Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
17.1.2.2.2 In het middenstuk
In het middenstuk, tussen de twee polen, sluit een adpositie met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement dicht aan bij de tweede pool. Als het voornaamwoordelijk bijwoord ook in het middenstuk staat, gaat het ofwel direct aan de adpositie vooraf, zoals in (1), of staan er één of meer woorden tussen, zoals in (2). De polen zijn gemarkeerd met verticale strepen; in sommige voorbeelden is de tweede pool leeg (|Ø|):
1Direct opeenvolgend in het middenstuk
aDe ziekte is hoogst zeldzaam: slechts 1 à 2 mensen op de miljoen |lijden| eraan |Ø|.
bMijn katten |schrikken| nergens van |Ø|.
cWe |zullen| onze inkomsten toch ergens vandaan |moeten halen|, ook na de crisis.
2Onderbroken in het middenstuk
a[V]eel ouders waren bang |dat| hun kinderen er wellicht ook aan |zouden lijden|.
bIk |schrik| nergens meer van |Ø|.
cZodoende heeft MVV nog twee weken de tijd |om| ergens 1,5 miljoen euro vandaan |te halen|.
Deze 'scheidbaarheid' van de adpositie en het voornaamwoordelijk bijwoord is niet typisch voor constituenten. Het roept de vraag op of we ze überhaupt wel als constituenten moeten zien. Dat doen we hier wel: de adpositie is de kern en heeft het voornaamwoordelijk bijwoord als complement. In gevallen zoals (2) noemen we de constituent 'discontinu': de constituent wordt onderbroken door één of meer woorden die geen onderdeel zijn van de constituent. In (2a) en (2b) zijn dat bijwoordelijke bepalingen (wellicht ook en meer); in (2c) een lijdend voorwerp (1,5 miljoen euro).
Wat beregelt de volgorde in deze gevallen? Wanneer staan het voornaamwoordelijk bijwoord en de adpositie direct naast elkaar in het middenstuk, en wanneer komt er iets tussen? Daar gaat deze paragraaf op in. We noemen eerst twee gevallen waarin het voornaamwoordelijk bijwoord en de adpositie sowieso direct naast elkaar staan. Daarna kijken we naar de volgordemogelijkheden in combinatie met bijwoordelijke bepalingen, zoals in (2a) en (2b), en met een direct object, zoals in (1c) en (2c). Tenslotte bespreken we gevallen waarin de adpositieconstituent bij een adjectief of een zelfstandig naamwoord hoort, zoals in Burgers zijn daar ontevreden over en Ieder mens heeft wel ergens last van.
Verder lezen
Direct naast elkaar als enige mogelijkheid
Als het middenstuk alleen maar uit een adpositie en een voornaamwoordelijk bijwoord bestaat, zoals in (3), en (1a) en (1b) hierboven, staan ze natuurlijk direct naast elkaar. Er zijn dan geen andere woorden die er überhaupt tussen zouden kunnen staan.
3aHet [nieuwe gebouw] staat er bijna als een middeleeuwse toegangspoort. Je |moet| eronderdoor |rijden| om Antwerpen binnen te komen.
bJe |moet| ergens in |geloven|.
cOnze klanten |komen| overal vandaan |Ø|.
Daarnaast bestaan er combinaties van adposities en voornaamwoordelijke bijwoorden die altijd direct naast elkaar staan. Het zijn combinaties die verbanden tussen zinnen uitdrukken, zoals redengevend daarom in (4a) en temporeel ervoor in (4b):
4aHij wilde de aftakeling door de beenmergkanker voor zijn en koos daarom bewust voor euthanasie.
bHet weekblad Demain, dat ... een aantal spotprenten over de vorst afdrukte, was kort ervoor al verboden.
In combinatie met een bijwoordelijke bepaling
Zoals we hierboven al zagen, kan een bijwoordelijke bepaling tussen het voornaamwoordelijk bijwoord en de adpositie in staan. In gevallen met het voornaamwoordelijk bijwoord er is dat een veelgebruikte volgorde, zoals in (5), steeds met de bijwoordelijke bepaling misschien.
5aIk ken geen enkele andere stad die zo mooi vormgegeven is als Leuven. Alleen Cambridge kan er misschien aan tippen.
bMijn oudste dochter kan er misschien door gered worden.
cZelfs de elektrische lading van onweerswolken kan er misschien mee verklaard worden.
dHad er toen in de buurt een raam opengestaan, dan was ik er misschien uit gesprongen.
