Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
14.8.1 Inleiding
Verder lezen
1
We noemen een naamwoordelijke constituent een nominalisatie wanneer de naamwoordelijke constituent gerelateerd kan worden aan een ermee corresponderende (actieve of passieve) zin. Enkele voorbeelden:
1nominalisatie
ade kroning van Karel de Grote door de paus
zin
bDe paus kroonde Karel de Grote.
2nominalisatie
ahet eten van fruit
zin
bEr wordt fruit gegeten.
3nominalisatie
aMarie koekjes toestoppen
zin
bMarie worden koekjes toegestopt.
In voorbeeld 1a kan de kern van de naamwoordelijke constituent kroning (een afleiding op -ing) gerelateerd worden aan het werkwoord kronen uit de corresponderende zin 1b. Zowel het onderwerp (de paus) als het lijdend voorwerp (Karel de Grote) uit 1b treden op als nabepaling (respectievelijk door de paus en van Karel de Grote) bij de kern in 1a. De nominalisatie in 2a correspondeert met de passieve zin 2b. De kern van de naamwoordelijke constituent (eten) is een infinitief-afleiding. Het lijdend voorwerp (fruit) uit 2b treedt in 2a op in de vorm van een nabepaling (van fruit) bij de kern van de naamwoordelijke consituent. Ook de nominalisatie in 3a correspondeert met een passieve zin. Opnieuw wordt de kern van de nominalisatie (toestoppen) gevormd door een infinitief-afleiding. Deze wordt niet begeleid door een determinator. Het lijdend voorwerp (koekjes) uit de corresponderende zin 3b, staat voor de kern in de nominalisatie.
2
Nominalisaties worden met behulp van afleidingen van het werkwoord gemaakt. We onderscheiden de volgende soorten nominalisaties:
  1. nominalisaties met behulp van een afleiding op -ing;
  2. nominalisaties met behulp van een afleiding op -atie;
  3. nominalisaties met behulp van een afleiding met het voorvoegsel ge-
  4. nominalisaties met behulp van een afleiding van een werkwoordsstam;
  5. nominalisaties met behulp van een infinitief-afleiding en de determinator het;
  6. nominalisaties met behulp van een infinitief-afleiding zonder determinator.
Deze nominalisaties kunnen we globaal in drie typen onderverdelen:
  • type 1: de nominalisaties [a] t/m [d] (zie [14.8.2]);
  • type 2: de nominalisatie [e] (zie [14.8.3]);
  • type 3: de nominalisatie [f] (zie [14.8.4]).
De drie typen verschillen van elkaar wat betreft de volgorde waarin de constituenten in de nominalisaties voorkomen. Wat we hiermee bedoelen, laten we aan de hand van de volgende voorbeelden zien. In de voorbeelden 4 t/m 6 is in vergelijking met 1a t/m 3a binnen de nominalisatie de volgorde van de kern (respectievelijk kroning, eten en toestoppen) en de constituent die in de corresponderende actieve zin als lijdend voorwerp voorkomt (of als onderwerp in de corresponderende passieve zin) omgekeerd:
4de Karel de Grote kroninguitgesloten
5het fruit eten
6Marie toestoppen van koekjesuitgesloten
De bedoelde omkering van kern en 'lijdend voorwerp' is alleen mogelijk bij de nominalisatie in 2. Dit is een nominalisatie van het type 2. Bij dit type kan het 'lijdend voorwerp' zowel voor als achter de kern staan. Bij type 1 kan het 'lijdend voorwerp' alleen achter de kern staan en bij type 3 kan het er alleen voor staan. In de volgende subparagrafen komen we hierop terug.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links