Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.7.2.3 Pragmatische functies van intonatie
Intonatie in spraak heeft een aantal pragmatische functies. Zo geeft de intonatiecontour niet alleen aan of een zin vragend of mededelend is, maar kan deze ook gebruikt worden om aan te geven of de spreker de beurt wil behouden in het gesprek, of juist de beurt wil afronden om een ander aan het woord te laten. Wil de spreker zijn of haar beurt voortzetten, dan blijft de toonhoogte aan het einde van de zin meestal vlak, hoewel de toonhoogte ook soms stijgt. Wil de spreker zijn beurt afronden, dan daalt de toonhoogte over het algemeen (tenzij er een vraag wordt gesteld, want dan stijgt de toonhoogte meestal).
Caspers (2003); Gussenhoven (2005: 129-130). We kunnen hier generaliseren over de betekenis van een hoog zinseinde. Een hoge toonhoogte aan het einde van een zin betekent namelijk dat de spreker een beroep doet op de hoorder. Dit kan bijvoorbeeld gaan om blijvende aandacht van de hoorder (in het geval van een voortzetting) of om een antwoord op een vraag (zie Van Heuven 2017a: 15-16; Van Heuven & Kirsner 2004).
Wanneer een spreker iemand (of iets) roept, heeft de intonatie van de spraakuiting meestal de vorm van de ‘roepcontour’. Dit is een specifieke intonatiecontour die gekenmerkt wordt door twee of meer toonhoogteniveaus die trapsgewijs dalen.
Verder kan de spreker door middel van intonatie aangeven of datgene wat zij of hij zegt oprecht of sarcastisch bedoeld is. Bij een sarcastische spraakuiting kan de spreker mogelijk een lager of juist hoger toonhoogteregister gebruiken (afhankelijk van het zinstype) in vergelijking met oprechte spraak, en daarnaast kan de spreker het spreektempo vertragen en een lagere intensiteit (lager volume) gebruiken.
Bron: Jansen & Chen (2020).
Verder lezen
Het reguleren van verbale interactie
Bij het reguleren van verbale interactie kan intonatie gebruikt worden om aan te geven dat de spreker de beurt wil behouden.
Bron: Caspers (2003).
Voor het beëindigen van een beurt is de lexicale en syntactische inhoud van een spraakuiting beduidend belangrijker dan intonatie.
Bron: Ruiter et al. (2006).
. Ook voor het behouden van de beurt is syntaxis van groter belang dan intonatie, waarbij intonatie met name de syntactische structuur van de spraakuiting benadrukt, en functioneert als een overbrugging tussen twee zinnen.
Bron: Caspers (2003: 271-272). Het gaat hier om spraak in goede luisteromstandigheden. Wanneer de luisteromstandigheden slecht zijn (bijvoorbeeld vanwege achtergrondlawaai) is het belang van prosodie mogelijk groter (zie Van Heuven 2017a: 5-6).
Wanneer de spreker zijn beurt wil behouden en de spraakuiting wil voortzetten met een nieuwe zin, kan de spreker een voorgaande zin laten eindigen in een vlakke grenstoon: %. Daarnaast kan de spreker een stijgend toonhoogteaccent (H*) ook gebruiken als laatste toonhoogteaccent in de zin, wanneer deze de beurt behouden wil. Een finale toonconfiguratie die typisch aangeeft dat de spreker de beurt wil voortzetten is dan ook H* %.
Bron: Caspers (2003: 263-265). Dezelfde toonconfiguratie H* % wordt door Gussenhoven (2005: 130) beschreven als karakteristiek voor opsommingen.
Andere mogelijke finale toonconfiguraties in het geval van een voortzetting zijn de ‘daling-stijging’ (H*L H%) en de ‘hoge stijging’ (H* H%).
Bron: Gussenhoven (2005: 129-130).
Voorbeeld (1) geeft een zin eindigend met een daling-stijging om een voortzetting te signaleren.
Bron: Taalportaal topic-14020545824239503.
1En als je nog eens terugkomt
De roepcontour
Een speciaal soort intonatiecontour is de chanted call wat vertaald kan worden als ‘roepcontour’. Deze toonconfiguratie wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer iemand de naam van een ander roept. De roepcontour bevat ten minste twee toonhoogteniveaus en wordt getranscribeerd als H*!H % zoals in:
2aHan
bAnneke
De roepcontour bestaat hier uit een H-toon en een tweede, verlaagde H-toon (met downstep, zie paragraaf 1.7.2). Wanneer de zin uit een woord van één lettergreep bestaat, worden de twee tonen op dezelfde lettergreep gerealiseerd (2a).
