Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.3.2.12 De laterale vloeiklank l
De l kan worden gespecificeerd als [+sonorant, +lateraal]. Samen met de r behoort de l tot de vloeiklanken van het Nederlands. Typerend voor de l is dat de lucht gelijkmatig kan ontsnappen (‘vloeien’) langs de zijkanten van de tong (namelijk lateraal), die naar beneden gebogen zijn.
De l kan voorkomen in aanzetten van één medeklinker, of als het tweede of derde lid van een aanzetcluster (zie de voorbeelden in 1). In clusters van drie medeklinkers waarvan l het derde lid is, kan het tweede lid geen fricatief zijn, clusters als sxl of sfl komen dus niet voor in de aanzet. Verder kan l ook niet voorkomen na t of d.
1los, klomp, fles, chloor, split
De klank kan voorkomen als enige element van een coda, of als het eerste lid van een cluster in de coda (zie 2).
2rol, welp, hals
Er bestaan in het Nederlands geen woorden of lettergrepen van de vorm l-klinker-l waarbij de klinker gespannen is (dus wel lel en lol, maar geen leel of lool; zie ook 1.2.1.6 Beperkingen op lettergrepen al geheel)). Bij uitbreiding komen ook woorden of lettergrepen van het type kl-klinker-l, pl-klinker-l en bl-klinker-l niet voor in het Nederlands, zelfs niet met een ongespannen klinker (dus geen klal, plel of blol).
Verder lezen
Articulatie
Bij de articulatie van de laterale vloeiklank l maakt het voorste deel van de tong een centraal contact met de bovenste tandkasrichel (dus alveolaire plaats van articulatie; zie Figuur 1), terwijl beide zijkanten van de tong laag blijven, zodat de luchtstroom lateraal kan ontsnappen zonder enige ruis. In coda’s heeft l behalve een alveolaire plaats van vernauwing ook nog een secundaire vernauwing achteraan in de mond. In het Belgisch Nederlands is die secundaire vernauwing velair (bij het zachte gehemelte of velum), in het Nederlands Nederlands faryngaal (bij de achterwand van de keelholte of farynx). Deze l op het woordeinde wordt ook wel donkere l genoemd en wordt voorgesteld als  .
Collins & Mees (1981: 166-167); Verhoeven (2005).
Figuur 1. Schematisch beeld van de mond-keelholte met benamingen van articulatieplaatsen en bijhorende klassen van medeklinkers in het Nederlands (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 76)
Figuren 2 en 3 zijn MRI-afbeeldingen van respectievelijk l aan het begin van een woord, namelijk in lied, en van de donkere l in wiel.
Figuur 2. MRI-afbeelding van de [l] in lied, uitgesproken voorafgegaan en gevolgd door de neutrale klinker sjwa (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 78)
Figuur 3. MRI-afbeelding van de [l̴ ] in wiel, uitgesproken voorafgegaan en gevolgd door de neutrale klinker sjwa (Bron: Rietveld & Van Heuven 2016: 78)
Regionale variatie
In sommige variëteiten van het Nederlands Nederlands (bijv. in de Randstad) wordt een gespannen middenklinker die gevolgd wordt door een l meer uitgesproken als zijn ongespannen tegenhanger (ofwel laxing); de e in veel wordt bijvoorbeeld meer als ɪ uitgesproken.
Botma et al. (2012).
Bij de uitspraak van de l op het woordeinde (de donkere l) kan de tongpunt verlaagd zijn en kan er enige lipronding zijn, zodat de uitspraak lijkt op een geronde achtervocaal (ɤ) of approximant (w). Het gevolg is bijna-neutralisatie in woordparen als geel - geeuw en Niels - nieuws. Deze zogenaamde l-vocalisatie is kenmerkend voor Randstedelijk Nederlands en lijkt zich verder uit te breiden in de noordelijk Nederlandse standaardtaal.
Zie Mees & Collins (1982), Van Reenen (1986), Botma & Van der Torre (2000), Van Reenen & Jongkind (2000), Smakman (2006: 112).
Akoestische informatie
Tabellen 1 en 2 geven een aantal voorbeeldzinnen met l in verschillende fonologische contexten (aan het begin van een woord, tussen twee klinkers, en aan het woordeinde) voor het Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands. De bijhorende spectrogrammen en geluidsbestanden worden telkens gegeven.
Tabel 1. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor /l/ in verschillende fonologische contexten in het Nederlands Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
in de la van de kassa woordinitieel
zijn oog niet vallen op Josien intervocalisch
hartstikke vuil woordfinaal
Tabel 2. Geluidsbestanden, golfvormen en spectrogrammen voor /l/ in verschillende fonologische contexten in het Belgisch Nederlands.
Woordgroep Fonologische context Geluidsbestand Golfvorm/spectrogram
in mijn la liggen woordinitieel
dat ze net zo in slaap kon vallen als hij intervocalisch
nat en vuil woordfinaal
Literatuur
Collins & Mees (1981), Mees & Collins (1982), Van Reenen (1986), Botma & Van der Torre (2000), Van Reenen & Jongkind (2000), Verhoeven (2005), Smakman (2006), Botma et al. (2012).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links