Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
23.1 Algemene inleiding
Verder lezen
Zinnen kunnen ingedeeld worden naar de functie die ze vervullen in het communicatieproces, dat wil zeggen datgene wat zich afspeelt tussen spreker en toegesprokene. We onderscheiden in dit verband de volgende communicatieve functies:
  • mededeling
  • vraag
  • bevel.
Een mededeling is een taaluiting waarbij een spreker zich richt tot een of meer toegesprokenen en in principe geen reactie verwacht. Een vraag is een taaluiting waarop een antwoord verwacht wordt; in geschreven taal wordt een vraag gevolgd door een vraagteken. Een bevel is een taaluiting waarop een reactie in de vorm van een bepaalde gedraging wordt verwacht; in geschreven taal komt achter een bevel in veel gevallen een uitroepteken.
Deze omschrijvingen zijn slechts globaal. Dat er na een mededeling in principe geen reactie verwacht wordt, wil bijv. niet zeggen dat er op een mededeling niet dikwijls gereageerd zal worden, bijv. met: O of Ik zal het noteren of Dat is leuk! Een vraag kan bijv. bedoeld zijn om niet zozeer een antwoord als wel een gedraging uit te lokken, bijv.:
1Wil je het raam even dichtdoen?
en dus het karakter van een afgezwakt bevel hebben. Een bevel kan tevens een mededeling zijn, of omgekeerd; vergelijk bijv.:
2Schrijf in je agenda voor morgen: oefening 24 maken.
3Het schriftelijk huiswerk voor morgen is oefening 24.
Zo zijn er allerlei schakeringen van de communicatieve functionaliteit mogelijk.
In de hieronder volgende paragrafen en subparagrafen worden de voornaamste kenmerken van mededelende, vragende en bevelende zinnen behandeld, vooral voorzover ze van belang zijn voor de in dit boek beschreven grammaticale verschijnselen.
In het algemeen kan nog worden opgemerkt dat de genoemde zinnen ook altijd onvolledige zinnen (zie [19.4]) kunnen zijn. Voorbeelden:
4A: Waar staat je auto? B: Op de parkeerplaats. (mededeling)
5A: Waar precies? (vraag)reactie op 4
6En nu allemaal naar bed. (bevel)
In een aparte paragraaf ( [23.5]) wordt aandacht besteed aan verschillende categorieën zinnen die we onder het overkoepelende begrip 'uitroepende zinnen' samengebracht hebben. Het gaat daarbij niet om één welbepaald communicatief type zoals in de gevallen hierboven, maar om zinnen die naargelang van de situatie één van de genoemde communicatieve functies kunnen vervullen.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links