Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
19.2.2 Afhankelijke en zelfstandige zinnen, bijzinnen en hoofdzinnen
Verder lezen
1
Een zin die zinsdeel of zinsdeelstuk is binnen een zin, wordt afhankelijke zin genoemd. Een voorbeeld is de lijdendvoorwerpszin in 1:
1Geert zei me gisteren dat de student het werkstuk ingeleverd had.
Men kan ook zeggen dat in 1 de dat-zin ingebed is in de 'hogere' zin Geert zei me gisteren (zie verder [19.2.3]). Een zin die niet van een andere zin afhangt, niet in een andere zin ingebed is, noemt men een zelfstandige zin . De volgende enkelvoudige zinnen zijn voorbeelden van zelfstandige zinnen:
2Hij heeft het me gisteren gezegd.
3Vanmorgen heeft de koning het nieuwe luchthavengebouw officieel in gebruik genomen.
Maar ook samengestelde zinnen als geheel, zoals de hele zin 1, zijn zelfstandige zinnen.
Het gedeelte van een samengestelde zin dat overblijft als we alle afhankelijke zinnen - met uitzondering van die die zinsdeelstuk zijn - eruit halen, noemen we om de beschrijving wat te vergemakkelijken de rompzin. In 1 vormt het gedeelte Geert zei me gisteren dus de rompzin.
2
Traditioneel noemt men een zin die een syntactische functie vervult binnen een andere zin (als zinsdeel) of binnen een constituent (als zinsdeelstuk) een bijzin en een zin waarvoor dat niet geldt een hoofdzin. Het meest kenmerkende vormverschil tussen beide soorten zinnen is de plaats van de persoonsvorm (althans als die aanwezig is; zie echter [19.3]): de meeste afhankelijke zinnen hebben de persoonsvorm achteraan in de zin (hier is sprake van een achter-pv), de meeste zelfstandige zinnen hebben de persoonsvorm vooraan (men spreekt van een zin met voor-pv). Vergelijk het volgende paar zinnen. In 4b is van de zelfstandige zin 4a een afhankelijke zin gemaakt; dit gaat gepaard met verplaatsing van de persoonsvorm (gecursiveerd):
4aIk geef Karel deze tafel voor zijn verjaardag.
bDenk niet dat ik Karel deze tafel voor zijn verjaardag geef.
Overeenkomstig de regel heeft ook de afhankelijke zin uit 1 een achter-pv en hebben de zelfstandige zinnen 2 en 3 een voor-pv (de persoonsvorm heeft is telkens het tweede zinsdeel). Men spreekt respectievelijk van de typische bijzinsvolgorde en de typische hoofdzinsvolgorde (zie verder [21.2.1]). In beide gevallen bestaan er echter uitzonderingen: er zijn afhankelijke zinnen met een voor-pv en zelfstandige zinnen met een achter-pv. Voorbeelden daarvan worden gegeven in de subparagrafen [21.2.2] en volgende. Zie ook [19.2.4].
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links