Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
8.5 Voegwoordelijke bijwoorden
Verder lezen
1
Grammaticaal onderscheiden voegwoordelijke bijwoorden zich van nevenschikkende voegwoorden doordat ze volledig deel uitmaken van de zin. Ze kunnen op verschillende plaatsen in de zin voorkomen, terwijl nevenschikkende voegwoorden als zinsverbindende elementen als het ware tussen zinnen in staan [21.1.1.2/2].
Net als de voegwoorden leggen voegwoordelijke bijwoorden een logisch verband tussen twee zinnen of delen van zinnen. Hun betekenis is evenwel niet helemaal hetzelfde: vaak hebben ze een versterkend element. Dit blijkt hieruit dat ze met nevenschikkende voegwoorden gecombineerd kunnen worden.
Een aantal voornaamwoordelijke bijwoorden die een soortgelijke functie kunnen vervullen (daarom, daarbij), zijn hier op grond van hun vorm niet opgenomen [8.7].
Naar de aard van het verband onderscheidt men:
  1. aaneenschakelende voegwoordelijke bijwoorden (vergelijk [10.2]):
    bovendien, buitendien, daarenboven, eveneens, evenmin, hierenboven, ook, tevens, zelfs.
    Voorbeelden in zinnen zijn:
    1(Opa is te oud om mee te gaan.) Bovendien is hij ziek.
    2Hij is niet te oud en hij is evenmin te ziek.
  2. tegenstellende voegwoordelijke bijwoorden (vergelijk [10.2]):
    daarentegen, desalniettemin, desniettegenstaande, desniettemin, desondanks, echter, evenwel, integendeel, intussen (= 'nochtans'), niettemin, nochtans, nu, toch (beklemtoond).
    Voorbeelden in zinnen zijn:
    3Oma daarentegen is nog goed ter been.
    4(Is hij echt ziek?) Hij zag er nochtans gezond uit.formeel
    5Ze lijken op voegwoorden; hun betekenis is evenwel niet helemaal gelijk.
    Opmerking
    Verdieping
    Opmerking
    Wanneer nu als voegwoordelijk bijwoord voorkomt, is het gebruik van de informele nevenvorm nou (zie 8.3.2, opmerking 1) uitgesloten, bijv.:
    iaDit nu was niet het geval.
    bDit nou was niet het geval.uitgesloten
  3. gevolgaanduidende voegwoordelijke bijwoorden (vergelijk [10.2]):
    bijgevolg, derhalve, deswege, dus, dientengevolge.
    Voorbeeldzinnen zijn:
    6Met deze trein kan ik dus naar Arnhem?
    7(Nu wisten we het zeker.) Bijgevolg begaven we ons op weg.
  4. andere voegwoordelijke bijwoorden, met een redengevende of resumerende functie:
    althans, immers, overigens (= 'trouwens'), trouwens, toch (= 'immers'; onbeklemtoond).
    Voorbeeldzinnen zijn:
    8Ik heb het immers zelf gezien.
    9Ik geloof het trouwens zo wel.
2
Een aantal voegwoordelijke bijwoorden kan ook aan het begin van een zin voorkomen en wel in de aanloop (dus buiten de 'eigenlijke' zin [21.1.1.2/1]). Zo'n bijwoord is intonatief van de rest van de zin gescheiden door een korte pauze, meestal aangegeven door een komma. Voorbeelden zijn:
10Bovendien, opa is ziek.
11Immers, de meeste politici zijn bang voor gezichtsverlies.
12Trouwens, we hadden geen tijd.
Deze mogelijkheid bestaat verder nog bij althans, daarenboven, desondanks, dus , echter, evenwel, integendeel, intussen, niettemin, nochtans, overigens. Zie voor meer voorbeelden van het gebruik in de aanloop [21.8.2.4].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links