20.3.2 Soorten constituenten als lijdend voorwerp
Het lijdend voorwerp is in de meeste gevallen een nominale
constituent (1)-(3) of een afhankelijke zin (4)-(5):
1Je vertelt het
verhaal.
2We willen een
huis met drie slaapkamers.
3Ze stelde
hem aan iedereen
voor.
CHN
4Je vertelt dat
het eten anders is.
5Ik heb geleerd
om rustig te
blijven.
CHN
Dit zijn dezelfde soorten constituenten die ook als onderwerp kunnen
optreden.
Een zin is dan ook vaak dubbelzinnig wanneer de vorm van het werkwoord
zowel overeenkomt met het onderwerp als met het lijdend voorwerp, en het
onderwerp en het lijdend voorwerp ook niet onderscheiden worden door een
gebruik van de niet-onderwerpsvorm. Dat is het geval bij de zinnen
(i)-(ii).
iEric
Van Rompuy valt Dehaene
aan.
iiDit is de man
die
de moordenaar
beschuldigde.
In (i) kan zowel Eric Van
Rompuy als
Dehaene opgevat
worden als onderwerp of lijdend voorwerp. Zo kan ook in (ii) zowel
die als
de moordenaar
lijdend voorwerp zijn bij het gezegde beschuldigde.
Zulke dubbelzinnigheden komen ook voor bij het ondervindend voorwerp en
het indirect object.
Een uitzondering op de voorbeelden hierboven zijn sommige gezegden die een
waardering uitdrukken. Hierin zijn ook bijwoordelijke constituenten (6) en
adpositieconstituenten (7)-(8) mogelijk als lijdend voorwerp:
6Voor die vergadering
prefereer ik morgen.
7Om 7
uur vind ik te vroeg.
8Met mes en
vork vind ik een stuk
makkelijker.
Als het lijdend voorwerp een afhankelijke zin is, staat er in de
rompzin soms een voorlopig lijdend voorwerp, namelijk
het.
9We betreuren
(het) dat er fouten gemaakt
zijn.
CHN
Bij sommige gezegden kan dezelfde participant niet alleen worden uitgedrukt met
een lijdend voorwerp, maar ook met een voorzetselvoorwerp.
Verder lezen
Nominale constituenten
Alle nominale constituenten kunnen als lijdend voorwerp fungeren.
Voorbeelden zijn het verhaal in (1),
een huis met drie
slaapkamers in (2) en
hem in (3) hierboven.
Ook alle typen nominalisaties kunnen voorkomen als lijdend voorwerp:
Tot de nominale constituent rekenen we ook bepaalde constituenten die ingeleid worden door het
voorzetsel van en een
aanwijzend voornaamwoord, zoals van die
ongepubliceerde stukken in het voorbeeld
hieronder:
iIedere
wetenschapper heeft van die ongepubliceerde
stukken.
11Nominalisatie type 1: o.a. afleidingen op -ing en -atie
Omdat hij de
operatie bijgewoond had, wist hij precies wat er moest
gebeuren.
12Nominalisatie type 2: infinitief-afleidingen en de
determinator het
Vrees het
lijden dat u te wachten staat,
niet.
13Nominalisatie type 3: infinitief-afleidingen zonder
determinator
Ik haat
bewijzen leren voor
wiskunde.
Internet, geraadpleegd april
2023
Wat is het lijdend voorwerp in Hij wil een bank
overvallen?
Verdieping
Wat is het lijdend voorwerp in Hij wil een bank
overvallen?
Een aantal zinnen kunnen we op twee manieren analyseren. Het gaat om
zinnen met een werkwoord dat niet alleen als zelfstandig werkwoord
voorkomt, maar ook als groepsvormend werkwoord, zoals
willen en
leren. We
illustreren dit aan de hand van een voorbeeld (i) met
willen. In beide
zinnen is het gezegde onderstreept en het lijdend voorwerp
schuingedrukt.
Enerzijds kunnen we wil
beschouwen als een groepsvormend werkwoord dat samen met het zelfstandig
werkwoord overvallen het
gezegde vormt. Een bank is
dan het lijdend voorwerp en
overvallen staat in de
tweede zinspool. Dit is te zien in voorbeeld
(ia). Anderzijds is er de mogelijke analyse als in (ib), waarbij we
een bank overvallen
beschouwen als een nominalisatie van type 3. De hele woordgroep vervult dan de functie van
lijdend voorwerp bij het gezegde
wil en staat dan als
geheel in het middenstuk.
Deze tweede analyse is de enige mogelijke analyse als de hele woordgroep
op de eerste zinsplaats staat, zoals in (ii). Anders dan in (ia) staat
overvallen hier
namelijk duidelijk niet in de tweede zinspool. We moeten
een bank overvallen
hier dan ook beschouwen als lijdend voorwerp bij het gezegde
wil.
iiEen
bank overvallen wil
hij.
