Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.7.1.4 Prosodische structuur en accentplaatsing
Bij het toekennen van zinsaccenten aan bepaalde woorden in een zin speelt de prosodische structuur een belangrijke rol. De prosodische structuur van zinnen wordt gewoonlijk opgedeeld in de volgende prosodische constituenten of prosodische domeinen: de spraakuiting (U), de intonationele frase (IP), en de fonologische frase (φ).
Zie paragraaf 1.7 en Nespor & Vogel 1986.
De fonologische frase kan verder worden opgedeeld in prosodische woorden, die weer bestaan uit voeten en syllaben (lettergrepen) (zie paragraaf 1.2). In (1) is een overzicht gegeven van de prosodische constituenten die hier van belang zijn.
1Prosodische hiërarchie
Spraakuiting (U)
Intonationele frase (IP)
Fonologische frase (φ)
Prosodisch woord (ω)
Elk domein dat focus draagt, krijgt één zinsaccent (zie paragraaf 1.8.1.1). Binnen dat domein is er één woord, en specifieker één lettergreep, waarop het zinsaccent gerealiseerd wordt. Het begrip ‘hoofd’ is hier van belang: een prosodisch domein heeft een prosodisch hoofd, dat het ankerpunt vormt voor het zinsaccent.
Rietveld & Van Heuven (2016: 288).
Een focusdomein kan bestaan uit slechts één woord (of zelfs uit één lettergreep, in het geval van vernauwd focus; zie paragraaf 1.7.1.1), of uit meerdere woorden. In het laatste geval valt het accent op het prosodisch woord dat het hoofd vormt van de fonologische frase. Binnen een prosodisch woord is het hoofd de syllabe die de woordklemtoon draagt (paragraaf 1.7). Wanneer een woord een zinsaccent krijgt, valt het accent dus altijd op de beklemtoonde lettergreep van dat woord. Zo zien we dat in zin (2) binnen het focusdomein in de kamer het zinsaccent valt op het inhoudswoord kamer, en daarbinnen op de eerste lettergreep, die de klemtoon draagt.
2(Waar is Jan?)
2Jan is [in de KAmer]###+focus###.
Wanneer een samenstelling (die per definitie uit meerdere prosodische woorden bestaat) een zinsaccent krijgt, valt het accent op de beklemtoonde constituent (zie paragraaf 1.6.4).
Verder lezen
Ritme-gestuurde deletie en toevoeging van accenten
Binnen de fonologische frase worden zinsaccenten verdeeld aan de hand van ritme, wat ervoor kan zorgen dat accenten soms weggelaten of juist toegevoegd kunnen worden.
Gussenhoven (2005: 120-121).
Dit is met name het geval bij adjectivische samenstellingen. Stel dat het woord meubelen in zin (3) gegeven informatie is in een gesprek, en daarom geen zinsaccent krijgt. De samenstelling tweedehands geeft wel nieuwe informatie en krijgt wel een zinsaccent. Het accent wordt dan geplaatst op de tweede constituent hands, omdat dit het laatste zinsaccent binnen de fonologische frase is.
3[tweedeHANDS meubelen]###φ### kunnen we niet LEveren.
Wanneer er nog een zinsaccent volgt in dezelfde fonologische frase, bijvoorbeeld wanneer het woord tafel in zin (4) nieuwe informatie weergeeft, dan valt het zinsaccent (met de woordklemtoon) binnen tweedehands op het eerste deel: tweede (zie ook De klemtoon in adjectivische samenstellingen).
De vraag of het hier gaat om de verschuiving van de klemtoon naar een ander deel van de samenstelling, of om de afzwakking van één van de klemtonen op een woord dat twee klemtonen heeft (TWEEdeHANDS) is het onderwerp geweest van een debat, zie Van Heuven 1987, Horne 1990, Gussenhoven 1991.
4[Een TWEEdehands TAfel]###φ### stond bij het RAAM.
Accentuering van een onbeklemtoonde lettergreep
In uitzonderlijke gevallen kan het zinsaccent vallen op een onbeklemtoonde lettergreep van een woord. Dit kan alleen wanneer er sprake is van vernauwde focus op een lettergreep (paragraaf 1.7.1.1), zoals in het volgende voorbeeld:
Rietveld & Van Heuven (2016: 290)
5(Heb je een konijn of een tonijn gezien?) Ik heb een [KO]###+focus###nijn gezien.
Omdat alleen de eerste lettergreep van konijn contrasteert met de eerste lettergreep van tonijn, is het focusdomein vernauwd tot deze lettergreep. Het accent wordt dus niet geplaatst op de tweede lettergreep - nijn van konijn (die klemtoon draagt en dus het prosodisch hoofd van het woord is), maar op de eerste lettergreep, die contrastieve focus draagt.
Een andere, uitzonderlijke context waarin een lettergreep die normaal gesproken onbeklemtoond is een accent kan krijgen is in woorden als eeuWEN, jaREN, maanDEN en weKEN. Hier heeft het accent op de tweede lettergreep een specifieke pragmatische bedoeling, namelijk om aan te geven dat iets heel lang duurt.
Literatuur
Gussenhoven (2005); Nespor & Vogel (1986); Rietveld & Van Heuven (2016).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Nelleke Jansen november 2020
    Interessante links