De lettergreep wordt dan gesplitst in twee eenheden, die fonetisch gezien elk een aparte lettergreep vormen.
Wanneer de zin na de lettergreep dat het accent draagt geen verdere accenten bevat, zoals na An in (2b), wordt de verlaagde H-toon (!H) gerealiseerd op de laatste lettergreep, bijvoorbeeld ke in (2b). Bij een roepcontour wordt vaak ook de eerste lettergreep van elk toonhoogteniveau verlengd.
Een roepcontour kan ook meer dan twee toonhoogteniveaus hebben.
Het Nederlands verschilt hierin van het Engels, waarin de chanted call nooit meer dan twee niveaus heeft (Gussenhoven 1993, 2005: 131).
In dat geval heeft de spraakuiting een opeenvolging van toonhoogteniveaus die trapsgewijs dalen. Het toonhoogteniveau begint hoog, en daalt een stapje op elke lettergreep met secundaire klemtoon binnen een woord. Een voorbeeld is gegeven in (3a), waarbij in het woord Abrahammetje de lettergreep ham secundaire klemtoon draagt en dus een lager toonhoogtehoogteniveau krijgt. Het niveau daalt opnieuw in de laatste lettergreep. Ook als er meer dan twee toonhoogteniveaus worden gerealiseerd blijft de transcriptie H*!H%.
De trapsgewijs dalende toonhoogteniveaus zijn niet accentverlenend en vormen dus samen de vervolgtoon van het toonhoogteaccent.
Verder daalt het toonhoogteniveau op de beklemtoonde lettergrepen in de volgende woorden van de zin (wanneer de zin meerdere woorden bevat), zoals in (3b) het geval is op de beklemtoonde lettergreep ko van gekomen.
3aAbrahammetje
bJan is gekomen
De prosodie van sarcasme
Een sarcastische spraakuiting heeft een betekenis die afwijkt van de letterlijke betekenis ervan. De spreker bedoelt dus iets anders, meestal het tegenovergestelde, dan wat hij letterlijk zegt. Om dit op de juiste manier te communiceren zonder de luisteraar in verwarring te brengen, maakt de spreker onder andere gebruik van intonatie en andere prosodische middelen zoals spreeksnelheid en luidheid.
Zie Chen & Boves (2018); Rockwell (2000) voor studies van sarcastische prosodie in het Engels.
Luister bijvoorbeeld naar zin (4), uitgesproken met een oprechte intentie (4a) of sarcastische intentie (4b). Het sarcasme is te horen in de prosodie van de spreker.
4aHij is echt hilarisch.
bHij is echt hilarisch.
Bron: Jansen & Chen (2020). In de opname is sprake van gespeeld sarcasme.
Mogelijk is het zo dat in het Nederlands de spreker sarcasme signaleert aan de hand van een tragere spreeksnelheid, lagere intensiteit, en een helderder stemkwaliteit in vergelijking met spraakuitingen die oprecht bedoeld zijn.
Jansen & Chen (2020). Stemkwaliteit is hier gemeten aan de hand van de harmonics-to-noise ratio. Dit is de verhouding tussen de harmonische energie en ruis in de stem. De HNR kan gebruikt worden om de mate van heesheid in de stem te meten (Yumoto, Gould & Baer 1982).
Daarnaast kan in sarcastische zinnen de intonatie op verschillende manieren worden aangepast.
Een eerste studie naar de intonatie van sarcasme in het Nederlands van Jansen & Chen (2020)—op basis van gespeeld sarcasme—wijst erop dat de gemiddelde toonhoogte van de spreker wordt verlaagd in wat-uitroepen, maar verhoogd in zinnen met het vraagpartikel , terwijl mededelende zinnen weinig verschil in toonhoogte laten zien tussen de letterlijke en de sarcastische interpretatie (afgezien van een verhoogde maximale toonhoogte bij sarcasme). De prosodische verschillen tussen de zinstypes kunnen mogelijk verklaard worden door een afweging tussen lexicale en syntactische versus prosodische aanwijzingen voor sarcasme, in lijn met de Functionele Hypothese (Haan et al. 1997; Van Heuven 2017b), zie ook paragraaf 1.7.2.2.
In hoeverre gebruik wordt gemaakt van intonatie en andere middelen kan echter verschillen van spreker tot spreker; zo lijkt het erop dat vrouwelijke sprekers meer gebruik maken van toonhoogteverschillen tussen sarcastische en oprechte spraakuitingen dan mannelijke sprekers, die grotere verschillen maken in spreeksnelheid.
Bronnen: Chen & Boves (2018); Jansen & Chen (2020).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Nelleke Jansen november 2020
    Interessante links