Een voorbeeld met twee analyses bij
leren is te zien in
(iii). Ook hier is het gezegde onderstreept en het lijdend voorwerp
schuingedrukt:
In (iiia) kunnen we fietsen
beschouwen als een nominalisatie van type 3, en dus als een lijdend
voorwerp bij het gezegde
leert.
Leren is hier het
zelfstandig werkwoord. Een andere mogelijkheid is
leert te beschouwen
als een groepsvormend werkwoord bij de infinitief
fietsen, waarbij ze
samen het werkwoordelijk gezegde vormen, zoals in (iiib). Volgens deze
analyse bevat deze zin dus geen lijdend voorwerp. Net als bij
willen geldt dat bij
vooropplaatsing, zoals in Fietsen leer je met
vallen en opstaan alleen de analyse
mogelijk is waarbij we
fietsen als een
nominalisatie beschouwen, en het dus als lijdend voorwerp bij
leer fungeert.
Afhankelijke zinnen
Naast nominale constituenten kunnen ook afhankelijke zinnen als lijdend voorwerp fungeren. We
spreken dan van een lijdendvoorwerpszin. Dit kan een
volledige bijzin zijn, zoals dat het eten
anders is in (4), of een beknopte bijzin, zoals om rustig te
blijven in (5) hierboven.
Een volledige bijzin kan op verschillende manieren ingeleid worden:
Daarnaast kan een afhankelijke zin in de directe
of semi-directe rede staan:
Ten slotte is bij afhankelijke zinnen ingeleid door het voegwoord
of ook balansschikking mogelijk:
18Ik weet niet beter
of Alex was een godsvruchtige
man.
Afhankelijke zinnen ingeleid door
als of
wanneer
Verdieping
Afhankelijke zinnen ingeleid door
als of
wanneer
Afhankelijke zinnen ingeleid door een voorwaardelijk voegwoord, zoals
als in (i) of
wanneer in (ii),
beschouwen we niet als lijdend voorwerp bij het gezegde, maar als een
bepaling bij dat gezegde, namelijk een bepaling van
voorwaarde:
In eerdere versies van de ANS werden bijzinnen als in (i) en (ii)
wel als lijdend voorwerp gezien, zie Geerts e.a. (1984: 840) en
ANS2 .
iIk begrijp het
als je niet wilt
blijven.
ii Ze begreep het
wanneer ik me bij het lopen wat
inhield.
Voor een dergelijke analyse zijn twee argumenten te geven.
Zie ook Broekhuis & Corver (2013: 666-669).
Ten eerste is het enkel mogelijk dit soort afhankelijke zinnen
op de eerste zinsplaats te plaatsen door een voornaamwoord in de rompzin
toe te voegen, zoals dat in
(iiib).Bij gewone afhankelijke zinnen die dienst doen als lijdend voorwerp is dat
niet nodig, en zelfs onmogelijk:
Ten tweede blijft de voorwaardelijke betekenis van de afhankelijke zin
met als of
wanneer bewaard. Het
begrip in (i) of de waardering in (ii) wordt bijvoorbeeld enkel
bewaarheid als de voorwaarde genoemd door de afhankelijke zin vervuld
is. Zinnen als deze komen dan ook enkel voor bij gezegden waar zo’n
voorwaardelijke betekenis zinnig is, zoals
begrijpen,
waarderen of
betreuren.
Een beknopte bijzin die fungeert als lijdend voorwerp wordt al dan
niet ingeleid door het voegwoord
om:
19Zij stelde voor
(om) ICSI te gaan
proberen.
20Ik overweeg
(om) een klacht in te
dienen.
CHN
Typen werkwoorden met een afhankelijke zin als lijdend
voorwerp
Verdieping
Typen werkwoorden met een afhankelijke zin als lijdend
voorwerp
De volgende typen werkwoorden kunnen een afhankelijke zin als lijdend
voorwerp hebben:
- Werkwoorden die een vorm van communicatie uitdrukken, zoals mededelen, vertellen, vragen, beloven en gebieden.
- Werkwoorden die een vorm van weten of vermoeden uitdrukken, zoals begrijpen, bedenken, zich realiseren en denken.
- Werkwoorden die een vorm van waardering uitdrukken, zoals betreuren, appreciëren, vinden en achten.
- Werkwoorden die een vorm van willen of verlangen uitdrukken, zoals wensen, hopen en willen.
- Werkwoorden die een vorm van waarneming uitdrukken, zoals ontdekken, zien, horen, ruiken, voelen en proeven.
