Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
13.4 Constituenten in groter verband
Verder lezen
In [13.1] hebben we laten zien dat er verschillende niveaus zijn waarop constituenten kunnen functioneren: op zinsniveau of op enig niveau daaronder. Ter afsluiting van dit algemene en inleidende hoofdstuk sommen we de voornaamste gebruiksmogelijkheden die constituenten hebben op, telkens geïllustreerd met voorbeelden.
  1. Een naamwoordelijke constituent kan optreden:
    • in een zin, als zinsdeel, bijv.:
      1Deze grammatica is bepaald niet goedkoop.
      2Ik heb twee interessante artikelen gelezen.
    • als deel van een grotere naamwoordelijke constituent, bijv.:
      3(Naast de schuur stond) een volle mand groene appels.
    • als deel van een adjectivische constituent, bijv.:
      4(Jeroen en Bregje hebben) een uur lang (samen gespeeld).
    Een apart geval is het voorkomen van een naamwoordelijke constituent in combinatie met een voorzetsel, waardoor een voorzetselconstituent ontstaat:
    5(Ze leest een boek) over het ontstaan van de aarde.
  2. Een adjectivische constituent kan optreden:
    • in een zin, als zinsdeel, bijv.:
      6Het boek is behoorlijk duur.
    • als deel van een naamwoordelijke constituent, bijv.:
      7(Ik vind het) een heel interessant boek.
  3. Een bijwoordelijke constituent kan optreden:
    • in een zin, als zinsdeel, bijv.:
      8Die jongen is vrij vaak ziek.
    • als deel van een adjectivische constituent, bijv.:
      9(Het is een) veel te ingewikkelde (tekst).
  4. Een voorzetselconstituent kan optreden:
    • in een zin, als zinsdeel, bijv.:
      10We wachten nu al uren op jou.
      11Wanneer gaan jullie naar huis?
    • als deel van een naamwoordelijke constituent, bijv.:
      12(Hebt u ook) boeken over het ontstaan van de aarde?
    • als deel van een adjectivische constituent, bijv.:
      13Uitzinnig van vreugde (gingen de supporters de straat op.)
  5. Een werkwoordelijke constituent treedt alleen op als constituerend deel van een zin, bijv.:
    14(Moeder) zit een tijdschrift te lezen.
    15Morgen moet (onze secretaris) voor een vergadering naar Brussel.
    16(Het directiecomité) heeft gisteravond het besluit aan de werknemers meegedeeld.
    Zoals uit de voorbeelden moge blijken maken volgens de definitie in dit boek alle zinsdelen behalve het onderwerp deel uit van de werkwoordelijke constituent. In imperatiefzinnen omvat de werkwoordelijke constituent alles, bijv.:
    17Ga onmiddellijk weg!
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links