Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
3.5.5.1 Zonder betekenisverschil
Verder lezen
In een drietal vormcategorieën komen systematisch substantieven met meervoudsvormen op -en en op -s voor; in een vierde vormcategorie heeft de meerderheid van de substantieven een meervoud op -s, maar is er een aanzienlijke minderheid met dubbel meervoud.
Heeft hetzelfde substantief zowel een meervoudsvorm op -en als een op -s, dan wordt de eerste dikwijls (maar niet altijd) stilistisch hoger gewaardeerd. Ook betekenisverschillen tussen deze beide vormen (zie [3.5.5.2]) hangen soms met dit stilistische verschil samen: de vorm op -en hoort dan tot een 'hogere' sfeer dan die op -s (bijv. letters' tekens voor klanken', letteren' letterkunde'). De voorkeur voor een van beide meervoudsvormen is soms ook in de verschillende delen van het taalgebied niet hetzelfde.
De bedoelde categorieën zijn de volgende:
  1. Woorden op -ie;
    Bij woorden op -ie (alleen indien ook ie gespeld) hangt de meervoudsvorming samen met de beklemtoning.
    1. Bij beklemtoond -ie eindigt het meervoud in de regel op eveneens beklemtoond -ieën. Voorbeelden:
      categorie - categorieën, genie - genieën, industrie - industrieën, knie - knieën, melodie - melodieën
      . Uitzonderingen zijn bougie - bougies en het vergeleken met zijn grondwoord únie afwijkend beklemtoonde reüníe - reüníes.
      Dubbel meervoud (alle met beklemtoond -ie) hebben bijv.:
      compagnie - compagnieën/compagnies, coterie - coterieën/coteries, galerie - galeries/galerieën
      .
    2. Bij onbeklemtoond -ie eindigt het meervoud in de regel op -ies, maar ook -iën komt voor. Voorbeelden:
      familie - families, organisatie - organisaties, premie - premies, ruzie - ruzies, vakantie - vakanties
      Uitzonderingen met onbeklemtoond -ie zijn bacterie - bacteriën, porie - poriën en de pluralia tantum chemicaliën, genitaliën, (de drie) Gratiën en financiën (regionaal, met name in België, komt in plaats van dit laatste ook wel financies voor).
      Dubbel meervoud hebben bijv.:
      assurantie - assuranties of assurantiën, ceremonie - ceremoniën/ceremonies, evangelie - evangeliën/evangelies, historie - histories/historiën, lelie - lelies/leliën, provincie - provincies/provinciën, studie - studies/studiën, tralie - tralies/traliën
      De woorden met en-meervoud zijn formeel; historiën, leliën, provinciën, studiën en traliën zijn als archaïsch te beschouwen.
    Het woord orgie komt met verschillende klemtoon en verschillend meervoud voor, namelijk orgíe - orgíeën en órgie - órgiën.
  2. Leenwoorden op -or;
    Bij de leenwoorden op -or komen meervoudsvormen op -s en op -en voor. Bij sommige woorden, die nog duidelijk als Latijn worden aangevoeld, vindt men soms de Latijnse uitgang -es (bijv.
    doctor - doctores, pastor - pastores, senior - seniores
    ).
    Bij de meervoudsvormen op -en (en op -es) wordt de korte o van het enkelvoud, die geen klemtoon heeft, veranderd in een lange oo en beklemtoond (zie de accenttekens die (alleen) bij het eerste voorbeeld hieronder aangebracht zijn). Bij de meervoudsvormen op -s vinden deze veranderingen niet plaats. Voorbeelden:
    condensátor - condensatóren/condensátors, kernreactor - kernreactoren/kernreactors, lector - lectoren/lectors, professor - professoren/professors, projector - projectoren/projectors, radiator - radiatoren/radiators, rector - rectoren/rectors, reformator - reformatoren/reformators, transformator - transformators/transformatoren, ventilator - ventilatoren/ventilators
    . Vooral bij benamingen van hoge maatschappelijke functies als professor, lector, rector wordt het meervoud op -s als stilistisch niet adequaat beschouwd.
    Er zijn ook substantieven waarbij maar één van beide meervoudsvormen mogelijk is, bijv. literator - literatoren; navigator - navigators.
