Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.3.3.1 Persoon en getal
Verder lezen
1
In het algemeen geldt dat de wederkerende voornaamwoorden van de eerste en tweede persoon gebruikt worden om te verwijzen naar de in persoon en getal overeenkomende persoonlijke voornaamwoorden; wordt er niet naar persoonlijke voornaamwoorden van de eerste of tweede persoon verwezen, dan worden de wederkerende voornaamwoorden van de derde persoon gebruikt. Voorbeelden (de wederkerende voornaamwoorden en hun antecedenten zijn gecursiveerd):
1Ik was me.
2We hebben ons vergist.
3Je ziet jezelf in de spiegel.
4Jullie moeten je meer inspannen.
5Hij /moeder kleedt zich aan.
6Zij /de buren gedragen zich merkwaardig.
7Men scheert zich het prettigst met water en zeep.
Wat de tweede persoon betreft verwijzen je en jezelf naar de je -vormen; u en uzelf naar de u -vormen en de ge -vormen; zich en zichzelf naar de u -vormen (zie voor het onderscheid tussen en het gebruik van deze vormen(zie 5.2.4.2, sectie 1)). Voorbeelden:
8aJe moet je meer inspannen.
bJullie moeten je meer inspannen.
9aGe moet u meer inspannen.regionaal
bU moet u/zich meer inspannen.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
Regionaal (vooral in België) komt vermenging van je - en u -vormen voor, bijv.:
iGeef jij u wel rekenschap, dat dat onbeleefd is?regionaal
iiHebt u je vergist?regionaal
2
Voor de keuze tussen u(zelf) en zich(zelf) geldt het volgende.
  • Het gebruik van u is de enige mogelijkheid bij een imperatief, zoals in voorbeeld 10a en 10b. Hier verwijst het wederkerend voornaamwoord niet binnentekstelijk, aangezien er geen antecedent aanwezig is [5.3.1]. Zich is wel mogelijk bij een imperatief met toegevoegd voornaamwoord u (10c):
    10aVergis u niet!
    bVergis zich niet!uitgesloten
    cVergist u zich niet!
  • Het gebruik van zich heeft de voorkeur als het onderwerp u verbonden wordt met een werkwoordsvorm die gelijk is aan die van de derde persoon:
    11aU is zich wel bewust van de gevaren, neem ik aan.
    b U is u wel bewust van de gevaren, neem ik aan.twijfelachtig
    12aU heeft zich vergist.
    b U heeft u vergist.twijfelachtig
  • Het gebruik van zich heeft eveneens de voorkeur als het persoonlijk en het wederkerend voornaamwoord onmiddellijk op elkaar volgen
    13aIk denk dat u zich vergist.
    bIk denk dat u u vergist.twijfelachtig
    14aZiet u zichzelf als toekomstig premier?
    bZiet u uzelf als toekomstig premier?twijfelachtig
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links