Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
27.5.2.2.ii.4 Weglating van het hele gezegde
Verder lezen
In overeenstemming met de in(27.5.1, regel [4]), gegeven algemene regel dat er voorwaarts alleen (combinaties van) zinsdelen kunnen worden samengetrokken - afgezien van de persoonsvorm - moeten gemeenschappelijke werkwoordelijke gezegdes die uit meer dan alleen een persoonsvorm bestaan, in hun geheel worden samengetrokken. Vergelijk:
1aWij zullen jullie niet kunnen helpen, maar jullie (-) ons ook niet (-) (-).
bWij zullen jullie niet kunnen helpen, maar jullie zullen ons ook niet (-) (-).uitgesloten
cWij zullen jullie niet kunnen helpen, maar jullie zullen ons ook niet kunnen (-).uitgesloten
Andere voorbeelden:
2Hij hoorde de rietstengels ruisen en zij (-) de zee (-).
3In Sneek zijn de inleidingen gehouden en in Langweer (-) de discussies (-).
4Wie wil Janus uitnodigen en wie (-) Marie (-)?
5François liet zijn vrouw de kelder schoonmaken en Bernard (-) zijn dochter de zolder (-).
6Hij zal een gedicht proberen te schrijven en zij (-) een roman (-) (-).
7Berta wil strips gaan lezen en haar zusje (-) religieuze publikaties (-) (-).
Gezegdes met slechts ten dele gemeenschappelijke werkwoordelijke aanvullingen kunnen niet worden samengetrokken:
8Lut heeft zitten lezen en Walter (-) (-) drinken.uitgesloten
Bij naamwoordelijke gezegdes kan het hele gezegde worden weggelaten, maar ook alleen het (hele) werkwoordelijke deel. Het laatste komt bijv. voor in:
9Ik was gisteren ziek en jij (-) eergisteren afwezig.
10Hun zoon is trambestuurder geworden en hun dochter (-) hoogleraar (-).
Het naamwoordelijk gezegde wordt in zijn geheel weggelaten in bijv.:
11Ik was gisteren ziek en jij (-) eergisteren (-).
12Hun zoon is trambestuurder geworden en hun dochter (-) ook (-) (-).
Bij weglating van het naamwoordelijk deel wordt ook het hele werkwoordelijk deel weggelaten, bijv.:
13Ik ben gisteren ziek geweest en jij (-) eergisteren (-) (-).
14Het zwembad zal vandaag al om 4 uur gesloten zijn en (-) morgen om 3 uur (-) (-).
Het feit dat gemeenschappelijke persoonsvormen altijd samengetrokken kunnen worden, maakt samentrekkingen als de volgende mogelijk, waarin van de gezegdes alles resteert wat geen persoonsvorm is:
15Moeder is gaan zitten en vader (-) blijven staan.
16Jan had zakenman moeten worden en Piet (-) ambtenaar moeten blijven.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links