Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.1.2.3.2 Poldernederlands
Net als in Vlaanderen doen zich in Nederland een aantal taalverschijnselen voor die gekenmerkt worden door een supra-regionale verspreiding en informaliteit. In tegenstelling tot de tussentaal in Vlaanderen, die een relatief grote afstand ten opzichte van de standaardtaal vertoont, zijn de verschillen tussen informele substandaardvariëteiten en Standaardnederlands in Nederland klein. Zolang de onderlinge verstaanbaarheid niet in het gedrang komt, worden regionale kenmerken namelijk redelijk goed geaccepteerd in het Standaardnederlands.
Zie Smakman (2006: 48, 283-284); Van Sterkenburg (2009: 72), Grondelaers, Van Hout & Steegs (2010).
Eén variëteit die dergelijke regionale kenmerken bevat, namelijk kenmerken uit het randstedelijk Nederlands, is de supra-regionale variëteit die door Stroop (1998) Poldernederlands werd gedoopt. Hoewel deze variëteit een aantal uitspraakkenmerken uit de westelijke dialecten heeft overgenomen (bijv. de open diftongen), beschouwt Stroop (1998) deze als een variëteit van het Nederlands die niet regionaal (dus geen regiolect), maar sociaal (dus een sociolect) bepaald is. Hij stelt dat deze variëteit bijna uitsluitend gesproken wordt door jongere, vrouwelijke sprekers uit de hogere middenklasse.
De meest kenmerkende eigenschappen van het Poldernederlands zijn volgens Stroop
Aanvankelijk noemde Stroop (1998) meer kenmerken als typisch voor het Poldernederlands, terwijl hij in latere publicaties (Stroop 2003) vooral focuste op de realisatie van de diftongen; zie ook Geeraerts & Van de Velde (2012: 547).
  • de opener realisatie van de beginklank van de tweeklanken εi, œy en ɔu, namelijk als respectievelijk ai, ay en au,
  • de diftongering van de gespannen middenklinkers e, ø en o tot respectievelijk εi, œy en ɔu,
  • de ontronding van de geronde, gespannen klinkers en de diftongen,
  • de geslotener uitspraak van de ongespannen klinkers ɛ en ɪ voor l en n,
  • de realisatie van r als een retroflexe approximant of ‘Gooise' r.
    Dit kenmerk wordt enkel in Stroop (2006) genoemd.
Tegenwoordig wordt in de literatuur vooral de opener realisatie van de tweeklanken als kenmerk van het Poldernederlands genoemd.
Zie Janssens & Marynissen (2005: 193), Van der Sijs & Willemyns (2009: 60).
Wat die opener realisatie (en sterkere diftongering) van de tweeklanken betreft, stelde Jacobi (2009: 89) vast dat deze zich vooral voordoet in de uitspraak van jonge en hoogopgeleide sprekers. Ze bevestigt hiermee Stroops observatie dat Poldernederlands een geval is van sociale variatie, maar vindt geen significant verschil tussen mannen en vrouwen. Volgens Grondelaers & Van Hout (2011: 214) wijst dit er wellicht op dat het kenmerk zich in de loop der jaren ook verspreid heeft onder hoger opgeleide mannelijke standaardtaalsprekers.
Uit studies naar de perceptie van verschillende variëteiten van het Standaardnederlands, waaronder Poldernederlands, blijkt dat jonge vrouwelijke beoordelaars – onafhankelijk van hun regionale herkomst – gemiddeld een positievere houding hebben ten aanzien van Poldernederlands dan andere beoordelaars.
Zie Van Bezooijen & Van den Berg (2004: 10).
Mannen en oudere vrouwen lijken echter geen onderscheid te maken tussen ‘avant-garde’ Nederlands en randstedelijk Nederlands.
Zie Van Bezooijen & Van Heuven (2011).
Tegenwoordig wordt de term ‘Poldernederlands’ minder gebruikt en heeft men het eerder over ‘informeel Nederlands', dat naast een aantal andere randstedelijke regionalismen ook een opener εi heeft, en in grote delen van Nederland gesproken wordt, met name door jonge, vrouwelijke sprekers uit de middenklasse.
Zie Van Sterkenburg (2009: 72), Geeraerts & Van de Velde (2012: 549).
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Kathy Rys november 2020
    Interessante links