Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.8.3.2 Vormovereenkomst met het antecedent
Verder lezen
1
Als algemene regel geldt, dat een betrekkelijk voornaamwoord naar getal en genus overeenkomt met het antecedent. Vergelijk:
1Het huis dat je daar ziet, is van mijn oom.
2De huizen die je daar ziet, worden morgen afgebroken.
3De toren die je boven de daken ziet uitsteken, is van de Sint-Stevenskerk.
2
Van de algemene regel wordt in sommige gevallen afgeweken.
  1. Een uitzondering vormen verkleinwoorden van eigennamen die een persoon noemen. Deze zijn onzijdig, maar als ze antecedent zijn, vereisen ze een betrekkelijk voornaamwoord dat naar de-woorden verwijst. Voorbeelden:
    4Kareltje, die gejokt had, kreeg een standje.
    5Greetje, aan wie je dat gisteren verteld hebt, was het vandaag alweer vergeten.
  2. Bij het-woorden die personen aanduiden, wordt soms het betrekkelijk voornaamwoord gebruikt dat congrueert met het genus van het antecedent, soms een betrekkelijk voornaamwoord dat naar de -woorden verwijst. Vergelijk 6 en 7 met 8 en 9:
    6Weet jij hoe het meisje heet dat daar loopt?
    7Het staatshoofd dat morgen op staatsiebezoek komt, is de president van Argentinië.
    8Zijn meisje, die bij ons op kantoor werkt, is met vakantie. (eventueel: dat)
    9Het hoofd van de afdeling, die een eigen parkeerplaats heeft, kwam juist die dag niet met de auto.
  3. Een apart geval doet zich voor bij collectiva (zoals aantal, soort en dergelijke) die door een substantief in het meervoud gevolgd worden. Een betrekkelijke bijzin die naar een dergelijke constituent terugwijst, kan beginnen met een betrekkelijk voornaamwoord dat in getal en genus overeenstemt met het collectivum (dat in het enkelvoud staat), maar ook met een betrekkelijk voornaamwoord in het meervoud, dat dan terugverwijst naar het substantief in het meervoud. Voorbeelden:
    10aEen aantal mensen, dat al lang gewacht had, kon niet meer toegelaten worden.
    bEen aantal mensen, die al lang gewacht hadden, konden niet meer toegelaten worden.
    11aHet soort problemen dat je steeds weer tegenkomt, ligt op het terrein van de politiek.
    bHet soort problemen die je steeds weer tegenkomt, liggen op het terrein van de politiek.
    De (b)-zinnen, met een betrekkelijk voornaamwoord in de meervoudsvorm, zijn niet voor iedereen acceptabel. Er hoeft evenwel geen bezwaar tegen gemaakt te worden. (Wat het gebruik van een enkelvoudige dan wel een meervoudige persoonsvorm in de hoofdzin (in de voorbeelden hierboven kon/konden, ligt/liggen) betreft zie [20.2.3.1/ii8a], in het bijzonder Opmerking 3.)
Over het gebruik van een meervoudig betrekkelijk voornaamwoord bij een enkelvoudig substantief dat een verzamelnaam is, zie(5.1.1, sectie 1c).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links