Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.4.3.3 Het antecedent
Verder lezen
Voor het uitdrukken van een wederkerige relatie is het noodzakelijk dat het antecedent van elkaar meer dan één zelfstandigheid aanduidt. Zo kunnen bijv. als antecedent voorkomen (in de voorbeelden zijn de antecedenten gecursiveerd):
  • een nevenschikking met en:
    1Jij en ik zullen elkaar nooit verlaten.
  • een naamwoordelijke constituent met een meervoudig substantief als kern:
    2Mijn dochtertjes vertellen elkaar wilde verhalen.
  • een naamwoordelijke constituent met een meervoudig voornaamwoord als kern:
    3Die daar hebben het altijd aan de stok met elkaar.
    4Wie bestrijden elkaar daar eigenlijk?
  • een voornaamwoord met algemene referentie, dat geacht kan worden altijd naar meer dan één persoon te verwijzen:
    5Als je elkaar respecteert, doe je zoiets niet.
    6Men hielp elkaar.
De verwijzing kan ook impliciet zijn (dus niet binnentekstelijk), namelijk in imperatiefzinnen gericht tot meer dan één toegesprokene. Zo bijv. in de vaste uitdrukking:
7Draagt elkanders lasten.
In plaats van een meervoudig substantief kan ook een verzamelnaam gebruikt worden; vergelijk:
8aOver een uur komen de leerlingen weer in dit lokaal bij elkaar.
bOver een uur komt de klas weer in dit lokaal bij elkaar.
9De menigte ging uit elkaar.
10Het jeugdige publiek begon elkaar met allerlei projectielen te bekogelen.
Is de wederkerige betekenis van elkaar na een voorzetsel gedeeltelijk of geheel verdwenen [5.4.3.2], dan kan ook een enkelvoudige persoons- of zaaknaam antecedent zijn. Voorbeelden:
11Het verhaal hangt als los zand aan elkaar.
12De zaak zit goed in elkaar.
13Henk heeft de radio uit elkaar gehaald.
14De ballon zal uit elkaar spatten.
15De man zakte in elkaar.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links