20.7.1 Eigenschappen
Het oorzakelijk voorwerp (schuingedrukt in de voorbeelden hieronder) komt voor
bij een klein
groepje naamwoordelijke gezegden (onderstreept) en heeft de vorm van
een nominale constituent, zoals in (1), of een afhankelijke zin, zoals in
(2):
Het oorzakelijk voorwerp heeft veel gemeen met het lijdend voorwerp, met het belangrijke verschil dat het oorzakelijk voorwerp
voorkomt bij een naamwoordelijk gezegde, en het lijdend voorwerp bij een werkwoordelijk
gezegde. Een verschil dat hiermee samenhangt, is dat een gezegde met
een oorzakelijk voorwerp niet passief gemaakt kan worden, terwijl dat doorgaans wel
kan bij een gezegde met een lijdend voorwerp.
Anders dan het onderwerp vertoont het oorzakelijk voorwerp geen congruentie met het werkwoord, zie (3): het oorzakelijk voorwerp kan
in het enkelvoud staan (de oorlog)
of in het meervoud (de oorlogen),
maar het werkwoord houdt dezelfde vorm
(ben).
Een zin als (i) kan dus dubbelzinnig zijn, omdat aan de hand van deze
kenmerken geen onderscheid valt te maken tussen het onderwerp en het
oorzakelijk voorwerp. Zowel
dat als
je kunnen als een
van beide worden opgevat:
iHet was een
vreemd wezen, dat je toen gewaar
werd.
OpenSoNaR
Zulke dubbelzinnigheden kunnen ook voorkomen bij de andere voorwerpen die
uitgedrukt kunnen worden door een nominale constituent, zoals het lijdend
voorwerp, het ondervindend voorwerp en het indirect
object.
Bovendien verschijnen voornaamwoorden die dienstdoen als oorzakelijk
voorwerp in de niet-onderwerpsvorm, zoals
hem in (4).
4Zult u
hem de baas kunnen
blijven?
Er is maximaal één oorzakelijk voorwerp per gezegde. Zo'n gezegde kan daarnaast
eventueel ook een ondervindend voorwerp bij zich hebben, zoals hem in (5), een
indirect
object, zoals aan zijn
medebankier in het buitenland in (6), of een
voorzetselvoorwerp, zoals met dat antieke voorwerp in (7). Deze
drie voorwerpen zijn onderstreept.
5Blijkbaar was ik
hem
geen complimentje waard.
6De hawala-bankier is nu
geld schuldig aan zijn medebankier
in het buitenland.
7Was je iets
speciaals van plan met dat antieke
voorwerp?
Anders dan het indirect object (8) en het voorzetselvoorwerp (9) kan het
oorzakelijk voorwerp niet beginnen met een voorzetsel, op een enkele uitzondering na:
8Nasa gaat subsidies geven
aan twee kleine
privé-rakettenbouwers.indirect
object
9De ex-mijnwerkers zijn
nog steeds trots op hun
beroep.voorzetselvoorwerp
Het oorzakelijk voorwerp heeft nog een aantal eigenschappen, die we hieronder
bespreken. We gebruiken ze om het oorzakelijk voorwerp verder te karakteriseren,
maar ook om het te onderscheiden van andere zinsdelen die ook de vorm van een
nominale constituent kunnen hebben, zoals het indirect object,
het ondervindend
voorwerp en sommige bijwoordelijke bepalingen.
We concentreren ons hier op nominale constituenten; voor afhankelijke
zinnen als oorzakelijk voorwerp, zie 20.7.2.
Verder lezen
Wie/wat + [gezegde] + [onderwerp]?
Het oorzakelijk voorwerp kan antwoord geven op de vraag Wie/wat + [gezegde] +
[onderwerp]?:
Het deelt deze eigenschap met de andere voorwerpen, maar niet met bepalingen,
zoals vorige week:
Nauwe band met het gezegde
Het oorzakelijk voorwerp heeft een nauwere band met het gezegde dan het ondervindend
voorwerp, het indirect object en bijwoordelijke
bepalingen. Volgens het inherentieprincipe staat het dan ook dichter bij de tweede zinspool dan deze andere constituenten. Dit is te zien in
voorbeelden (12)-(14):
12|Mocht| je nou
een keer
een wachtwoord kwijt |zijn|, dan kun je het hier
terugvinden!
Internet, geraadpleegd 16 maart
2023
13Eén manier om ervoor te
zorgen |dat| dergelijke minuscule aankopen de
handelaar
de moeite waard |zijn|, is een bepaald bedrag op te
slaan in een online rekening.
OpenSonar
(aangepast)
14Ik vind |dat| we
die fans
deze revanche verschuldigd
|zijn|.
