Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.6.4.3 Woorden met klemtoonverschuivende suffixen
Een aantal adjectivische suffixen draagt niet zelf de hoofdklemtoon, maar brengt deze op de voorafgaande syllabe, de laatste syllabe van het basiswoord.
Zie Schultink (1980) voor gedetailleerde observaties over deze klemtoonpatronen.
Tabel 1. Woorden met klemtoonverschuivende suffixen
suffix grondwoord afgeleid woord
-baar óverdraag overdráág-baar
-elijk vríéndschap vriendschápp-elijk
-end úitmunt uitmúnt-end
-ig dríéhoek driehóék-ig
-isch áfgod afgód-isch
-lijk áánzien aanzíén-lijk
-zaam médedeel mededéél-zaam
De suffixen -baar en -end brengen alleen accentverschuiving van het grondwoord teweeg, als dat grondwoord een scheidbaar samengesteld werkwoord is, zoals óverdragen of úitmunten. Vergelijk de volgende woorden met deze suffixen, maar dan afgeleid van een niet scheidbaar werkwoord:
1beínvloed - beínvloed-baar
árbeid - árbeid-end
Het suffix -end wordt ook gebruikt om tegenwoordige deelwoorden te maken, naast het gebruik als suffix voor bijvoeglijke naamwoorden. In het eerste geval vindt geen klemtoonverschuiving plaats, omdat in het Nederlands suffixen voor flexie altijd klemtoonneutraal zijn. Daardoor krijgen we woordparen als de volgende:
Tabel 2. Woordparen met klemtoonverschil
tegenwoordig deelwoord bijvoeglijk naamwoord
méégaand meegáánd
nádenkend nadénkend
óplettend opléttend
úitdagend uitdágend
De tegenwoordige deelwoorden hebben dezelfde lexicale betekenis als hun grondwoorden, maar de bijvoeglijke naamwoorden kunnen speciale betekenissen hebben, en duiden dan in plaats van een gebeurtenis een eigenschap aan. Zo betekent meegáánd dat iemand de eigenschap heeft zich soepel te schikken, nadénkend betekent ‘peinzend’, en opléttend heeft de betekenis ‘aandachtig’.
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links