Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
21.3.6.3 Een deel van het gezegde + een of meer zinsdelen
Verder lezen
1
Het zinsdeel dat samen met een deel van een werkwoordelijk gezegde op de eerste zinsplaats kan komen, is veelal een voorwerp of een bijwoordelijke bepaling - soms komen beide tegelijk voor (zie 4) -, bijv.:
1Iets gedronken |heb| je natuurlijk wél?
2Uit het Gentse stadsbeeld verdwenen |zijn| toen een hele reeks oude gevels rond de Sint-Niklaaskerk.
3(Het hoger onderwijs ontkomt na de verkiezingen niet aan forse bezuinigingen. De universiteiten hebben de afgelopen maanden - niet zonder succes - geprobeerd het gevaar te bezweren.) Helemaal gespaard |zal| het hoger onderwijs niet worden (, maar in ruil daarvoor verdwijnt er misschien veel verlammende regelgeving.)
4Het proefstuk gauw even afmaken |wílde| hij niet.
Op die manier treedt bijvoorbeeld het onderwerp, zoals in zin 2, meer op de voorgrond dan in een vergelijkbare zin als 5, waar het op de eerste zinsplaats staat:
5Een hele reeks oude gevels rond de Sint-Niklaaskerk |zijn| toen uit het Gentse stadsbeeld |verdwenen. |
De vooropgeplaatste infiniete werkwoordsvorm en het bijhorende zinsdeel of de bijhorende zinsdelen functioneren als één geheel. Ze kunnen dan soms door het voornaamwoord dat vervangen worden, bijv. in plaats van 1 en 4:
6Dat |heb| je natuurlijk wél?
7Dat |wílde| hij niet.
Dat geldt ook bijv. voor het volgende geval, waarin deed als 'steunwerkwoord' optreedt (vergelijk [21·3·3·3/1]):
8Landschappen tekenen |deed| hij alleen in zijn vrije tijd.
9Dat |deed| hij alleen in zijn vrije tijd.
In sommige gevallen kan een inherent met een werkwoord verbonden element samen met een infiniete werkwoordsvorm vooraan voorkomen. (Zie voor inherente elementen [21·5·2·1].) Ook deze elementen functioneren samen met het werkwoord als één geheel. Het werkwoord waar ze bij horen komt in deze gevallen niet alleen op de eerste zinsplaats voor. Het inherent met het werkwoord verbonden element kent die mogelijkheid daarentegen wel (zie [21·3·4]). Vergelijk bijvoorbeeld met elkaar:
10aOngelijk geven |kón| ik hem niet.
bGeven |kon| ik hem niet (geen) ongelijk.uitgesloten
cOngelijk |kon| ik hem niet |geven.|
11aErg ziek worden |zul| je daarvan echt níet.
bWorden |zul| je daarvan echt niet erg ziek.uitgesloten
cErg ziek |zul| je daarvan echt níet |worden.|
12aNaar huis gaan |wílde| hij niet.
bGaan |wilde| hij niet naar huis.uitgesloten
cNaar huis |wilde| hij niet |gaan.|
13aStuk maken |mag| je het in geen gevál.
bMaken |mag| je het in geen geval stuk.uitgesloten
cStuk |mag| je het in geen geval |maken. |
14aKoffie drinken |mág| hij niet van de dokter.
bDrinken |mag| hij van de dokter niet (geen) koffie.uitgesloten
cKoffie |mag| hij van de dokter niet |drinken.|
Hierbij moet aangetekend worden dat ook (c) -varianten zoals die uit de zojuist gegeven reeks voorbeelden over het algemeen minder gewoon zijn dan varianten waarin het gecursiveerde deel vlak vóór de tweede pool staat, bijv:
15Ik |kon| hem geen ongelijk |geven.|
16Je |mag| het in geen geval stuk |maken. |
17Hij |mag| van de dokter geen koffie |drinken.|
2
Ook het ontkennende bijwoord niet kan, al dan niet vergezeld van nog een ander zinsdeel, samen met een deelwoord vooropgeplaatst worden. Voorbeelden zijn:
18Niet vermeld |werden| de namen van de gezákte leerlingen.
19(in een uiteenzetting over verschillende aspecten van lucht: ) Niet vergeten |mag| |worden| dat 'lucht' ook een rúimtelijk aspect heeft.
20Niet voorzien |zijn| echter die gevallen waarin sprake is van totále dienstweigering.
21Niet in dit overzicht opgenomen |zijn| de projecten die extern gefinancierd worden.
Het betreft hier meestal passieve constructies. Het onderwerp van de zin, dat vaak wat complexer van vorm is (zie [21·1·3/2]) is naar achteren verschoven, waardoor het als informatief belangrijkste element op de voorgrond kan treden. Het gaat hierbij vaak om een soort dubbele tegenstelling, wat tot uitdrukking komt door een accent zowel op niet als op een element verderop in de zin.
Voor de mogelijkheid om alleen niet op de eerste zinsplaats te zetten zie men [21·3·2·2/3].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links