Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.5.1.5 Sjwa-invoeging
In consonantclusters die beginnen met l of r kan optioneel een sjwa worden ingevoegd. Hieronder volgen voorbeelden van de verschillende consonantclusters die zo worden aangepast:
Tabel 1. Sjwa-invoeging
consonantcluster woord woord met sjwa-invoeging
lm kalm kɑləm
rm arm ɑrəm
lp help hɛləp
rp harp hɑrəp
rf herfst hɛrəfst
lf elf, twaalf ɛləf, twaləf
lk melk mɛlək
rk werk wɛrək
lx alg ɑləx
rx erg ɛrəx
rn urn, hoorn ʏrən, horən
Dit proces van sjwa-invoeging wordt ook wel sjwa-insertie of sjwa-epenthese genoemd. Een vanouds gebruikte internationale term voor deze ingevoegde klinker, ontleend aan de grammatica van het Sanskriet is svarabhaktivocaal.
In de meeste gevallen is de klinker voorafgaand aan het consonantcluster ongespannen. Uitzonderingen zijn woorden als twaalf en hoorn en de plaatsnaam De Meern: hier treedt sjwa-invoeging op na een gespannen klinker.
Invoeging van een sjwa verhoogt het articulatiegemak, omdat dit type consonantcluster, in de meeste gevallen met twee verschillende articulatieplaatsen, een relatief hoge articulatie-inspanning vraagt. Die inspanning wordt door het opsplitsen van het cluster gereduceerd. Tegelijkertijd is het voordeel dat er op deze manier lettergrepen worden gecreëerd waarin klinkers en medeklinkers elkaar afwisselen, het type syllabe dat het gemakkelijkst te verwerken is door de luisteraar.
Zie Kuijpers et al. (1996), Van Donselaar et al. (1999).
Sjwa-invoeging vindt niet plaats als de medeklinker na de l of r een alveolaire obstruent is. Er vindt dus geen sjwa-invoeging plaats in woorden als hart, hard, hars, halt, en hals.
Kan er ook een sjwa worden ingevoegd als het consonantcluster heterosyllabisch is, bijvoorbeeld in werken? Er zijn sprekers die dat doen. Een paar voorbeelden zijn:
Tabel 2. Sjwa-invoeging in heterosyllabische clusters
woord canonieke vorm met sjwa-insertie
erker ɛrkər ɛrəkər
tulpen tʏlpən tʏləpən
werken wɛrkən wɛrəkən
De insertie vindt hier plaats binnen een trochee, een voet bestaande uit een beklemtoonde en een onbeklemtoonde syllabe.
Dit is het voorstel van Gussenhoven (1993).
Als dit het domein is van sjwa-invoeging, dan zou deze ook plaats moeten kunnen vinden in een trocheïsch woord als polka: pɔləka. Heterosyllabische sjwa-invoeging maakt een sterkere indruk van informeel taalgebruik. Het kan ook zijn dat voor sommige sprekers de sjwa in bijvoorbeeld werk al deel is geworden van de lexicale representatie, dus wɛrək. Daardoor treedt deze dan ook categorisch op in werken.
Zowel de r als de l kunnen een meer vocalische realisatie krijgen (zie paragrafen 1.2.4.6 en 1.2.4.7). De zogenaamde Gooise r na een klinker klinkt als een j, en na dat type r vindt vrijwel geen sjwa-invoeging plaats (Kloots et al. (2009: 48)). Ook de l kan in een coda vocalisch worden gerealiseerd, als een w zoals in meel dat kan klinken als meeuw (Hinskens 2020: 16) (zie 1.2.4.6. Dan zal sjwa-invoeging ook niet of nauwelijks optreden. En omgekeerd: bij sjwa-invoeging staat de l in een aanzet, en wordt dan niet als een donkere l, maar als een lichte l gerealiseerd. (Warner et al. 2001).
Sjwa-invoeging is een variabel proces. De toepassing ervan wordt door verschillende factoren bepaald. Naast spreekstijl en geografische herkomst speelt ook leeftijd een rol: oudere sprekers passen dit proces vaker toe dan jongere.
Vooral bij jonge vrouwen in Nederland komt weinig sjwa-invoeging voor, zie Kloots et al. (2009: 60).
De rol van ritme bij sjwa-invoeging
Verdieping
De rol van ritme bij sjwa-invoeging
Volgens Kuijpers & Van Donselaar (1997) speelt ook het ritme van een taaluiting een rol bij de toepassing van sjwa-invoeging, een proces dat een extra syllabe creëert. Ze contrasteerden bijvoorbeeld in een experiment zinnen als de volgende, waarin een fonetische vorm van het woord tulpen moest worden ingevoegd:
iaIn ’t tuintje van de buren bloeien rode …
bGisteren kochten we samen de andere …
In zin (a) bleek een voorkeur voor het word tulpen zonder sjwa-invoeging, in zin (b) voor een variant van tulpen met sjwa-invoeging, dus met de fonetische vorm tʏləpən. In zin (a) gaat aan het woord tulpen een trochee vooraf, en dus wordt voor tulpen ook bij voorkeur de trocheïsche vorm, zonder sjwa, gekozen. In zin (b) is andere een reeks van een beklemtoonde syllabe gevolgd door twee onbeklemtoonde, en de vorm tʏləpən heeft dan ook die ritmische structuur.
Literatuur
Gussenhoven (1993), Booij (1995), Kuijpers et al. (1996), Kuijpers & Van Donselaar (1997), Van Donselaar et al. (1999), Warner et al. (2001), Kloots et al. (2002), Kloots et al. (2004), Kloots et al. (2018), Hinskens (2020).
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij oktober 2020
    Interessante links