198, 201) aanleiding om het proces niet als invoeging van een plofklank te interpreteren, maar een bijzonder soort taalspecifieke regels aan te nemen die de tijdindeling (‘timing’) van de verschillende articulatorische bewegingen aansturen.
Het optreden van plofklanken tussen een niet-coronale nasaal en een obstruent heeft een duidelijke articulatorische basis:
Zie Warner (2002: 2).
tijdens de productie van een nasaal is het zachte gehemelte (velum) verlaagd zodat de lucht door de neus kan ontsnappen, en is er een complete afsluiting ergens in de mondholte. Voor de productie van de volgende obstruent moet het zachte gehemelte echter gesloten zijn. Als het zachte gehemelte sluit vóór de opheffing van de afsluiting in het mondkanaal die voor de articulatie van de nasaal nodig is, zal die opheffing rechtstreeks leiden tot de productie van een plofklank op de plaats van articulatie van de nasaal. Er is dan sprake van een ‘mistiming’ van de veranderingen in articulatieplaats, stemgeving en sluiting van het zachte gehemelte. Ondanks deze fonetische basis van het proces van plofklankinvoeging, is het wel als een fonologisch proces beschouwd, omdat er ook talen zijn waar er in de betreffende omgeving geen plofklank wordt ingevoegd.
Fourakis & Port (1986) tonen aan dat Amerikaanse sprekers van het Engels altijd een plofklank t invoegen tussen een sonorante medeklinker en een fricatief (bijv. in tense ‘gespannen’, false ‘vals’), terwijl Zuid-Afrikaanse sprekers van het Engels nooit een plofklank invoegen in die positie.
Maar deze plofklankinvoeging kan ook als een taalspecifiek fonetisch proces worden geïnterpreteerd. In het Nederlands is de invoeging van plofklanken een proces dat typisch is voor verbonden spraak en dat afhankelijk is van factoren als spreeksnelheid en stijl, en dat bovendien erg variabel is, zowel tussen sprekers onderling als binnen een en dezelfde spreker.
Zie Warner (2002: 2).
De ‘mistiming’ van articulatorische bewegingen – in beginsel een fonetisch gebeuren – wordt in fonologische benaderingen van het verschijnsel verklaard als de overlapping van aan elkaar grenzende segmenten qua distinctieve eigenschappen. Zo gaat volgens Booij (1995: 137) het plaatskenmerk [Labiaal] van de nasaal over op de obstruent, waardoor die obstruent een zogenaamd contoursegment wordt: dit is een spraakklank die zich als één segment gedraagt, maar die een overgang bevat van één plaats (of wijze) van articulatie naar een andere plaats (of wijze) van articulatie. Zo zou er in een woord als kam-t een contour segment ͡pt ontstaan, dat in een eerste fase een labiale plofklank is, en vervolgens een coronale plofklank, en in een woord als hang-t een contour segment ͡kt , dat in een eerste fase een velaire plofklank is, en vervolgens een coronale plofklank.
Zie ook Clements (1987). Anderson (1976: 339) en Wetzels (1985) betogen daarentegen dat er kenmerken van de obstruent overgaan op de voorafgaande nasaal.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys oktober 2020
    Interessante links