Als onbeklemtoond voornaamwoordelijk bijwoord staat er links in het middenstuk, en de adpositie staat zoveel mogelijk rechts. De volgorde waarin het bijwoord volgt op er en de adpositie, is niet goed mogelijk, bijvoorbeeld Alleen Cambridge kan eraan misschien tippenuitgesloten. Het bijwoord vóór de combinatie gaat al beter, zoals Alleen Cambridge kan misschien eraan tippentwijfelachtig. Maar toch lijken de volgordes in (5) het meest voor te komen.
De voornaamwoordelijke bijwoorden hier en daar kunnen wel beklemtoond worden en laten ruimere volgordemogelijkheden zien. In (6) bijvoorbeeld wordt het middenstuk gevormd door het voorzetselvoorwerp hierop en de bijwoordelijke bepaling positief. De meest voorkomende volgordes zijn die in (6a) en (6b), met het voornaamwoordelijk bijwoord hier geheel links in het middenstuk. Mogelijk krijgt positief in (6b) meer nadruk dan in (6a), volgens het links-rechtsprincipe: nieuwe informatie staat zoveel mogelijk rechts in de zin. De volgorde in (6c) komt wel voor, maar is niet zo heel frequent.
6aDe werkgroep heeft hier positief op gereageerd.
bEen aantal supermarkten heeft hierop positief gereageerd.
cBouterse heeft positief hierop gereageerd.
De voorbeelden in (7)-(9) illustreren de variatie in volgordes bij daar als voornaamwoordelijk bijwoord. In de a-zinnen staat de bijwoordelijk bepaling steeds tussen voornaamwoordelijk bijwoord en adpositie in. Dit lijkt wel een veel voorkomende volgorde. Maar daarnaast treffen we in sommige gevallen dus ook nog andere volgordes aan: in de b-zinnen volgt de bijwoordelijke bepaling namelijk het voornaamwoordelijk bijwoord en adpositie en in de c-zinnen gaat die eraan vooraf.
7aAls we van profvoetballers verwachten dat ze én presteren op het veld én zich voorbeeldig gedragen daarbuiten, moeten we hen daar ook bij helpen.
b[A]an de moord [is misschien] een wekenlange voorbereiding voorafgegaan. Mogelijk is [de verdachte ...] daarbij ook geholpen door anderen.
cDe zwangere, verslaafde vrouw krijgt begeleiding bij het afkicken ...  Als er andere problemen zijn, zoals geen vaste woonplaats of schulden, dan wordt de vrouw ook daarbij geholpen.
8aWildplassende vrouwen ... zullen de eventuele boete die ze daarvoor krijgen, niet betalen ... We zullen hen daar in ieder geval toe oproepen.
b Ik heb gehoord dat de kans groot is dat de gemeente dat zal doen. Wij roepen hen daartoe in elk geval op.
cIk noteer dat de burgemeester van Oud-Heverlee nu mee zal pleiten voor het afsluiten [van die drukke weg door het bos]. Ik zal hem in ieder geval daartoe oproepen.
9a[Ik blijf] verwijzen naar wat ik daar eerder over gezegd heb.
bWaarom ruilde Electrawinds Brugge voor Oostende? Vande Lanotte ... zei daarover eerder ... dat de gebroeders Desender (de stichters van Electrawinds) in Brugge werden weggepest.
c[Hij] lijkt de laatste jaren zielenrust, zelfs levenslust te hebben gevonden. De gouden formule daarvoor, zo zei hij eerder daarover, bleek even simpel als doeltreffend: hij leerde zichzelf te negeren.
Zeker in (7), met de bijwoordelijke bepaling ook, gaat het verschil in volgorde ook gepaard met een verschil in betekenis. Dat verschil heeft te maken met waar ook precies op slaat. In (7a) moeten we niet alleen bepaalde verwachtingen hebben, maar ook helpen die te verwezenlijken. In (7b) wordt een reeks mogelijkheden gegeven en één daarvan is dat er hulp was van anderen. En in (7c) wordt er niet alleen geholpen bij het probleem 'verslaving', maar ook bij andere problemen. Merk op dat de klemtoon ook anders is: in (7c) wordt het voornaamwoordelijk bijwoord beklemtoond, ook dáárbij geholpen, terwijl dat niet zo is in (7a) en (7b).
