Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.3.1.1 Finale Verscherping in gelede woorden
Omdat Finale Verscherping optreedt in coda's, zal deze in principe niet optreden voor suffixen die met een klinker beginnen. Immers, de consonant vóór die klinker zal dan in een aanzet staan. Dit kunnen we zien in de volgende woorden:
Tabel 1. Fonetische vormen van gelede woorden met klinker-initieel suffix
geleed woord lettergreepverdeling fonetische vorm
bind-en bin.den bIndən
bind-er bin.der bIndər
bind-ing bin.ding bIndIŋ
Bij woorden met een suffix dat begint met een consonant voorspellen de regels van lettergreepverdeling of de stam-finale obstruent in een coda staat:
Tabel 2. Fonetische vormen van gelede woorden met consonant-initiële suffixen
geleed woord onderliggende vorm lettergreepverdeling fonetische vorm
voed-sel vud-səl vud.səl vutsəl
hoed-ster hud-stər hud.stər hutstər
sterf-te stɛrv-tə stɛrv.tə stɛrftə
Maar een aantal suffixen vormen een zelfstandig prosodisch woord. Daarom valt er altijd een syllabegrens voor zo’n suffix. De slotconsonant van het grondwoord staat daardoor in een coda, en wordt, als het een obstruent is, stemloos uitgesproken.
Tabel 3. Fonetische vormen van gelede woorden met suffixen die prosodisch woord zijn
geleed woord onderliggende vorm lettergreepverdeling fonetische vorm
rood-achtig rod-ɑxtəɣ rod.ɑx.təɣ rotɑxtəx
wend-baar wɛnd-bar wɛnd.bar wɛndbar
rijk-dom rɛik-dɔm rɛik.dɔm rɛiɡdɔm
goed-heid gud-hɛid gud.hɛid guthɛit
half-ling hɑlv-lιŋ hɑlv.lιŋ hɑlflιŋ
hoed-loos hud-loz hud.loz hutlos
vriend-schap vrind-sxɑp vrind.sxɑp vrintsxɑp
voed-zaam vud-zam vud.zam vutsam
In het woord wendbaar kan de d wel als d gerealiseerd  worden, ook al staat deze in een coda. Dat komt omdat de volgende b de d alsnog stemhebbend kan maken door Assimilatie van stem, die ook kan werken in het woord rijkdom en de k tot ɡ maakt. Deze stemassimilatie is echter niet verplicht. Ook het klinker-initiële suffix -achtig gedraagt zich als een zelfstandig prosodisch woord. Daardoor wordt de d van rood rod wel als d uitgesproken in rodig rodəx, maar als t in roodachtig rotɑxtəx, omdat in dit laatste woord de d in een coda staat.
Het woord reusáchtig, met klemtoon op de voorlaatste lettergreep, wordt vanwege de niet-letterlijke betekenis ‘geweldig’, als een ongeleed woord gesyllabificeerd. Daardoor staat de z van het morfeem reus in een aanzet, en wordt deze als z uitgesproken: røzɑxtəx.
In woorden met het verkleinsuffix -je is er altijd een syllabegrens voor het suffix, ook als de syllabegrens meer naar voren had kunnen liggen krachtens het Maximale-aanzetprincipe:
In de fonetische vorm van kaasje kan sj ook worden uitgesproken als ʃ, waardoor de lettergreepgrens na de a valt.
1akaasje kas.jə
adiefje dif.jə
azaag.je zax.jə
aband.je bɑnt.jə
Lettergrepen die met sj-, fj-, of dj- beginnen zijn in het Nederlands niet onmogelijk, maar worden niet gecreëerd in de verkleinwoorden in voorbeeld (1), hoewel het Maximale-aanzetprincipe een lettergreepverdeling als kaa.sje zou voorspellen. Het gevolg is dat een morfeem-finale stemhebbende obstruent altijd stemloos wordt gerealiseerd voor dit suffix. Dit impliceert dat het verkleinwoordsuffix -je altijd een aparte syllabe moet worden, net zoals een aantal suffixen altijd op zich een prosodisch woord vormen, en diverse prefixen een syllabe vormen.
