Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.6.5 Het gebruik van degene, diegene, datgene
Verder lezen
De aanwijzende voornaamwoorden degene, diegene en datgene zijn altijd zelfstandig. Ze worden gevolgd door een beperkende betrekkelijke bijzin. Voorbeelden:
1Degene die dit voor het eerst gezien heeft, moet wel erg verbaasd geweest zijn.
2Je moet durven uitkomen voor datgene wat je gelooft.
Degene en diegene verwijzen naar personen, waarbij diegene nadrukkelijker is; datgene verwijst naar zaken. Als degene en diegene naar meer dan één persoon verwijzen krijgen ze in geschreven vorm een meervouds-n, bijv.:
3Degenen die willen, mogen wel meteen weggaan.
Deze aanwijzende voornaamwoorden worden vooral in geschreven taal gebruikt. In plaats van degene/diegene die komt ook wie en (hij) die voor; in plaats van datgene wat ook (dat) wat en hetgeen [5.8.5].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links