In combinatie met een direct object
Een ander type zinsdeel dat tussen het voornaamwoordelijk bijwoord en de adpositie in kan staan, is het direct object (lijdend voorwerp). De a-zinnen in (10)-(12) hieronder illustreren dat: het voornaamwoordelijk bijwoord staat daarin links in het middenstuk, de adpositie rechts, en het direct object ertussenin:
10aAuteurs gaan aan de slag met losse elementen uit sprookjes en |geven| er een eigen draai aan |Ø|.
bVaak zie ik modellen die ik wil maken, maar dan |geef| ik mijn eigen draai eraan |Ø|.
11aZodoende heeft MVV nog twee weken de tijd |om| ergens 1,5 miljoen euro vandaan |te halen|.
bWe |zullen| onze inkomsten toch ergens vandaan |moeten halen|, ook na de crisis.
12aIk |krabbel| overal steekwoorden op |Ø|. Aan het einde van de dag zit er van alles in mijn jaszak: bierviltjes, reepjes krant en zelfs toiletpapier.
b[C]onsumenten |willen| hun muziek overal op |kunnen afspelen|, waar ze ook zijn.
Hoewel de volgorde in de a-zinnen het meest lijkt voor te komen, vinden we ook wel gevallen zoals in de b-zinnen. Hierin staat de adpositie nog steeds uiterst rechts in het middenstuk, maar gaat het voornaamwoordelijk bijwoord daar direct aan vooraf, met het direct object daar weer voor.
We kunnen tussen (11a) en (11b) het volgende verschil observeren: in (11b) ligt de nadruk op ergens; dat er inkomsten moeten zijn, wordt al verondersteld. De nieuwe informatie ligt dus in ergens vandaan, wat dan volgens het links-rechtsprincipe na het al bekende onze inkomsten wordt geplaatst. In (11a) is juist het direct object, 1,5 miljoen euro, specifieker en nieuwswaardiger dan de 'vindplaats' of bron, waar dan ook, die met ergens wordt uitgedrukt.
Een derde mogelijkheid ontbreekt in (10)-(12), namelijk de volgorde waarin het direct object na de adpositie komt. Die volgorde klinkt niet goed: ik geef eraan mijn eigen draai , om ergens vandaan 1,5 miljoen euro te halen of Ik krabbel overal op steekwoorden. Toch is die volgorde in andere gevallen niet uitgesloten, zoals (13b) laat zien.
13aMensen roepen maar wat, en |kunnen| daar veel schade mee aan|richten|.
bDe vlieger is zich er heel goed van bewust dat hij een bom bij zich heeft en |dat| hij daarmee veel schade ... |kan aanrichten|.
Bij een adjectief
Adpositieconstituenten met een voornaamwoordelijk bijwoord als complement kunnen als voorzetselvoorwerp dienen bij werkwoordelijke en naamwoordelijke gezegdes. Als het naamwoordelijk deel van het gezegde een adjectief is, kan dat adjectief tussen voornaamwoordelijk bijwoord en adpositie in staan, zoals in (14).
14aAndere Cubanen vinden het jammer dat ze geen geld meer kunnen sturen, omdat hun familieleden er afhankelijk van zijn.
bZo stapte zij ... in de politiek. Een beroepskeuzetest had uitgewezen dat ze hier geschikt voor zou zijn.
cVijftigplussers hebben een actief seksleven en zijn daar tevreden over.
d[N]iemand is er gebaat bij als de koopkracht zal dalen.
Deze adjectieven met hun vaste voorzetsels - afhankelijk van, geschikt voor, (on)tevreden over en gebaat bij - laten ook de volgorde zien als in (15), waarin ze vooraf worden gegaan door voornaamwoordelijk bijwoord en adpositie:
Ook komt de volgorde voor waarin het adjectief gevolgd wordt door het voorzetselvoorwerp. Mogelijk is dit een volgorde die meer in België, in Suriname en op de Antillen voorkomt dan in Nederland.
ia[Het zijn] soorten die niet in het gebied broeden maar toch afhankelijk ervan zijn.Internet, geraadpleegd 5 juli 2020 
bOp internationaal gebied is er wel veel activiteit en ontwikkelingen op het gebied van zonne-energie. Het klimaat op Curaçao is ook uitermate geschikt hiervoor.
cEen ander knelpunt is de samenwerking tussen de zaakvoerders. Slechts 42 procent van de ondervraagden is tevreden daarover.
