Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
8.6.3.2.i Naamwoordelijke constituenten
Verder lezen
1
In het algemeen kan gesteld worden dat het onderwerp in zinnen met presentatief er normaliter een onbepaalde naamwoordelijke constituent en nooit een generieke of categoriale constituent is. Een antwoordzin als b in 1a klinkt dan ook normaal, terwijl antwoord b in 1b:
op het eerste gehoor uitgesloten lijkt. Toch is er wel een context te bedenken waarin een antwoord als in 1b mogelijk is, bijv (1c):
1aA: (Hebben jullie al een babysit?) B: Ja, er komt een student.
bA: (Hebben jullie al een babysit?) B: Ja, een student komt.
cA: (Maar kómt die babysit ook?) B: Ja, een studént kómt. (Met buren en familie weet je het nooit zeker.)
In 1c is een student categoriaal te interpreteren. Omdat het de informatiestructurele functie van de constructie met presentatief er is te 'situeren' en nieuwe informatie te 'presenteren', is de categoriale interpretatie in 1a uitgesloten. Dwingend als generiek of categoriaal te interpreteren constituenten verschijnen nooit samen met presentatief er. Vergelijk:
2aDe/een mens is sterfelijk.
bEr is de/een mens sterfelijk.uitgesloten
3aDe/een zebra is gestreept.
bEr is de/een zebra gestreept.uitgesloten
Een uitzondering vormen zinnen met de vaste uitdrukking er zijn in de betekenis 'bestaan' en het werkwoord bestaan zelf, bijv.:
4Er is/bestaat ook een aap zonder staart. (= 'Er bestaat ook een soort apen die geen staart hebben.')
Voorbeelden met onbepaalde naamwoordelijke constituenten als onderwerp (hieronder gecursiveerd) zijn:
5Er komt vast onweer.
6Er staat een auto bij de schuur.
7Er is weer melk te koop.
8Er kwamen twee meisjes langsfietsen.
9Er ontbraken heel wat bladzijden aan het boek.
10Er ligt daar iemand te slapen.
11Er gaat iets vreemds gebeuren.
12Er wordt morgen een varken geslacht.
13Er komt iemand een taart brengen.
14Er heeft iemand iets laten liggen.
2
Bepaalde naamwoordelijke constituenten kunnen meestal niet als onderwerp bij presentatief er voorkomen. Zo zijn bijv. niet mogelijk:
15aEr staat de auto bij de schuur.uitgesloten
bEr kwamen de twee meisjes langsfietsen.uitgesloten
cEr komt de bakker een taart brengen.uitgesloten
Toch zijn bepaalde constituenten soms wel mogelijk, al is vooralsnog niet duidelijk wanneer precies. We kunnen de volgende gevallen onderscheiden:
  1. Als de bepaalde constituenten vervangen kunnen worden door onbepaalde met dezelfde betekenis, bijv.:
    16Er bestaat de kans/de mogelijkheid dat we niet kunnen komen. ('een kans/een mogelijkheid')
    17Er zijn blijkbaar wel de nodige borreltjes gedronken. ('heel wat borreltjes')
  2. In opsommingen (de voorbeelden 17 en 18) en als het door de bepaalde constituent uitgedrukte opgevat kan worden als een toevoeging aan iets anders (de voorbeelden 19 en 20):
    18Er waren op de receptie aanwezig: de burgemeester, de wethouders en de meeste leden van de gemeenteraad.
    19Er traden op: het Concertgebouworkest, het Urker Mannenkoor en het Nijmeegs Slagwerkensemble.
    20Er is het verschijnsel van de toenemende vraag, en verder speelt natuurlijk ook de produktiecapaciteit een rol.
    21Er is ook nog altijd de directeur bij wie je terecht kunt.
  3. Als in de zin een gewoonte, een gebruik, een herhaalde handeling en dergelijke wordt uitgedrukt. Dit kan gebeuren door middel van de aanwijzende voornaamwoorden dezelfde of hetzelfde, door adjectieven als gebruikelijk, bekend, oud, door bijwoorden als weer, altijd, enz. Voorbeelden:
    22Er kwamen weer dezelfde twee meisjes langsfietsen als 's morgens.
    23Er werden de gebruikelijke plichtplegingen verricht.
    24Er werd weer het oude argument aangevoerd: we hebben geen geld voor zoiets.
    25Er traden natuurlijk wel de obligate vendelzwaaiers op.
    26Er stonden nog altijd die twee bruine beuken voor het huis die ik me uit mijn jeugd herinnerde.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links