Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
2.4.8.8.i Temporele functies
Verder lezen
Het plusquamperfectum stelt een werking voor als voltooid vóór het spreekmoment. De werking vond bovendien plaats vóór het referentiepunt. We kunnen de tijdsverhouding dus als volgt voorstellen (zie [2.4.8.2/i]):
w -- r -- s
Het tijdstip van de werking en het referentiepunt kunnen in de zin beide uitgedrukt zijn door een tijdsbepaling, zoals in 1a, maar het is ook mogelijk alleen het eerste, alleen het tweede, of geen van beide uit te drukken, zoals te zien is in respectievelijk 1b, 1c en 1d:
1aIk vertelde hem zaterdag dat het kabinet vrijdagnacht gevallen was.
bIk vertelde hem dat het kabinet vrijdagnacht gevallen was.
cIk vertelde hem zaterdag dat het kabinet gevallen was.
dIk vertelde hem dat het kabinet gevallen was.
Uit het gebruik van het plusquamperfectum volgt voor zin 1b dat het vertellen na vrijdagnacht gebeurde, voor 1c dat de val van het kabinet vóór zaterdag plaatsvond, en voor 1d alleen dat de val van het kabinet aan het vertellen voorafging.
Andere voorbeelden:
2We vonden het helemaal niet prettig dat we moesten verhuizen, we hadden altijd graag in die buurt gewoond.
3Opa is vorige week zaterdag gestorven. Vrijdagavond had hij nog gebiljart.
4Hij had al geslapen, maar toen wij naar bed gingen, werd hij natuurlijk weer wakker.
5Wat vervelend: het regende en ik was mijn paraplu vergeten.
6Jantje vertelde zijn moeder dat zijn vriendjes hem gestompt hadden. Ze zaten op de stoep, hij zei niks, en toen hadden ze hem gestompt.
Uit deze voorbeelden moge blijken, dat het plusquamperfectum in het algemeen, afgezien van de boven omschreven tijdsverhouding, dezelfde functies kan vervullen als het perfectum.
In een bijzin die ingeleid wordt door het voegwoord nadat, wordt het plusquamperfectum of een andere voltooide tijd (vergelijk [10.3.3.4]) gebruikt. Het gebruik van het imperfectum, zoals in 7b, is niet voor iedereen aanvaardbaar. Het imperfectum is in zo'n geval af te raden. Met dezelfde functie als nadat komt het voegwoord toen voor, maar dat kan zonder bezwaar ook een bijzin met een imperfectum inleiden. Vergelijk:
7aHij kwam pas nadat ze hem met onterving hadden gedreigd.
bHij kwam pas nadat ze hem met onterving dreigden.
8aHij kwam pas toen ze hem met onterving hadden gedreigd.
bHij kwam pas toen ze hem met onterving dreigden.
De zinnen 8a en 8b zijn overigens alleen maar allebei mogelijk omdat het 'dreigen' én als voorafgaand aan het 'komen' (zie 8a) én als gelijktijdig daarmee (zie 8b) kan worden voorgesteld.
In contexten waarin het praesens historicum gebruikt wordt (vergelijk [2.4.8.3/ii]), kan het perfectum de functie van het plusquamperfectum vervullen. Voorbeelden:
9In 1584 wordt Willem van Oranje, nadat er al verschillende malen vergeefs een aanslag op hem gepleegd is, te Delft vermoord.
10Vanmorgen om zeven uur gaat de telefoon. Ik heb net theewater opgezet, dus ik ben toevallig in de keuken...
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links