Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
26.7.2 Betekenis
Verder lezen
Naar de betekenis kunnen zes types van zinnen met balansschikking onderscheiden worden.
  1. In een eerste betekenistype wordt iets uitgedrukt wat algemene geldigheid heeft. Voorbeelden:
    1Er is geen mens of hij moet sterven.   (= 'Er is geen mens die niet moet sterven.')
    2Ik kon geen woord zeggen of Louise begon te lachen.   (= 'Als ik ook maar een woord zei, begon Louise te lachen.')
    3We spraken niemand of hij was zeer ingenomen met het plan.   (= 'Iedereen die we spraken was zeer ingenomen met het plan.'
    4Je kunt tegenwoordig nergens meer komen of je hoort achtergrondmuziek.   (= 'Waar je tegenwoordig ook komt(, ) hoor je/je hoort achtergrondmuziek.')
  2. Een tweede type is dat waarbij in de voorzin wordt uitgedrukt dat een bepaalde graad van iets niet wordt bereikt, wat resulteert in de situatie die in de of -zin wordt genoemd. Voorbeelden:
    5Hij is niet zo dom of hij weet het.   (= 'Hij is niet zo dom dat hij het niet weet.')
    6Zoveel heeft hij niet te doen of hij kan nog wel wat schrijfwerk voor zijn rekening nemen.   (= 'Wat hij allemaal te doen heeft, is geen belemmering voor hem om nog wat schrijfwerk voor zijn rekening te kunnen nemen.')
  3. Bij een derde type volgt de in de of-zin uitgedrukte situatie onmiddellijk op die van de voorzin. Voorbeelden:
    7Nauwelijks waren we thuis of het begon hard te regenen.   (= 'Direct na onze thuiskomst begon het hard te regenen.')
    8Nog maar net had ik dit gezegd of hij stond op en ging weg.   (= 'Nog maar net had ik dit gezegd toen hij opstond en wegging.')
  4. In andere gevallen volgt de in de of-zin uitgedrukte situatie onmiddellijk op een situatie die moet blijken uit context en/of situatie. Voorbeeld:
    9(We waren in de tuin gaan zitten.) Het duurde niet lang of het begon hard te regenen.   (= 'Al gauw begon het hard te regenen.')
  5. In een vijfde type heeft de voorzin ten opzichte van de of -zin de betekenis van 'bijna' of 'net niet'. Voorbeelden:
    10Het scheelde geen haar of hij was verdronken.   (= 'Op een haar na was hij verdronken.')
    11Er ontbrak weinig aan of we hadden de meerderheid.   (= 'Er ontbrak weinig aan dat we de meerderheid hadden.')
  6. In het zesde hier onderscheiden type heeft de voorzin ten opzichte van de of-zin de betekenis van 'zeker', 'ongetwijfeld', 'noodzakelijkerwijs' en dergelijke. Voorbeelden:
    12Het kan niet missen of hij wordt voorzitter.   (= 'Hij wordt beslist voorzitter.')
    13We wisten niet beter of ze was als eerste aangekomen.   (= 'Voorzover we wisten was ze als eerste aangekomen.')
    14Ik twijfel er niet aan of Gerard komt morgen.   (= 'Ik twijfel niet aan Gerards komst morgen.')
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links