Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.3.3.2.ii.1 Het wederkerend voornaamwoord verwijst naar een getalsonderwerp
Verder lezen
In enkelvoudige zinnen is de verwijzing zonder meer duidelijk, bijv.:
1Pieter verdedigde zich goed.zich = Pieter
In samengestelde zinnen verwijst het wederkerend voornaamwoord naar het onderwerp van de (romp- of bij)zin waarin het voornaamwoord voorkomt, bijv.:
2Johan vond dat Pieter zich goed verdedigde.zich = Pieter
3Johan beklaagde zich erover dat Pieter hem niet goed verdedigde.zich = Johan
In 3 kan het persoonlijk voornaamwoord hem niet naar Pieter verwijzen; in dat geval zou een wederkerend voornaamwoord verplicht zijn; hem kan wel naar Johan verwijzen (onderwerp van de rompzin) of eventueel naar iemand anders, als context en/of situatie daar aanleiding toe geven. In de hieronder gegeven voorbeelden wordt er steeds van uitgegaan dat een persoonlijk voornaamwoord een verwijzende functie heeft binnen de (samengestelde) zin. Een ander voorbeeld:
4aLeentje zei dat Lotje zich pijn gedaan had.zich = Lotje
bLeentje zei dat Lotje haar pijn gedaan had.zich = Leentje
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links