OpenSonar (aangepast)
In (12) staat het oorzakelijk voorwerp een
wachtwoord dichter bij de tweede pool
zijn dan de (tijds)bepaling
een keer. In (13) staat het
oorzakelijk voorwerp de moeite
dichter bij de tweede pool zijn dan
het ondervindend voorwerp de
handelaar, en in (14) staat het oorzakelijk voorwerp
deze revanche dichter bij de
tweede pool zijn dan het indirect
object die fans. Enkel onder invloed
van het links-rechts-principe of het complexiteitsprincipe of als er een speciale
accentuering gebruikt wordt, kan hiervan worden afgeweken.
De bepaalde constituent dat
wachtwoord in (i) heeft bijvoorbeeld een
geringere nieuwswaarde dan de onbepaalde constituent
een keer. Volgens
het links-rechts-principe kan dat
wachtwoord daarom toch voor
een keer geplaatst
worden:
i|Mocht| je nou
dat wachtwoord
een keer kwijt |zijn|,
…
En volgens het complexiteitsprincipe kan een indirect object ook achter
het oorzakelijk voorwerp komen (en dus dichter bij de tweede zinspool)
als het met een voorzetsel begint:
iiIk vind |dat| we
deze revanche
aan die fans verschuldigd
|zijn|.
Nominalisatie met van
Er is een bepaald soort nominalisaties mogelijk in het geval van het oorzakelijk
voorwerp, al komt dat gebruik in de praktijk maar zelden voor. Het gaat om
nominalisaties van het soort het eten van
fruit of het bakken van
pannenkoeken.
We noemen dit type nominalisatie ook wel een nominalisatie van het type 2.
Dit is te zien in voorbeelden hieronder, met het oorzakelijk voorwerp
de Nederlandse taal in (15)
en de tinteling van koolzuur in
frisdrank in (16):
Deze eigenschap deelt het oorzakelijk voorwerp met het onderwerp, het lijdend
voorwerp, voorzetselvoorwerpen met
van en een aantal bepalingen
(zie 20.3.1 voor voorbeelden hiervan), maar niet met het
indirect object.
Beperking op het attributief gebruik
Het oorzakelijk voorwerp lijkt weleens op een bepaling die onderdeel is van het
naamwoordelijk deel van het gezegde. Vergelijk bijvoorbeeld de zinnen
hieronder:
17De vloedgolf was
160 meter
hoog.bepaling
18De Brazilianen zijn
de corruptie
zat.oorzakelijk
voorwerp
In (17) vormt 160 meter hoog één
constituent, met het bijvoeglijk naamwoord
hoog als kern en
160 meter als (voor)bepaling daarbij. Dat (18) een andere structuur heeft, kunnen
we zien als we 160 meter hoog en
de corruptie zat attributief
proberen te gebruiken, zoals in (19)-(20). Dat is wel mogelijk bij de bepaling
binnen het naamwoordelijk deel van het gezegde, maar niet bij het oorzakelijk
voorwerp:
De corruptie zat: een
zinsdeel?
Verdieping
De corruptie zat: een
zinsdeel?
Men zou kunnen stellen dat deze eigenschap een gevolg is van het feit dat
het oorzakelijk voorwerp een zinsdeel op zich is, en niet samen met het
naamwoordelijk deel van het gezegde één enkel zinsdeel vormt. Als het
effectief om twee afzonderlijke zinsdelen gaat, zou het volgens de eenzinsdeelregel onmogelijk moeten zijn ze
samen op de eerste zinsplaats te plaatsen, zoals gebeurt in (i)-(ii).
Volgens die algemene regel kan er hooguit maar één zinsdeel op de eerste
zinsplaats staan.
iDe discussie beu was
Arron.twijfelachtig
OpenSoNaR, bewerkt
iiMijn geld kwijt ben
ik.twijfelachtig
OpenSoNaR, bewerkt
Onder taalkundigen bestaat er discussie over de aanvaardbaarheid van
zinnen als (i) en (ii).
Zie Paardekooper (1971: 183–184), van der Horst (1995: 75–77),
Klooster (2001: 148), Van de Velde (2009: 53, 61–63).
Sommigen beweren dat zinnen zoals (i)-(ii) wel degelijk
aanvaardbaar zijn, en dat het oorzakelijk voorwerp dus wel samen met het
naamwoordelijk deel van het gezegde een zinsdeel vormt. Anderen zijn het
daarmee oneens. Ook over de geldigheid van deze eenzinsdeelregel bestaat
discussie. Hoe dan ook komen zinnen als (i)-(ii) vrijwel nooit voor,
maar zie deze uitzonderingen:
iiiHet
spoor bijster is de politiek ook allang inzake
het spoor zelf.
CHN
ivDe
moeite waard is ook de Wandelwebsite van Fred
Triep, bioloog en informaticadocent in
Alkmaar.
CHN
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/07/body.html; |
