Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • DBNL
  • Taaladvies.net
  • Wikipedia
  • Google
20.3.2 Soorten constituenten als lijdend voorwerp
Het lijdend voorwerp is in de meeste gevallen een nominale constituent (1)-(3) of een afhankelijke zin (4)-(5):
1Je vertelt het verhaal.
2We willen een huis met drie slaapkamers.
3Ze stelde hem aan iedereen voor.
CHN
4Je vertelt dat het eten anders is.
5Ik heb geleerd om rustig te blijven.
CHN
Dit zijn dezelfde soorten constituenten die ook als onderwerp kunnen optreden.
Een zin is dan ook vaak dubbelzinnig wanneer de vorm van het werkwoord zowel overeenkomt met het onderwerp als met het lijdend voorwerp, en het onderwerp en het lijdend voorwerp ook niet onderscheiden worden door een gebruik van de niet-onderwerpsvorm. Dat is het geval bij de zinnen (i)-(ii).
iEric Van Rompuy valt Dehaene aan.
iiDit is de man die de moordenaar beschuldigde.
In (i) kan zowel Eric Van Rompuy als Dehaene opgevat worden als onderwerp of lijdend voorwerp. Zo kan ook in (ii) zowel die als de moordenaar lijdend voorwerp zijn bij het gezegde beschuldigde. Zulke dubbelzinnigheden komen ook voor bij het ondervindend voorwerp en het indirect object.
Een uitzondering op de voorbeelden hierboven zijn sommige gezegden die een waardering uitdrukken. Hierin zijn ook bijwoordelijke constituenten (6) en adpositieconstituenten (7)-(8) mogelijk als lijdend voorwerp:
6Voor die vergadering prefereer ik morgen.
7Om 7 uur vind ik te vroeg.
8Met mes en vork vind ik een stuk makkelijker.
Als het lijdend voorwerp een afhankelijke zin is, staat er in de rompzin soms een voorlopig lijdend voorwerp, namelijk het.
9We betreuren (het) dat er fouten gemaakt zijn.
CHN
Bij sommige gezegden kan dezelfde participant niet alleen worden uitgedrukt met een lijdend voorwerp, maar ook met een voorzetselvoorwerp.
Zie ook 20.6.1 en het overzicht van gezegden in 20.6.3.
10aIk vroeg hem een gunst.lijdend voorwerp
CHN
bIk vroeg hem om een gunst.voorzetselvoorwerp
CHN
Verder lezen
Nominale constituenten
Alle nominale constituenten kunnen als lijdend voorwerp fungeren. Voorbeelden zijn het verhaal in (1), een huis met drie slaapkamers in (2) en hem in (3) hierboven.
Tot de nominale constituent rekenen we ook bepaalde constituenten die ingeleid worden door het voorzetsel van en een aanwijzend voornaamwoord, zoals van die ongepubliceerde stukken in het voorbeeld hieronder:
iIedere wetenschapper heeft van die ongepubliceerde stukken.
Ook alle typen nominalisaties kunnen voorkomen als lijdend voorwerp:
11Nominalisatie type 1: o.a. afleidingen op -ing en -atie
Omdat hij de operatie bijgewoond had, wist hij precies wat er moest gebeuren.
12Nominalisatie type 2: infinitief-afleidingen en de determinator het
Vrees het lijden dat u te wachten staat, niet.
13Nominalisatie type 3: infinitief-afleidingen zonder determinator
Ik haat bewijzen leren voor wiskunde.
Internet, geraadpleegd april 2023
Wat is het lijdend voorwerp in Hij wil een bank overvallen?
Verdieping
Wat is het lijdend voorwerp in Hij wil een bank overvallen?
Een aantal zinnen kunnen we op twee manieren analyseren. Het gaat om zinnen met een werkwoord dat niet alleen als zelfstandig werkwoord voorkomt, maar ook als groepsvormend werkwoord, zoals willen en leren. We illustreren dit aan de hand van een voorbeeld (i) met willen. In beide zinnen is het gezegde onderstreept en het lijdend voorwerp schuingedrukt.
iaHij wil een bank overvallen.
bHij wil een bank overvallen.
