Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.4.5.2 De allomorfie van het verkleinwoordsuffix
De allomorfie van het verkleinwoordsuffix kan worden gezien in de volgende verkleinwoorden:
Tabel 1.
allomorf -je (na plof- en wrijfklanken) lip-je,krib-je;
kant-je, hand-je;
hek-je, tak-je;
lief-je, druif-je;
klas-je, kaas-je;
lach-je, dag-je.
allomorf -etje (na een nasaal of liquida voorafgegaan door een ongespannen klinker met primaire of secundaire klemtoon) bómm-etje, stómm-etje, verdómmetje;
bónn-etje, bonbónn-etje, románn-etje, báritònn-etje, gámelànn-etje, cátamarànn-etje;
ríng-etje, seríng-etje, léérlìng-etje, wándelìng-etje, bóémeràng-etje;
béll-etje, libéll-etje, kristáll-etje, caraméll-etje;
tórr-etje, bazárr-etje, sámowàrr-etje.
allomorf -pje (na een m, behalve in de context waar ­etje vereist is) riempje, lichaam-pje, bodem-pje, helm-pje, album-pje.
allomorf -kje (na een ŋ behalve in de context waar -etje vereist is) konin-kje, palin-kje, harin-kje.
allomorf -tje in alle overige gevallen ree-tje, stroo-tje, ei-tje, touw-tje, leeuw-tje, maan-tje, traan-tje, wiel-tje, dier-tje, doctor-tje, professor-tje.
Bij de allomorf -etje is aangegeven welke lettergrepen primaire of secundaire klemtoon dragen. In het woord bariton bijvoorbeeld draagt de eerste lettergreep de hoofdklemtoon, en de laatste syllabe een secundaire klemtoon, die het effect is van een ritmische regel van klemtoontoekenning die zorgt voor een afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Dit verklaart het verschil in allomorfkeuze tussen doctor-tje en boktorr-etje. Doctor is een woord met klemtoon op de eerste lettergreep; boktor is een samenstelling waardoor ook tor een (secundaire) klemtoon draagt; in het woord leerling draagt het suffix -ing, dat een zelfstandig prosodisch woord vormt, ook secundaire klemtoon, vandaar het verkleinwoord leerlingetje.
Trommelen (1984: 48) merkt op dat sommige taalgebruikers de allomorf -etje ook gebruiken voor tweelettergrepige woorden als wígwam en kámpong: wigwammetje, kampongetje. Deze woorden komen inderdaad voor op het internet. Dit is verklaarbaar als die taalgebruikers de laatste lettergreep van deze woorden een secundaire klemtoon geven. Omgekeerd komen varianten als kauwgom-pje en leerlin-kje voor. Dit zou er op kunnen wijzen dat de desbetreffende taalgebruikers deze woorden als ongeleed beschouwen, waardoor er geen secundaire klemtoon op de tweede lettergreep komt (Van der Hulst 2008).
De allomorfie van het verkleinwoordsuffix kan voor een deel worden begrepen uit de fonologie van het Nederlands. De keuze van de allomorfen -pje en -kje zorgt ervoor dat er overeenkomst is in articulatieplaats tussen de beginmedeklinker van het suffix en de slotmedeklinker van de stam, een geval dus van assimilatie van articulatieplaats die zich ook voordoet bij nasale medeklinkers. De keuze voor -je na een stam-finale obstruent zorgt ervoor dat complexe consonantclusters worden vermeden: woorden als *liptje of *hektje zouden moeilijk uitspreekbaar zijn. De vermijding van zulke clusters blijkt ook uit het feit dat het verkleinwoord kastje doorgaans dezelfde fonetische vorm krijgt als kasje, namelijk kɑsjə of kɑʃə.
Vanwege die fonologische gemotiveerdheid van de allomorfie van het verkleinwoordsuffix is wel voorgesteld om uit te gaan van een onderliggende vorm /tjə/, en de andere vier allomorfen daarvan af te leiden door middel van fonologische regels, die worden geconditioneerd door het morfologisch kenmerk [verkleinwoord].
De hier besproken fonologische variatie doet zich ook voor bij een verwant suffix, het adverbiale suffix -tjes, dat ook de allomorfen -jes, -etjes en -pjes kent:
1gewoon-tjes, zacht-jes, still-etjes, stiekem-pjes
Enkele woorden hebben naast de verwachte allomorf nog een tweede vorm met een andere allomorf:
Tabel 2. Onregelmatige verkleinwoorden
grondwoord regelmatige vorm onregelmatige vorm
bloem bloem-pje bloem-etje
brug brug-je brugg-etje
heg heg-je hegg-etje
Jan Jan-tje Jann-etje
kip kip-je kipp-etje
weg weg-je wegg-etje
wiel wiel-tje wiel-etje
Bij het woordpaar bloem-pje / bloem-etje is er betekenisverschil in die zin dat alleen bloemetje gebruikt kan worden om een boeket bloemen aan te duiden.
Eén onderliggende vorm voor de allomorfen van het verkleinwoordsuffix?
Verdieping
Eén onderliggende vorm voor de allomorfen van het verkleinwoordsuffix?
Er is een uitvoerige discussie in de literatuur over de mogelijke manieren waarop de allomorfen van het verkleinwoordsuffix fonologisch zouden kunnen worden afgeleid van één onderliggende vorm: Gussenhoven (1978), Trommelen (1984), Van der Hulst 1984), Booij (1995), Van de Weijer (2002), Van der Hulst (2008).
Verder lezen
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links