- Werkwoorden die een oorzaak-gevolgrelatie uitdrukken, zoals veroorzaken, bewerken en maken.
Wel of geen voorlopig lijdend voorwerp?
Een afhankelijke zin wordt soms voorafgegaan door een voorlopig lijdend voorwerp in de vorm van het voornaamwoord
het, onderstreept in de
voorbeelden
hieronder.
In zulke zinnen noemen we het een
voorlopig lijdend voorwerp en de afhankelijke zin het eigenlijke lijdend voorwerp:
21Een ander betreurt
het
niet te hebben kunnen meegenieten van dat 'heerlijke
spektakel'.
22Hij betreurt
het
dat in veel nieuwbouwhuizen die extra ruimte vaak
ontbreekt.
23Hij betwijfelde
het
of Noura het gecompliceerde klassieke Arabisch kon
lezen.
Er is op dit moment nog niet precies in kaart gebracht wanneer het voorlopig
lijdend voorwerp wel of niet gebruikt wordt. Wel is duidelijk dat de
afhankelijke zin achter de tweede zinspool moet staan, niet ingeleid wordt door een vraagwoord,
en geen directe of semi-directe rede is. Ook bij een balansschikking wordt het voorlopig lijdend voorwerp meestal niet
gebruikt, zoals geïllustreerd in (24):
Bovendien bestaan er sterke verschillen tussen gezegden. Enkele gezegden komen
vrijwel altijd met een voorlopig lijdend voorwerp voor, zoals de combinaties van
vinden,
achten of
noemen met een adjectivische
constituent:
De meeste gezegden hebben vrijwel nooit een voorlopig lijdend voorwerp, zoals
denken,
hopen, en
vinden zonder adjectief:
Tot slot zijn er nog gezegden die zowel met als zonder een voorlopig lijdend voorwerp kunnen
voorkomen,
zoals betreuren,
waarderen en
appreciëren:
30Wij betreuren
(het) dat dit is
gebeurd.
CHN
31Ik waardeer
(het) dat u oprecht
bent.
CHN
32We appreciëren (het)
dat mensen zo met ons begaan
zijn.
CHN
Bij een aantal gezegden van de laatste groep, zoals
verwachten in (33), lijkt
het gebruik van het voorlopig lijdend voorwerp een betekenisverschil te
veroorzaken. Zo wordt het voorlopig lijdend voorwerp bij dit gezegde gewoonlijk
gebruikt als de verwachting vervuld is (33a), terwijl het niet gebruikt wordt
als de verwachting (nog) niet vervuld is (33b):
Het voorlopig lijdend voorwerp bij beknopte bijzinnen
Verdieping
Het voorlopig lijdend voorwerp bij beknopte bijzinnen
Nog minder vaak komt het voorlopig lijdend voorwerp voor bij werkwoorden
met een beknopte bijzin als lijdend voorwerp. Borms (2018) bestudeert 20
van die werkwoorden in meer detail; ze maakt daarvoor gebruik van het
Corpus Hedendaags Nederlands. Een van die werkwoorden,
presteren, komt
uitsluitend met een voorlopig lijdend voorwerp voor.
iWe hebben
het gepresteerd om twee
mooie gebouwen hier neer te
zetten.
CHN
Drie komen zowel met als zonder voorlopig lijdend voorwerp voor, namelijk
bedenken,
betreuren en
zich inbeelden.
Borms (2018) noemt zelf een gedeeltelijk andere groep van drie,
namelijk beseffen,
zich
verbeelden en
zich
inbeelden, maar die conclusie lijkt
niet te stroken met haar eigen tellingen en
corpusvoorbeelden.
De andere 16 komen alleen zonder voorlopig lijdend voorwerp voor, waaronder
beloven en
overwegen.
Naast deze twee werkwoorden gaat het om
aankondigen,
beseffen,
bekendmaken,
eisen,
meedelen,
melden,
menen,
toezeggen,
zich
verbeelden,
verkondigen,
vermoeden,
verwachten,
voorstellen
en wensen.
Literatuur
Interessante links
ANS
Taaladvies
Dagenta
Taalportaal
Versiegeschiedenis
| versie | redacteur(en) | datum | opmerkingen |
| 3.0 | Dirk Pijpops | januari 2026 | Een tussentijdse versie van deze paragraaf werd van commentaar voorzien door Maaike Beliën, Timothy Colleman, Frank Landsbergen en Freek Van de Velde. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit hoofdstuk berust bij de redacteur(en). |
| 2.1 | januari 2019 | Automatische conversie van ANS 2.0 | |
| 2.0 | W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn | 1997 | hoofdstuk 20,../../data/archief/ans2/e-ans/20/03/body.html; |
