Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.2.4.2 Het gebruik
Verder lezen
1a
Wat het gebruik betreft moet onderscheid gemaakt worden tussen de je- en u-vormen enerzijds en de ge -vormen (zie 1b) anderzijds.
Het gebruik van je- dan wel u-vormen hangt af van de verhouding die er bestaat tussen spreker en toegesprokene. De je- en u -vormen zijn complementair: voor sommige categorieën van toegesprokenen gebruikt men, mede afhankelijk van de omstandigheden, de eerste, voor andere de tweede.
Het is niet mogelijk het gebruik van de je- en u -vormen volledig te beschrijven, daarvoor bestaan er in het Nederlandse taalgebied teveel streekgebonden, maar vooral maatschappelijke en persoonlijke verschillen. Bovendien is dit gebruik aan een voortdurende evolutie onderhevig.
Als algemene regels kunnen gelden:
  • men gebruikt je-vormen tegenover jongeren tot ongeveer achttien jaar, familieleden van dezelfde of een jongere generatie, vrienden, (goede) kennissen en leden van bepaalde maatschappelijke groepen waar men zelf toe behoort (bijv. soldaten, studenten);
  • men gebruikt u-vormen tegenover onbekenden (afgezien van jongeren tot ongeveer achttien jaar), bijv. personen die men toevallig ontmoet (op straat, in de trein), of personen met wie men contact heeft in een onpersoonlijke relatie (bijv. in een winkel, op een inlichtingenbureau).
Overigens zijn er alleen tendenties te noemen, die zeker niet het karakter van vaste regels hebben.
Zo is er de tendentie om tegenover ouderen u-vormen te gebruiken. Dit geldt (althans in Nederland) bijv. voor familieleden van een oudere generatie dan de spreker, met name grootouders, ooms en tantes. Ouders worden door hun kinderen tegenwoordig doorgaans met je -vormen aangesproken (getutoyeerd); enkele decennia geleden waren de u-vormen ook in dit geval nog het meest gebruikelijk.
Verder is er de tendentie om u-vormen te gebruiken tegenover personen die men als hogergeplaatst of van hoger sociaal niveau ervaart, bijv. in de werksituatie, maar ook daarbuiten (dokters, geestelijken enz.).
Gebruikt men u-vormen op grond van leeftijdsverschil, dan zal de toegesprokene meestal met je-vormen antwoorden; gaat het om een verschil 'hoog-laag', dan zullen wederzijds u-vormen gebruikt worden.
De keuze tussen je- en u-vormen bij het aanspreken van onbekenden is afhankelijk van hoe men het begrip 'onbekendheid' interpreteert. Tot voor kort was het algemeen gebruikelijk om personen die men bij gemeenschappelijke kennissen voor het eerst ontmoette, met u -vormen aan te (blijven) spreken. Tegenwoordig komt het steeds meer voor dat men door het kennis maken de onbekendheid opgeheven acht, en elkaar tutoyeert.
In het algemeen kan gezegd worden dat het gebruik van je -vormen toeneemt. Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet alle je -vormen precies dezelfde gevoelswaarde hebben. Zo is het niet ongebruikelijk om tegenover iemand die men niet tutoyeert, toch het voornaamwoord jullie te bezigen als men 'de toegesprokene en degenen met wie hij op een of andere manier verbonden is' bedoelt. Er moet dan echter wel een zekere mate van 'vertrouwelijkheid' tussen de gesprekspartners bestaan. Gaat die vertrouwelijkheid verder, maar niet zover dat men zonder enige reserve je-vormen gebruikt, dan zal men eerder je dan jij en jou bezigen. De toenemende mate van 'vertrouwelijkheid' in de je -vormen kan dus weergegeven worden in het volgende schema:
jullie → je → jij/jou
In situaties die duidelijk afwijken van de normale gesprekssituatie, kunnen andere vormen gebezigd worden dan tussen bepaalde individuen gebruikelijk zijn. Zo kan men een goede vriend in een vergadering wel met u (en met formules als meneer de voorzitter) aanspreken. Afgezien hiervan kunnen je- en u -vormen niet door elkaar worden gebruikt.
Wat de combinatie van je- en u-vormen met andere aansprekingen betreft, kan gesteld worden:
  • je-vormen gaan samen met het gebruik van de voornaam of van de achternaam zonder meneer, mevrouw of aanspreektitel (bijv. leraar tegen leerling). Voorbeelden:
    1Bert, heb je nog aan die plaat gedacht?
    2Meeuwisse, ben jij het hiermee eens?
  • u-vormen gaan samen met meneer, mevrouw of een aanspreektitel (professor, dokter, dominee enz.), al dan niet gevolgd door een familienaam. Voorbeelden:
    3Meneer Bogaerts, hebben ze u al gezegd dat de vergadering uitgesteld is?
    4Dokter, wilt u eens kijken of mijn oren uitgespoten moeten worden?
Voor je met algemene, vage referentie (dat ook gebruikt kan worden tegenover personen die men met u aanspreekt) (= 'men'): zie [5.2.9].
1b
De ge -vormen komen regionaal (in het zuiden van Nederland, vooral in Noord-Brabant, en in België, zij het in het westen in veel geringere mate) voor als aanspreekvormen voor personen in het algemeen, ongeacht of men in de standaardtaal je- of u-vormen zou gebruiken.
In religieus taalgebruik zijn de ge-vormen algemeen als aanspreekvorm voor het Opperwezen. Als archaïsche vorm komen ze een enkele keer voor, bijv. in officiële toespraken.
Voorbeelden van de genoemde gebruikswijzen zijn:
5Gaat ge mee zwemmen?regionaal
6Gij die Uw majesteit toont aan de hemel, gij opent de mond van weerloze kinderen.
7Mijnheer de promovendus, gij hebt in uw studie blijk gegeven van een helder inzicht in de problemen.formeel
Voor ge met vage, algemene referentie (= 'men'): zie [5.2.9].
2
In plaats van het meervoudige jullie komt soms je voor, welke vorm in 5.2 niet goed te plaatsen is. Het meervoudige je wordt namelijk (als onderwerps- en niet-onderwerpsvorm) gebruikt in posities die specifiek zijn voor de gereduceerde vormen, maar daarin kan ook jullie gebruikt worden. Het meervoudige je wordt alleen gebruikt bij duidelijke verwijzing naar meer dan één persoon, waarbij de persoonsvorm in het enkelvoud staat. Men gebruikt je vooral om een opeenhoping van jullie te vermijden, dus speciaal in opeenvolgende zinnen. In het begin wordt jullie gebruikt, vervolgens je, bijv.:
8Ik weet wel dat jullie graag vroeg vertrekken, maar zou je niet eerst even helpen opruimen?
9Jullie hebben gehoord wat er gebeurd is en je zult wel begrijpen dat je zo niet langer door kunt gaan. Je moet er rekening mee houden dat je (eventueel: jullie) ernstig in moeilijkheden komt.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In constructies als u aller (komst), u beider (plaatsen) wordt het persoonlijk voornaamwoord u in het meervoud gebruikt en niet het bezittelijk voornaamwoord. De schrijfwijze uw aller/beider is dus niet volgens de regels van de grammatica(zie 5.9.2.4, sectie 2).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links