Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.6.7 Zelf
Verder lezen
Voorzover het als op zichzelf staand woord voorkomt, wordt het aanwijzend voornaamwoord zelf predicatief gebruikt als een soort bepaling van gesteldheid tijdens de handeling(zie 20.9.2, sectie 2, categorie [d]) bij substantieven en bij persoonlijke voornaamwoorden. Het wordt gebruikt om er de nadruk op te leggen dat de persoon of zaak waarnaar het verwijst, bedoeld wordt en geen andere. De betekenis kan meestal respectievelijk omschreven worden als 'in eigen persoon' en 'de zaak op zich'. (Op een vergelijkbare wijze gebruikt komt zelf voor bij wederkerende voornaamwoorden, al kan in dat geval de betekenis niet omschreven worden als zojuist aangegeven. Zie voor de zelf -vormen van het wederkerend voornaamwoord en het gebruik daarvan [5.3.2] en [5.3.4.3].)
Zelf kan meteen volgen op het substantief of het persoonlijk voornaamwoord waarop het betrekking heeft. In dat laatste geval worden het voornaamwoord en zelf meestal als één woord geschreven, net als bij het wederkerend voornaamwoord, bijv. ikzelf jijzelf wijzelf (het aan elkaar schrijven gebeurt alleen bij de volle vormen van het persoonlijk voornaamwoord) Zelf kan echter ook op een andere plaats in de zin staan. Zie de volgende voorbeelden:
1aMevrouw zelf kwam opendoen.
bMevrouw kwam zelf opendoen.
2We hadden op school wel bijbelse geschiedenis, maar de bijbel zelf hebben we nooit gelezen.
3aIkzelf schrijf geen boeken.
bIk schrijf zelf geen boeken.
cZelf schrijf ik geen boeken.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
In zinnen met een wederkerend voornaamwoord hoeft zelf niet per se op dat voornaamwoord betrekking te hebben. Vergelijk bijv. de volgende zinnen:
iDe patiënt scheert zich weer zelf, hij heeft geen hulp meer nodig van een verpleegster. ('de patiënt scheert zich eigenhandig/zelfstandig')
iiDe kapper scheert overdag zijn klanten en 's avonds zichzelf.
In zin i heeft zelf betrekking op het onderwerp (de patiënt), in zin ii niet (zichzelf is wederkerend voornaamwoord).
Als zich en zelf vlak na elkaar voorkomen, kan de bedoeling dus door het niet of wel aan elkaar schrijven tot uitdrukking gebracht worden. Zo komt iii overeen met i en iv met ii:
iiiHij scheert zich zelf.
ivHij scheert zichzelf.
Een archaïsche vorm van zelf is zelve, die ook voorkomt in de vaste uitdrukking Als niet komt tot iet, kent iet zichzelve niet.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links