Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
23.3.4 Aanhangselvragen
Verder lezen
Aanhangselvragen zijn korte vragen die aan een mededeling worden verbonden. Ze worden meestal voorafgegaan door een komma. De combinatie van mededeling en aanhangselvraag is als een vragende zin te beschouwen: de functie van een aanhangselvraag is immers een vraag naar de bevestiging van of instemming met c.q. ontkenning van de inhoud van een mededeling, waarvan men niet zeker weet of deze juist is.
Als aanhangselvragen komen voor:
  • niet?; is het niet?; nietwaar?; niet dan?; toch?; Deze elementen volgen op een bevestigende mededeling; het verwachte antwoord is bevestigend of instemmend.
  • wel?; is het wel?; Deze elementen volgen op een ontkennende mededeling; het verwachte antwoord is ontkennend.
  • hè?; Dit woord kan in beide gevallen gebruikt worden; het verwachte antwoord is bevestigend na een bevestigende mededeling, ontkennend na een ontkennende mededeling.
Voorbeelden zijn:
1Het is je gelukt, is het niet?
2Het is je niet gelukt, is het wel?
3Je hebt het goed begrepen, niet(waar)?
4Je hebt er niets van begrepen, wel?
5Je gaat weg, hè?
6Je gaat toch niet weg, hè?
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links