15aDe beperking van het watergebruik kan zware gevolgen hebben, onder meer voor vele honderden bedrijfjes die ervan afhankelijk zijn, zoals auto- en ramenwassers.
b„We willen wat elektrisch rijden betreft internationaal voorop gaan lopen”, zei de premier. Nederland is hiervoor geschikt door de korte afstanden, de vlakke wegen en de goede stroomvoorziening. 
cWellicht verklaart dat ook de lage score voor werken en ondernemen in eigen streek. Slechts 33,8 procent is daarover tevreden.
d[N]iemand is erbij gebaat als straks onverwacht een stadion voortijdig leegstroomt, opgefokt over een afgebroken wedstrijd.
Andere adjectieven staan vrijwel altijd tussen het voornaamwoordelijk bijwoord en adpositie in, zoals in (16), terwijl weer andere het voorzetselvoorwerp juist vrijwel nooit onderbreken, zoals die in (17).
Deze adjectieven verschillen op grofweg dezelfde manier als het gaat om hun voorzetselvoorwerpen (zonder voornaamwoordelijk bijwoord) op de laatste zinsplaats, dus ná de tweede pool: als het adjectief vaak tussen voornaamwoordelijk bijwoord en adpositie in staat, vinden we het voorzetselvoorwerp op de laatste zinsplaats, en andersom (Van Canegem-Ardijns 2006). Dus bijvoorbeeld wél 'extrapositie' bij blij met, maar niet bij bereid tot. Van Canegem-Ardijns geeft de voorbeelden |dat| de Amerikaanse regering zelfs al blij |zou zijn| met een symbolische aanwezigheid van West-Europese grondtroepen in het Midden Oosten en ... |zou| de regering tot concessies bereid |zijn|.
16Onderbroken: adjectief ertussen
aNiet iedereen is daar blij mee.
bDe coach kan op me rekenen, want ik ben er klaar voor.
c[J]e kunt nergens zeker van zijn tot je het geprobeerd hebt.
d[Als] de inwoners van Maaseik ergens trots op zijn, is het wel op hun monumentale marktplein.
eOuders zijn overal bang voor en brengen dat over op hun kinderen.
17Aaneengesloten: bij een adjectief
aIk voelde een beetje paniek, terwijl dat nergens voor nodig was.
bIk slaap amper, ik ben alleen hiermee bezig.
cHet beschadigt het imago van het hele proces en alle mensen die daarbij betrokken zijn.
dSommige individuen zijn ertoe bereid om sporters middelen toe te dienen die nog ongetest of niet goedgekeurd zijn voor gebruik door mensen.
eH[et h]oogheemraadschap ... gaat ... extreme regenval simuleren om te kijken in hoeverre dijken daartegen bestand zijn.
Bij een zelfstandig naamwoord
Ook in (18a) vinden we een voorzetselobject bij een naamwoordelijk gezegde: ergens in. In dit geval is het naamwoordelijk deel van het gezegde geen adjectief, zoals in (14)-(17), maar een substantief: kampioen. Dit substantief staat tussen het voornaamwoordelijk bijwoord en de adpositie in.
18aHoera, de Nederlanders zijn weer ergens kampioen in.
bWe maakten ons nergens zorgen om.
cOmdat de mensen daar al zo lang met kwaaie koppen tegenover elkaar staan. krijgen ze OVERAL ruzie over.
dIk ging ervan uit dat iedereen er de lol van zou inzien.
eDe brandweer heeft hier geen tijd voor.
fIk was destijds nog maar vijf en heb daar geen persoonlijke herinneringen aan.
De voorbeelden in (18b)-(18f) bevatten werkwoordelijke gezegdes: het gaat om werkwoordelijke uitdrukkingen met een zelfstandig naamwoord en een vast voorzetsel, zoals zich zorgen maken om in (18b), ruzie krijgen over in (18c), tijd hebben voor in (18e) en (goede/slechte/persoonlijke herinneringen hebben aan. Ook in die gevallen staat het zelfstandig naamwoord tussen voornaamwoordelijk bijwoord en de adpositie in.
In sommige gevallen komt ook de volgorde voor waarin de adpositieconstituent als geheel op het zelfstandig naamwoord volgt, zoals in (i) hieronder. Maar de volgorde zoals geïllustreerd in (18) is veel gangbaarder.
iaEr is echt wel meer in het leven dan alleen maar kampioen ergens in te worden.Internet, geraadpleegd 5 juli 2020 
bAnderen zien de lol ervan in.
cik heb nu nog tijd hiervoor.
d[I]k heb goede herinneringen daaraan.Internet, geraadpleegd 5 juli 2020 
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 M. Beliën januari 2021
    Interessante links