Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.6.3.3 Andere gevallen
Verder lezen
1
In de standaardtaal komt het tweede deel van een gesplitst voornaamwoordelijk bijwoord in de regel vóór alle werkwoordelijke elementen te staan (zie [21·5·2·2/1]). Vooral in regionaal taalgebruik kan het echter ook tussen de werkwoordelijke elementen, dus in de tweede pool staan (in drie- en meerledige werkwoordelijke eindgroepen blijft het gewoonlijk vóór het zelfstandig werkwoord staan; zie voorbeeld 2b). Dit type doorbreking komt algemeen voor in Belgisch Nederlands. Voorbeelden zijn:
1aMisschien |zal| Mark er op het laatste moment nog wat aan |moeten veranderen. |
bMisschien |zal| Mark er op het laatste moment nog wat |moeten aan veranderen.|regionaal
2a(Ik vraag mij af) |of| we daar niet beter mee |zouden kunnen wachten. |
b(Ik vraag mij af) |of| we daar niet beter |zouden kunnen mee wachten.|regionaal
2
Regionaal is ook de doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep door een voorwerp of door een bijwoordelijke bepaling, zoals in de volgende (b)-zinnen:
3a(Ze vonden) |dat| die afgevaardigden maar Nederlands |moesten leren. |
b(Ze vonden) |dat| die afgevaardigden maar |moesten Nederlands leren.|regionaal
4a(Hij zei) |dat| hij dat op zijn gemak |wilde doen.|
b(Hij zei) |dat| hij dat |wilde op zijn gemak doen. |regionaal
Dergelijke doorbrekingsgevallen komen voor in Belgisch Nederlands, maar ze zijn minder algemeen dan het onder 1 vermelde type.
3
Voorbeelden van een andersoortige doorbreking zijn de volgende (b)-zinnen:
5a(We laten u nog eens zien) |hoe| de spits de bal in het doel |probeert te krijgen. |
b(We laten u nog eens zien) |hoe| de spits de bal |probeert in het doel te krijgen.|
6a(Ik had gehoopt) |dat| Dick dat artikel intussen aan de redactie |had proberen door te sturen.|
b(Ik had gehoopt) |dat| Dick dat artikel intussen |had proberen aan de redactie |door te sturen.|
7a(Ik had gehoopt) |dat| Dick dat artikel intussen aan de redactie |had geprobeerd door te sturen.|
b(Ik had gehoopt) |dat| Dick dat artikel intussen |had geprobeerd aan de redactie door te sturen.|
De precieze status van dit soort (niet typisch geografisch gebonden) gevallen is niet helemaal duidelijk: er lijkt in de (b)-zinnen sprake te zijn van een constructie die het midden houdt tussen groepsvormend (of quasi-groepsvormend; zie 7) en niet-groepsvormend gebruik van proberen. Op het eerste wijst de plaatsing voor alle werkwoordsvormen van het lijdend voorwerp (de bal, respectievelijk dat artikel samen met de bepaling intussen), op het tweede de plaatsing na probeert/proberen/geprobeerd van de bijwoordelijke bepaling in het doel, respectievelijk het indirect object aan de redactie. Vergelijk [18·5·1·2].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links