Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
9.2.1 Achterzetselconstituenten: functie in de zin
Achterzetselconstituenten fungeren vaak als (verplichte) bepaling van richting. Daarnaast zijn er achterzetselconstituenten die we als bepaling van plaats kunnen opvatten en achterzetselconstituenten die fungeren als tijdsbepaling of zinsdeelstuk.
Verder lezen
Achterzetsels in een bepaling van richting
Achterzetselconstituenten fungeren vaak als verplichte bepaling van richting. Ze beschrijven het pad waarlangs iets of iemand beweegt: dat kan de referent van het onderwerp zijn, zoals in (1), of die van het lijdend voorwerp, zoals in (2). Of ze beschrijven de richting van een blik, of een pad waarlangs geluid zich voortbeweegt, zoals in (3).
1Referent van het onderwerp beweegt langs het pad
aHaar jongste dochter kwam de kamer binnen.
bWanneer gaan we de berg op?
cVlug loopt hij de gang door.
dEen grijze kat sluipt de straat over en verdwijnt achter een staldeur.
2Referent van het lijdend voorwerp beweegt langs het pad
aBij de Spelen van Barcelona droeg kroonprins Felipe … de vlag het stadion binnen.
b[H]oe kun je de sneeuwbal de berg op rollen?
cElk jaar helpen we ... meer dan tweehonderd dieren de straat over.
dAls ze bijna bij het podium zijn, duwen lijfwachten de president de zaal uit.
3Perceptie of sensatie via het pad
aEen beetje verlegen kijken de gasten de keuken rond.
bHij staart de donkere gang in.
cDegenen die geen wacht hebben, … turen de golven af naar dolfijnen.
dDe speler roept gillend het veld over om zijn ouders te briefen.
Achterzetsels in een bepaling van plaats
In beperkte mate kunnen achterzetselconstituenten ook dienst doen als bepaling van plaats. Daarbij wordt wel altijd het idee van een pad opgeroepen. Iets of iemand bevindt zich bijvoorbeeld aan het eind van het pad dat de achterzetselconstituent beschrijft, zoals in (4). Vaak heeft diegene dat pad ook zelf afgelegd, zoals in (4b) en (4d), of moeten we het pad in gedachte volgen om tot die locatie te komen, zoals in (4a).
4Locatie aan het eind van het pad
aDieper het bos in ligt … een aan flarden gescheurd nummer van het tijdsch[r]ift Passie.
bHet boekje is het verslag van de eerste grote autoreis van de schrijver door Frankrijk. Voorbij Bouillon, nauwelijks de grens over, klaagt Buysse dat hij zo weinig kinderen ziet.
cEenmaal het centrum uit, is er meer ruimte voor de tram.
dIk heb een hekel aan files en druk verkeer, dus zorg ik ervoor dat ik vóór 7 uur de Boomsesteenweg af ben.
Iets kan zich ook uitstrekken langs het pad, zoals in (5). Merk op dat de catwalk en asfaltbaan in werkelijkheid niet bewegen, maar hun vorm en oriëntatie ten opzichte van het referentieobject wordt beschreven door middel van een bewegingswerkwoord (zigzaggen en kronkelen) en een achterzetselconstituent.
5Langwerpig voorwerp strekt zich uit langs het pad
a[E]en ellenlange catwalk zigzagde de zaal in.
bHet busje stopt in een van de bochten. De asfaltbaan kronkelt de helling op.
Achterzetsels in een bepaling van tijd
Sommige achterzetsels komen ook voor in bijwoordelijke bepalingen van tijd, namelijk door, rond en de combinatie ... in … uit. Zij geven een periode aan waarin iets voortduurt of herhaaldelijk gebeurt.
6Temporeel
aVroeger luisterde ik de hele dag door naar klassieke muziek.
bDeze dikke puree … is een lekkernij die in de Provence het hele jaar rond wordt gegeten.
cVorige zomer trokken deze demonstraties week in week uit tienduizenden mensen.
Het patroon ... in ... uit kan overigens ook ruimtelijk gebruikt worden, zoals in Terwijl hij maar voortslenterde, straat in straat uit, bekroop hem een gevoel van eenzaamheid.
Achterzetsels in een zinsdeelstuk
In beperkte mate komen achterzetsels ook voor in zinsdeelstukken, namelijk bepalingen bij een zelfstandig naamwoord dat een route of reis uitdrukt, zoals trap, pad, weg, taxi- of busrit en tocht in (7):
7Bij zelfstandige naamwoorden die een route of reis uitdrukken
aDe stenen trap de berg op is steil en lijkt eindeloos.
bOp een enorm veld met koolzaad …volgt een smal pad het bos in.
cMaar de negentiende eeuw wordt het beste bewaard op een bizarre plek ...: achter het gereedschapsverhuurbedrijf Kiloutou, boven een drukke weg de stad uit, in Bougival.
d[D]e prijzen voor een taxi- of busrit de grens over swingden de pan uit, terwijl de meeste Irakezen op zwart zaad leven.
eChauffeurs moeten rekening houden met een langdurige tocht de berg af.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. Beliën januari 2021
    Interessante links