Enerzijds kunnen we wil beschouwen als een groepsvormend werkwoord dat samen met het zelfstandig werkwoord overvallen het gezegde vormt. Een bank is dan het lijdend voorwerp en overvallen staat in de tweede zinspool. Dit is te zien in voorbeeld (ia). Anderzijds is er de mogelijke analyse als in (ib), waarbij we een bank overvallen beschouwen als een nominalisatie van type 3. De hele woordgroep vervult dan de functie van lijdend voorwerp bij het gezegde wil en staat dan als geheel in het middenstuk.
Deze tweede analyse is de enige mogelijke analyse als de hele woordgroep op de eerste zinsplaats staat, zoals in (ii). Anders dan in (ia) staat overvallen hier namelijk duidelijk niet in de tweede zinspool. We moeten een bank overvallen hier dan ook beschouwen als lijdend voorwerp bij het gezegde wil.
iiEen bank overvallen wil hij.
Een voorbeeld met twee analyses bij leren is te zien in (iii). Ook hier is het gezegde onderstreept en het lijdend voorwerp schuingedrukt:
iiiaEen kind leert fietsen.
bEen kind leert fietsen.
In (iiia) kunnen we fietsen beschouwen als een nominalisatie van type 3, en dus als een lijdend voorwerp bij het gezegde leert. Leren is hier het zelfstandig werkwoord. Een andere mogelijkheid is leert te beschouwen als een groepsvormend werkwoord bij de infinitief fietsen, waarbij ze samen het werkwoordelijk gezegde vormen, zoals in (iiib). Volgens deze analyse bevat deze zin dus geen lijdend voorwerp. Net als bij willen geldt dat bij vooropplaatsing, zoals in Fietsen leer je met vallen en opstaan alleen de analyse mogelijk is waarbij we fietsen als een nominalisatie beschouwen, en het dus als lijdend voorwerp bij leer fungeert.
Afhankelijke zinnen
Naast nominale constituenten kunnen ook afhankelijke zinnen als lijdend voorwerp fungeren. We spreken dan van een lijdendvoorwerpszin. Dit kan een volledige bijzin zijn, zoals dat het eten anders is in (4), of een beknopte bijzin, zoals om rustig te blijven in (5) hierboven.
Een volledige bijzin kan op verschillende manieren ingeleid worden:
14Met dat en of
aHij betreurt dat in veel nieuwbouwhuizen die extra ruimte vaak ontbreekt.
bHij betwijfelde of Noura het gecompliceerde klassieke Arabisch in een boek als dit kon lezen.
aIk wil weten wie er vanavond zingt.
bIk vroeg hoe u dat wist.
aIk haat wie ik ben.
bIk wil wat hij wil.
Daarnaast kan een afhankelijke zin in de directe of semi-directe rede staan:
17aEn ik vroeg: “Beste Sint, hoe heet uw paard?”
bJe zuster is op het slechte pad geraakt, hoorde ik.
Ten slotte is bij afhankelijke zinnen ingeleid door het voegwoord of ook balansschikking mogelijk:
18Ik weet niet beter of Alex was een godsvruchtige man.
Afhankelijke zinnen ingeleid door als of wanneer
Verdieping
Afhankelijke zinnen ingeleid door als of wanneer
Afhankelijke zinnen ingeleid door een voorwaardelijk voegwoord, zoals als in (i) of wanneer in (ii), beschouwen we niet als lijdend voorwerp bij het gezegde, maar als een bepaling bij dat gezegde, namelijk een bepaling van voorwaarde:
In eerdere versies van de ANS werden bijzinnen als in (i) en (ii) wel als lijdend voorwerp gezien, zie Geerts e.a. (1984: 840) en ANS2 .
iIk begrijp het als je niet wilt blijven.
ii Ze begreep het wanneer ik me bij het lopen wat inhield.
