Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
14.6.3.3 Bijzinnen ingeleid door een vragend element
Verder lezen
1
Als complement bij een substantivische kern kunnen ook bijzinnen optreden die met een vragend element beginnen. Het vragende element kan bestaan uit een zelfstandig vragend voornaamwoord (of een naamwoordelijke constituent met een bijvoeglijk vragend voornaamwoord als deel), een vragend bijwoord of voornaamwoordelijk bijwoord, maar ook uit een voorzetselconstituent met een vraagwoord als deel, bijv.:
1De mededeling wie er zou komen (bracht hem danig in de war.)
2De vraag, wiens boek dat was, (was niet zo belangrijk.)
3De vraag hoe zijn moeder heette, (houdt mij al dagen bezig.)
4Het probleem onder welke noemer we dat zouden kunnen brengen, (raakt maar niet opgelost.)
5(Over) de kwestie waarom hij dit gedaan heeft, (zal nog veel geschreven worden.)
6De vraag in hoeverre de minister van Buitenlandse Zaken op de hoogte was van het komplot (is van groot politiek belang.)
7De vraag waarmee de dader de moord had gepleegd, (is op dit ogenblik nog niet te beantwoorden.)
2
Een aantal van dergelijke zinnen komt qua vorm overeen met betrekkelijke bijzinnen (zie [14.5.3.8/iii]). Dat is het geval wanneer het relativum in de betrekkelijke bijzin dezelfde vorm heeft als een vraagwoord, bijv.:
8De plaats waar Jan woont (is mij niet bekend.)
9Het boek waarover ik gelezen heb (is al uitverkocht.)
De relativa in 8 en 9 zijn vormelijk gelijk aan de vraagwoorden die een complementszin kunnen inleiden, bijv.:
10De vraag waar Jan woont (kan ik niet beantwoorden.)
11De vraag waarover ik een boek gelezen heb (zal ik zo meteen beantwoorden.)
Een zin als 12 laat twee interpretaties toe. De bijzin kan een betrekkelijke bijzin zijn of een complementszin ingeleid door een vraagwoord. Context en betekenis kunnen uitsluitsel geven over de aard van de bijzin.:
12De vraag waarover we moeten spreken (is niet gemakkelijk.)
In de interpretatie van 12 waarin de naamwoordelijke constituent de vraag het antecedent van het betrekkelijke voornaamwoordelijke bijwoord waarover is, is de bijzin een nabepaling in de vorm van een betrekkelijke bijzin; de zin kan geparafraseerd worden met 'De vraag die we moeten bespreken'. De vraag moet kortom het onderwerp van gesprek worden. In de andere lezing, waarin de bijzin de inhoud van de vraag weergeeft, is de bijzin een complementszin die wordt ingeleid door het vraagwoord (in de vorm van een voornaamwoordelijk bijwoord) waarover; de betekenis van de zin is in dat geval: 'Waar moeten we over spreken? Die vraag is niet gemakkelijk'.
2
Voor de plaatsingsmogelijkheden van complementszinnen met een vragend element geldt hetzelfde als voor de complementszinnen met een voegwoord (zie [14.6.3.2]).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links