Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.3.1.2 De formele beschrijving van Finale Verscherping
Een bekende beschrijving van Finale Verscherping is die in termen van een fonologische regel die obstruenten aan het eind van een syllabe stemloos maakt door ze het kenmerk -stem te geven:
Zie Booij (1981: 42).
1[-sonorant]  → [-stem] / --)###σ###
Deze regel maakt klanken met het fonologisch kenmerk [-sonorant], dat wil zeggen, obstruenten, stemloos, en werkt ‘leeg’ op syllabe-finale obstruenten die onderliggend al stemloos zijn. De context waarin die verandering optreedt wordt aangegeven door het gedeelte van de regel na de schuine streep: de positie voor een rechtergrens van een lettergreep.
In een alternatieve beschrijving van Finale Verscherping wordt het kenmerk [+stem] verwijderd uit obstruenten die in een coda staan.
Zie (Booij (1995: 60), Ernestus (2000: hoofdstuk 7).
In deze beschrijving van Finale Verscherping is de band tussen de consonant met het kenmerk [-sonorant] en het kenmerk [+stem] doorgesneden. Een medeklinker met het kenmerk [-sonorant] wordt dan voorspelbaar stemloos gerealiseerd, tenzij deze in een omgeving staat waarin deze stemhebbendheid ontvangt van een aangrenzend klanksegment door Assimilatie van Stem.
Regel (1) hierboven verantwoordt niet dat ook meer dan één obstruent aan het eind van een lettergreep stemloos kan worden. Zo wordt het voltooid deelwoord verbaasd, onderliggend vərbaz-d (vergelijk de infinitiefvorm verbazen) uitgesproken als vərbast, met twee stemloze obstruenten aan het eind van het woord. We zien dit ook in de voorbeelden in Tabel 1:
Tabel 1. Stemloze obstruentclusters in coda’s van voltooide deelwoorden
voltooid deelwoord onderliggende vorm fonetische vorm
ge-krab-d ɣə-krɑb-d ɣəkrɑpt
ver-huis-d vər-hœyz-d vərhœyst
ge-beef-d ɣə-bev-d ɣəbeft
ge-zaag-d ɣə-zaɣ-d ɣəzaxt
De stemloosheid van de eerste obstruent in de woord-finale obstruentclusters in Tabel 1 volgt of uit de regel van Assimilatie van Stem, of uit een formalisatie van Finale Verscherping waarbij het kenmerk [+stem] uit alle obstruenten in de coda wordt verwijderd.
Verder lezen
Analyse zonder abstracte onderliggende vormen
Een analyse van Finale Verscherping zonder abstracte onderliggende vormen is ook mogelijk. In dat geval worden bijvoorbeeld de woorden hand en handen beide in hun fonetische vorm opgeslagen in het lexicon (Ernestus & Baayen 2007a,b).
Er zijn veel aanwijzingen uit taalpsychologisch onderzoek dat zowel enkel- als meervoudsvormen van woorden worden opgeslagen in het lexicon (Baayen et al. 2003). Maar hoe krijgen we dan de juiste fonologische vorm van een woord als handig, waarin ook de d optreedt? Waarom is het niet hantig?
Een mogelijk antwoord is dat we de onderliggende vorm uitrekenen als we die nodig hebben. Stel dat we het woord honderig zich gedragend als een hond willen maken (een woord dat trouwens op internet te vinden is). Omdat we hond en honden in ons lexicaal geheugen hebben, kunnen we vaststellen dat we uit moeten gaan van een allomorf van hond die eindigt op een d.
Het is ook mogelijk aan te nemen dat bij de keuze van de juiste allomorf analogie een belangrijke rol speelt. We kiezen dan voor honderig naar analogie van honden, beide gelede woorden met een klinker-initieel suffix. Dat betekent dat de bestaande betrekkingen tussen woorden en woordvormen in het lexicaal geheugen van de taalgebruiker sturend zijn bij de keuze van een allomorf.
In deze benadering fungeert de regel van Finale Verscherping als een redundantieregel. Dat wil zeggen dat het bestaan van Finale Verscherping in de grammatica van het Nederlands impliceert dat woordreeksen als hond, honden, en honderig, evenals hand, handen en handig als morfologisch gerelateerd kunnen worden beschouwd, ondanks het verschil in stemloosheid van de stamfinale medeklinker van deze woorden.
Zie Booij (2010: hoofdstuk 10) en Jackendoff & Audring (2020: 180-184).
Incomplete neutralisatie
Verdieping
Incomplete neutralisatie
Is een stemloos gemaakte onderliggend stemhebbende obstruent fonetisch identiek aan een onderliggend al stemloze obstruent? Met andere woorden: is de t in de fonetische vorm van bijvoorbeeld hand (onderliggend een d) identiek aan de t van kant, die onderliggend een t is? Ernestus & Baayen (2006) rapporteren over subtiele verschillen. Ze vonden dat de opheffing van de afsluiting in het mondkanaal van onderliggend stemhebbende woordfinale plofklanken significant korter is dan die van onderliggend stemloze plofklanken. Bovendien zijn coda’s met labiodentale of alveolaire fricatieven significant langer als ze onderliggend stemhebbend zijn. De fonemen v en z zijn dus langer dan f en s. Warner et al. (2006) vonden ook een verschil in klinkerlengte tussen klinkers die voorafgaan aan onderliggend stemhebbende obstruenten vergeleken met klinkers voorafgaand aan onderliggend stemloze obstruenten.
Er is discussie in de literatuur over hoe deze gegevens moeten worden geïnterpreteerd. Ernestus & Baayen (2007a,b) betogen dat de productie en perceptie van de stemloze obstruenten beïnvloed kan zijn door relaties met verwante woorden met een corresponderende stemhebbende obstruent. In zo’n analyse worden woordparen als hand hɑnthanden hɑndən opgeslagen in het lexicon, en kan de meervoudsvorm de uitspraak van de enkelvoudsvorm beïnvloeden. In de analyse van Van Oostendorp (2008) wordt er een formeel verschil gemaakt tussen een stemloos gemaakte obstruent en de stemloze tegenhanger, dus bijvoorbeeld tussen de stemloos gemaakte d versus de t.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    Interessante links