Voor een dergelijke analyse zijn twee argumenten te geven.
Zie ook Broekhuis & Corver (2013: 666-669).
Ten eerste is het enkel mogelijk dit soort afhankelijke zinnen op de eerste zinsplaats te plaatsen door een voornaamwoord in de rompzin toe te voegen, zoals dat in (iiib).
iiiaAls je niet wilt blijven, begrijp ik.uitgesloten
bAls je niet wilt blijven, begrijp ik dat.
Bij gewone afhankelijke zinnen die dienst doen als lijdend voorwerp is dat niet nodig, en zelfs onmogelijk:
ivaDat je niet wilt blijven, begrijp ik.
bDat je niet wilt blijven, begrijp ik dat.uitgesloten
Ten tweede blijft de voorwaardelijke betekenis van de afhankelijke zin met als of wanneer bewaard. Het begrip in (i) of de waardering in (ii) wordt bijvoorbeeld enkel bewaarheid als de voorwaarde genoemd door de afhankelijke zin vervuld is. Zinnen als deze komen dan ook enkel voor bij gezegden waar zo’n voorwaardelijke betekenis zinnig is, zoals begrijpen, waarderen of betreuren.
Een beknopte bijzin die fungeert als lijdend voorwerp wordt al dan niet ingeleid door het voegwoord om:
19Zij stelde voor (om) ICSI te gaan proberen.
20Ik overweeg (om) een klacht in te dienen.
CHN
Typen werkwoorden met een afhankelijke zin als lijdend voorwerp
Verdieping
Typen werkwoorden met een afhankelijke zin als lijdend voorwerp
De volgende typen werkwoorden kunnen een afhankelijke zin als lijdend voorwerp hebben:
  • Werkwoorden die een vorm van communicatie uitdrukken, zoals mededelen, vertellen, vragen, beloven en gebieden.
  • Werkwoorden die een vorm van weten of vermoeden uitdrukken, zoals begrijpen, bedenken, zich realiseren en denken.
  • Werkwoorden die een vorm van waardering uitdrukken, zoals betreuren, appreciëren, vinden en achten.
  • Werkwoorden die een vorm van willen of verlangen uitdrukken, zoals wensen, hopen en willen.
  • Werkwoorden die een vorm van waarneming uitdrukken, zoals ontdekken, zien, horen, ruiken, voelen en proeven.
  • Werkwoorden die een oorzaak-gevolgrelatie uitdrukken, zoals veroorzaken, bewerken en maken.
Wel of geen voorlopig lijdend voorwerp?
Een afhankelijke zin wordt soms voorafgegaan door een voorlopig lijdend voorwerp in de vorm van het voornaamwoord het, onderstreept in de voorbeelden hieronder. In zulke zinnen noemen we het een voorlopig lijdend voorwerp en de afhankelijke zin het eigenlijke lijdend voorwerp:
21Een ander betreurt het niet te hebben kunnen meegenieten van dat 'heerlijke spektakel'.
22Hij betreurt het dat in veel nieuwbouwhuizen die extra ruimte vaak ontbreekt.
23Hij betwijfelde het of Noura het gecompliceerde klassieke Arabisch kon lezen.
Er is op dit moment nog niet precies in kaart gebracht wanneer het voorlopig lijdend voorwerp wel of niet gebruikt wordt. Wel is duidelijk dat de afhankelijke zin achter de tweede zinspool moet staan, niet ingeleid wordt door een vraagwoord, en geen directe of semi-directe rede is. Ook bij een balansschikking wordt het voorlopig lijdend voorwerp meestal niet gebruikt, zoals geïllustreerd in (24):
24aIk wist het niet beter of wij waren heel gelukkig samen.uitgesloten
bIk wist niet beter of wij waren heel gelukkig samen.
Bovendien bestaan er sterke verschillen tussen gezegden. Enkele gezegden komen vrijwel altijd met een voorlopig lijdend voorwerp voor, zoals de combinaties van vinden, achten of noemen met een adjectivische constituent:
25aHij vond het belangrijk dat zijn kinderen studeerden.
