Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
23.3.2 Ja/nee-vragen
Verder lezen
1
Op ja/nee-vragen (ook wel twijfelvragen genoemd) kan altijd ja of nee geantwoord worden, hoewel meestal ook een ander antwoord mogelijk is. De zinnen hebben meestal een voor-pv (zinstype 1b: persoonsvorm als eerste zinsdeel; zie hierover verder [21.2.3.1]). Voorbeelden:
1Werkt hij hier al lang?
2Zou de rector het gevaar wel zien?
Soms wordt door de vorm van een ja/nee-vraag het antwoord gesuggereerd. Bevat de vraag een onbeklemtoond ontkennend woord (niet, geen, niets, enz.), dan is het verwachte antwoord meestal bevestigend. Bevat de vraag het onbeklemtoonde bevestigende wel, dan is het verwachte antwoord meestal ontkennend. De suggestie wordt meestal ondersteund door context en/of situatie. Voorbeelden:
3Is dat niet de vader van Sáskia? (verwacht antwoord: ja)
4Bent u geen léraar geweest? (verwacht antwoord: ja)
5Heb je daar niets over in de kránt geschreven? (verwacht antwoord: ja (daar heb ik over geschreven))
6Heb je die brief wel gepóst? (verwacht antwoord: nee)
Zie voor meer voorbeelden [29.4.1/2].
Worden de ontkennende of bevestigende woorden in de bovenstaande zinnen beklemtoond, dan hebben we te maken met neutrale vragen. Een beklemtoonde ontkenning kan ook wel een ontkennend antwoord suggereren, maar dat is toevallig: van een bepaalde intonatie en/of context en/of situatie kan altijd een antwoordsuggestie uitgaan, ook zonder dat er ontkennende of bevestigende woorden in het spel zijn. Vergelijk met de zinnen 3 en 4:
7(Op ongelovige toon uitgesproken: ) Is dát de vader van Saskia? (verwacht antwoord: nee)
8(U kunt alles zo duidelijk uitleggen, ) bent u léraar geweest? (verwacht antwoord: ja)
2
Soms zijn ja/nee-vragen naar de vorm niet te onderscheiden van een mededelende zin; door de intonatie (in geschreven taal door een vraagteken) moet dan blijken dat de taaluiting als vraag bedoeld is, bijv.:
9Uw ouders zijn allebei overleden?
10Het is vandaag de zestiende?
In zulke gevallen kunnen ook enkele andere onbeklemtoonde woorden dan die welke hierboven genoemd zijn, met name immers, toch en zeker (eventueel met elkaar gecombineerd), een bevestigend antwoord suggereren. Voorbeelden:
11Zij zal het wel weten, ze is er immers zelf bíj geweest? (verwacht antwoord: ja)
12Hij had al lang klaar moeten zijn: hij heeft toch (zeker) tijd genóeg gehad? (verwacht antwoord: ja)
13Het lícht is zeker uitgevallen? (verwacht antwoord: ja)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links