Er zijn een paar klinker-initiële suffixen die verlies van stem van een voorafgaande stam-finale obstruent teweeg brengen, ook al staat deze in een aanzet. Het gaat hier om de suffixen -elijk en -enis:
Tabel 4. Stemloze obstruenten voor de suffixen -elijk en -enis
vrees vrez vreselijk vresələk
verkies vɛrkiz verkieselijk vɛrkisələk
erf ɛrv erfenis ɛrfənIs
begraaf bəɣrav begrafenis bəɣrafənIs
vergeef vərɣev vergiffenis vərɣIfənIs
verbind vərbInd verbintenis vərbIntənIs
De hier geobserveerde alternantie is dus niet het effect van Finale Verscherping, maar is een specifieke eigenschap van deze suffixen: ze vereisen een variant van het basiswoord met een stemloze medeklinker aan het eind. Merk op dat deze alternantie zich meestal niet voordoet bij plofklanken: in woorden als dadelijk en hebbelijk blijven de d en de b in aanzetpositie stemhebbend. In het woord verbintenis wordt de slot-d van verbind wel een t.
Een bijzonder geval van Finale Verscherping vinden we bij het woord stad gebruikt in woorden als statten en Lelystatter:
2astad stɑt
asteden stedən
astedelijk stedələk
alelystedeling lelistedəlIŋ
maar:
3astatten stɑtən
aLelystatter lelistɑtər
Blijkbaar wordt statten ‘naar de stad gaan’ niet meer verbonden met het woordpaar stad/steden, maar alleen met stad stɑt, dat met een slot-t wordt uitgesproken, overeenkomstig de regel van Finale Verscherping. Ook in Lelystatter is de band met het woordpaar stad/steden fonologisch doorgesneden (de officiële benaming van inwoners van Lelystad is Lelystedeling). Ook in de uitspraak van de verbogen vorm van bijdehand als bijdehante, met de t van de fonetische vorm van hand, hɑnt, zien we dat de onderliggende vorm met een d niet meer wordt gebruikt, mogelijk omdat het semantisch verband met het woord hand vervaagd is.
Booij (2002)
Verder lezen
Verlies van geleedheid en Finale Verscherping
In samenstellingen valt de interne grens tussen de samenstellende woorden samen met een syllabegrens, omdat ieder van die woorden een eigen prosodisch woord vormt. Zo wordt in het woord goudader de d van goud stemloos gerealiseerd, omdat deze aan het eind van een prosodisch woord, en dus aan het eind van een lettergreep staat: ɣɔut.a.dər. Maar samenstellingen kunnen ondoorzichtig worden en hun morfologische structuur verliezen doordat de samenstelling een eigen betekenis heeft ontwikkeld. Een voorbeeld is de samenstelling tandarts. Niet iedereen beschouwt een tandarts nog als een soort arts. Als dit woord als één prosodisch woord wordt gesyllabificeerd, zijn de verdeling in lettergrepen en de bijbehorende fonetische vorm als volgt:
4tandarts: tan.darts, [tɑndɑrts]
Ook een samenstelling als aardappel wordt door veel taalgebruikers niet meer als samenstelling gezien: de uitspraak van dit woord is dan niet art.ɑ.pəl, maar ar.dɑ.pəl. Deze, dank zij het ontbreken van Finale Verscherping hoorbare, resyllabificatie tot aar.dap.pel vinden we ook in woorden die beginnen met het Latijnse prefix ab-, zoals abortus en abrupt. Volgens de Woordenlijst der Nederlandse Taal moeten we deze woorden afbreken als ab-ortus en ab-rupt, met een syllabegrens na de b, maar de meeste Nederlanders spreken deze woorden uit als abɔrtYs en abrYpt, met een b, wat wijst op syllabificaties als a.bor.tus en a.brupt. In een woord als abactis ‘secretaris van een studentenvereniging’ wordt daarentegen de prefixgrens nog wel gerespecteerd, en dus wordt dit woord uitgesproken als ɑpɑktIs.
Literatuur
Booij & Rubach (1987), Ernestus & Baayen (2003), Grijzenhout & Krämer (1998), Kerkhoff (2007), Zonneveld (2007).
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij september 2020
    Interessante links