Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
24.4.2 De nevenschikking als onderwerp: congruentie met de persoonsvorm
Verder lezen
1
Als een nevenschikking in een zin de functie van onderwerp vervult, is het belangrijk het grammatische getal ervan te kennen, omdat het getal van het onderwerp het getal en dus de vorm van de persoonsvorm bepaalt.
Bestaat een nevenschikking uitsluitend uit meervoudige leden (afgezien van de onder 2, regel [3][c] genoemde gevallen), dan is het grammatische getal van die nevenschikking 'meervoud' en heeft de persoonsvorm dus de meervoudsvorm. Vergelijk (onderwerp en persoonsvorm zijn hier en verder gecursiveerd):
1aOuders of voogden dragen zorg voor de opvoeding van het kind.
bOuders of voogden draagt zorg voor de opvoeding van het kind.uitgesloten
Bestaat een nevenschikking uit een of meer meervoudige en een of meer enkelvoudige leden (afgezien van de onder 2, regel [3][c] genoemde gevallen), dan is een meervoudige persoonsvorm altijd mogelijk:
2De ouders of de voogd dragen zorg voor de opvoeding van het kind.
Voor bijzonderheden die zich in dit geval bij de voegwoorden en en of voordoen, wordt verwezen naar(25.1.2.1.3, categorie 3[5]), respectievelijk(25.4.2.1.4, sectie b).
2
Bestaat een nevenschikking uit enkelvoudige leden - afgezien van de onder 3 en 4 besproken gevallen -, dan kan het grammatische getal ervan 'meervoud' en 'enkelvoud' zijn, en de persoonsvorm dus een meervoudige of enkelvoudige vorm hebben. Hieronder volgen enkele regels die algemeen zijn, in die zin dat ze onafhankelijk zijn van het gebruikte verbindingsmiddel (al zullen in bepaalde constructies wel vooral bepaalde voegwoorden voorkomen). Regels die specifiek zijn voor het gebruikte verbindingsmiddel (voegwoord, reeksvormer of asyndeton), worden in de hoofdstukken 25 en 26 gegeven.
  1. Nevengeschikte onderwerpszinnen hebben in de rompzin altijd een enkelvoudige persoonsvorm. Voorbeelden:
    3Staat al vast wie er precies komen en wat die gaan spelen?
    4Hoeveel inbrekers er waren, hoe ze binnengekomen zijn, wat er precies gestolen is, enzovoort, is allemaal nog niet duidelijk.
    5Wat jij zegt of wat jij schrijft, interesseert me niet in het minst.
    6Dat hij op de plaats van de misdaad aanwezig was, maar dat hij toch niets gezien of gehoord zou hebben, lijkt verdacht.
  2. Nevengeschikte naamwoordelijke constituenten met niemand of niets als kern, of geen als deel van de determinator, hebben altijd een enkelvoudige persoonsvorm. Voorbeelden:
    7Niets of niemand werd gespaard.
    8Niemand uit onze klas en niemand uit de parallelklas is gezakt.
    9Er is in heel Nederland geen man en geen vrouw te vinden die zoiets goed zal keuren.
  3. Een enkelvoudige persoonsvorm komt ook voor bij onderwerpsnevenschikkingen die - in het algemeen gesproken - een enkelvoudige betekenis hebben. We kunnen hierbij de volgende gevallen onderscheiden.
    1. De leden noemen op meer dan één wijze één zelfstandigheid. Voorbeeld:
      10Het substantief of zelfstandig naamwoord wordt behandeld in [3].
    2. De leden noemen meer dan één zelfstandigheid, maar de werkwoordelijke constituent heeft slechts betrekking op één ervan. Voorbeeld:
      11Hier wordt óf koffie óf thee gedronken.