CHN
bHij vond belangrijk dat zijn kinderen studeerden.twijfelachtig
26aDe hogeschool noemt het onbegrijpelijk dat het bedrag nu toch is meegerekend.
bDe hogeschool noemt onbegrijpelijk dat het bedrag nu toch is meegerekend.uitgesloten
De meeste gezegden hebben vrijwel nooit een voorlopig lijdend voorwerp, zoals denken, hopen, en vinden zonder adjectief:
27aIk denk het dat het mijn vijfde of zesde goal van het seizoen was.uitgesloten
bIk denk dat het mijn vijfde of zesde goal van het seizoen was.
CHN
28aIk hoop het dat het nog een weekje koud blijft.uitgesloten
bIk hoop dat het nog een weekje koud blijft.
CHN
29aHij vindt het dat een school moet openstaan voor alle kinderen.uitgesloten
bHij vindt dat een school moet openstaan voor alle kinderen.
Tot slot zijn er nog gezegden die zowel met als zonder een voorlopig lijdend voorwerp kunnen voorkomen, zoals betreuren, waarderen en appreciëren:
30Wij betreuren (het) dat dit is gebeurd.
CHN
31Ik waardeer (het) dat u oprecht bent.
CHN
32We appreciëren (het) dat mensen zo met ons begaan zijn.
CHN
Bij een aantal gezegden van de laatste groep, zoals verwachten in (33), lijkt het gebruik van het voorlopig lijdend voorwerp een betekenisverschil te veroorzaken. Zo wordt het voorlopig lijdend voorwerp bij dit gezegde gewoonlijk gebruikt als de verwachting vervuld is (33a), terwijl het niet gebruikt wordt als de verwachting (nog) niet vervuld is (33b):
33aIk had het verwacht dat ik niet met open armen ontvangen zou worden.
bIk had verwacht dat ik niet met open armen ontvangen zou worden.
Het voorlopig lijdend voorwerp bij beknopte bijzinnen
Verdieping
Het voorlopig lijdend voorwerp bij beknopte bijzinnen
Nog minder vaak komt het voorlopig lijdend voorwerp voor bij werkwoorden met een beknopte bijzin als lijdend voorwerp. Borms (2018) bestudeert 20 van die werkwoorden in meer detail; ze maakt daarvoor gebruik van het Corpus Hedendaags Nederlands. Een van die werkwoorden, presteren, komt uitsluitend met een voorlopig lijdend voorwerp voor.
iWe hebben het gepresteerd om twee mooie gebouwen hier neer te zetten.
CHN
Drie komen zowel met als zonder voorlopig lijdend voorwerp voor, namelijk bedenken, betreuren en zich inbeelden.
Borms (2018) noemt zelf een gedeeltelijk andere groep van drie, namelijk beseffen, zich verbeelden en zich inbeelden, maar die conclusie lijkt niet te stroken met haar eigen tellingen en corpusvoorbeelden.
iiaWie heeft (het) bedacht om iedere keer de zenderindeling te veranderen?
CHN
bDe gemeente betreurt (het) deze beslissing te moeten nemen.
CHN
c23 procent van de Vlamingen kan (het) zich inbeelden om voor het kartel te stemmen.
CHN
De andere 16 komen alleen zonder voorlopig lijdend voorwerp voor, waaronder beloven en overwegen.
Naast deze twee werkwoorden gaat het om aankondigen, beseffen, bekendmaken, eisen, meedelen, melden, menen, toezeggen, zich verbeelden, verkondigen, vermoeden, verwachten, voorstellen en wensen.
iiiaZe hebben alvast beloofd om vanaf nu minder ruzie te maken.
CHN
bIk overweeg om te gaan zwemmen.
CHN
Literatuur
    Interessante links
    ANS
    Taaladvies
    Dagenta
    Taalportaal
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Dirk Pijpops januari 2026 Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en).
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997 hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/03/body.html;
    Interessante links