    Een enkele keer hangt verschillende meervoudsvorming samen met betekenisverschil. Een voorbeeld is curator [3.5.5.2]; voor sommige taalgebruikers ook motor: het meervoud motoren hoort dan bij de betekenis 'machine' en 'vervoermiddel', motors alleen bij 'vervoermiddel'.
  3. Woorden die eindigen op een sjwa;
    Van de woorden die eindigen op een sjwa, hebben de gesubstantiveerde adjectieven altijd een meervoud op -en (zie 3.5.2.1, sectie 2); daarbij wordt deze sjwa met die van de meervoudsuitgang tot één sjwa gereduceerd, bijv.:
    blinde - blinden, overledene - overledenen, Groene - Groenen
    . Van de overige woorden op een sjwa hebben sommige altijd een en -meervoud, bijv.:
    gave - gaven, premisse - premissen, seconde - seconden
    . andere altijd een s-meervoud, bijv.:
    dame - dames, file - files, visite - visites
    . (Voor vrouwelijke persoonsnamen op -e zie ook(zie 3.5.3, Opmerking 1).) De meeste woorden kunnen echter beide meervoudsvormen hebben, bijv.:
    bode - boden/bodes, collecte - collectes/collecten, gemeente - gemeenten/gemeentes, geraamte - geraamten/geraamtes, groente - groenten/groentes, kade - kaden/kades, type - typen/types, vitamine - vitaminen/vitamines, ziekte - ziekten/ziektes
    . Waar dit dubbele meervoud voorkomt, wordt in de gesproken taal meestal de s-vorm gebruikt, in de geschreven taal nog wel de en -vorm, maar het meervoud op -s is bij deze categorie duidelijk in opmars.
    Van een aantal woorden die op -de eindigen, wordt in gesproken taal de verkorte vorm zonder -de gebruikt: in plaats van lade wordt gewoonlijk la gezegd. Bij de meervoudsvorming van deze woorden verschijnt echter de volledige vorm weer en treedt de meervoudsuitgang -en op, bijv.:
    la(de) - laden, roe(de) - roeden, slee/slede - sleden, snee/snede - sneden, spa(de) - spaden, tree/trede - treden, wei(de) - weiden
    .
  4. Woorden op onbeklemtoond -el, -em, -en, -er, evenals woorden op -aar, -aard en -erd;
    Deze woorden hebben in de regel een meervoud op -s [3.5.3] (categorieën [1] en [3]). Daarnaast komen echter ook veel meervoudsvormen op -en voor, met name bij de woorden die eindigen op -el, -en, -er en -aar. Altijd -en hebben bijv.:
    christen - christenen, engel - engelen, heiden - heidenen, lauwer - lauweren, wonder - wonderen, zemelen (plurale tantum)
    . Dubbel meervoud komt onder andere voor bij:
    aardappel - aardappelen/aardappels, ader - aderen/aders, ambtenaar - ambtenaren/ambtenaars, appel - appels/appelen, artikel - artikelen/artikels, beoefenaar - beoefenaars/beoefenaren, beoordelaar - beoordelaars/beoordelaren, dienaar - dienaren/dienaars, eigenaar - eigenaars/eigenaren, euvel - euvelen/euvels, handelaar - handelaren/handelaars, hazelaar - hazelaars/hazelaren, kandelaar - kandelaars/kandelaren, maatregel - maatregelen/maatregels, mossel - mosselen/mossels, ooievaar - ooievaars/ooievaren, zondaar - zondaars/zondaren
    . Soms komt een meervoudsvorm op -en alleen voor in archaïsche taal of in vaste uitdrukkingen. Dit geldt bijv. voor:
    heuvel - heuvelen, raadsel - raadselen, regel - regelen, teken - tekenen, vinger - vingeren, vogel - vogelen, water - wateren
    In uitdrukkingen en zegswijzen komt evenwel gewoonlijk de meervoudsvorm waters voor, bijv. in stille waters hebben diepe gronden.
    Een duidelijk geografisch verschil treffen we aan in de vormen leraren en leraars, die respectievelijk voornamelijk in Nederland en in België in gebruik zijn.
    Dubbele meervoudsvormen komen ook voor bij inwonersnamen op -aar. De vormen op -en zijn vooral gebruikelijk in Nederland, in België wordt overwegend het s-meervoud gebezigd. Voorbeelden zijn: Brusselaars, Gentenaars, Hagenaars of Hagenaren, Nijmegenaars of Nijmegenaren.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links