    3. De leden noemen meerdere zelfstandigheden die samen een eenheid vormen. In dit geval kunnen de leden ook enkel- en meervoudig, of alleen meervoudig zijn. Voorbeelden:
      12Blauw en groen is boerenfatsoen. (de combinatie blauw met groen)
      13Van Kooten en De Bie begint om vijf over negen. (het programma)
      14Spek en eieren mag dan lekker zijn, goed voor de lijn is het zeker niet. (het gerecht, de combinatie van spek met eieren)
      15Pepernoten en zilveruitjes lijkt me géén combinatie. (het mengsel)
      Vergelijk hiermee:
      16Blauw en groen staan je goed. (de beide kleuren)
      17Van Kooten en De Bie beginnen om vijf over negen. (de beide artiesten)
      18Spek en eieren zijn duurder geworden. (de beide produkten)
      19Pepernoten en zilveruitjes komen niet op het boodschappenlijstje voor. (de beide artikelen)
      Het betekenisverschil tussen 12 en 16, respectievelijk 14 en 18, respectievelijk 15 en 19, blijkt behalve uit de toevoeging tussen haakjes ook uit de formulering van de zin. Dit laatste geldt niet voor 13 en 17. Wie 13 zegt, gebruikt Van Kooten en De Bie als (één) aanduiding van een programma, wie 17 zegt, gebruikt deze nevenschikking als de (twee) namen van de optredende artiesten. Zowel van het programma als van de artiesten kan gezegd worden dat ze beginnen. De grens tussen nevenschikkingen waarvan de leden een eenheid vormen en die waarin dat niet het geval is, kan dus niet altijd duidelijk getrokken worden.
3
Is het onderwerp een gesplitste nevenschikking (zie [24.4.3]), dan bepaalt het getal van het vooropgeplaatste lid het getal van de persoonsvorm. Vergelijk:
20aCoen en Arien zijn hier geweest.
bCoen is hier geweest en Arien.
4
Een bijzonder geval vormt de onderwerpsnevenschikking waarvan de leden bestaan uit een persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud ( ik ) en een persoonlijk voornaamwoord van de tweede of derde persoon enkelvoud ( jij , hij , zij , het ). In de gevallen waarin het verbindingselement (volgens de in de hoofdstukken 25 en 26 vermelde regels) een meervoudige persoonsvorm vereist (zoals hebben in 21), of een persoonsvorm die voor de betrokken voornaamwoorden hetzelfde is (zoals moet in 22, dat zowel met hij als met ik gecombineerd kan worden), levert de congruentie geen moeilijkheden op, bijv.:
21Jij en ik hebben het tenslotte gedaan.
22Hij of ik moet de prijs gewonnen hebben.
Als er echter volgens deze regels een enkelvoudige persoonsvorm vereist is die in het enkelvoud vormverschil kent, en/of als er zowel een enkelvoudige als een meervoudige persoonsvorm gebruikt kan worden, is het onduidelijk welke vorm de juiste of de meest aanvaardbare is. Voorbeelden:
23aHij of ik heeft de prijs gewonnen.
bHij of ik heb de prijs gewonnen.
24aDe chef heeft gezegd dat jij of ik wel contact opneemt.
bDe chef heeft gezegd dat jij of ik wel contact opneem.
cDe chef heeft gezegd dat jij of ik wel contact opnemen.
In gevallen als deze is het daarom aan te bevelen de nevenschikking te splitsen (zie 25) of een andere constructie te gebruiken (bijv. 26):
25Hij heeft de prijs gewonnen of ik.vergelijk 23a en 23b
26De chef heeft gezegd dat een van ons tweeën wel contact opneemt.
5
Zoals hierboven vermeld, worden in de hoofdstukken 25 en 26 regels gegeven die specifiek zijn voor bepaalde voegwoorden en reeksvormers of voor de asyndetische verbinding. Die regels kunnen betrekking hebben op gevallen waarin een meervoudige of een enkelvoudige persoonsvorm verplicht is, of waarin beide mogelijkheden bestaan, al dan niet met voorkeur voor één van beide. Ook afgezien van de onder 2, regel [3][c], en 4 vermelde gevallen, lossen deze echter niet alle problemen op die zich in de praktijk kunnen voordoen. Ten dele ligt dit aan de verschillende interpretatiemogelijkheden die er kunnen zijn - zoals hierboven uiteengezet naar aanleiding van de voorbeelden 13 en 17 -, ten dele aan het individuele taalgevoel van de taalgebruikers.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links