Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
5.7.1 Inleiding
Verder lezen
1
Vragende voornaamwoorden zijn voornaamwoorden waarmee men iets vraagt. Omdat de persoon of zaak waarnaar men vraagt nog niet bekend is, heeft het begrip 'verwijzen' hier een enigszins andere inhoud dan bij de andere voornaamwoorden. Het gaat hier niet om een identificatie, maar om een verzoek tot identificering, men zou ook kunnen zeggen: een vraag naar verwijzing. Wordt het begrip 'verwijzen' in deze ruimere betekenis genomen, dan kan ook weer van buitentekstelijke 1 en binnentekstelijke 2 verwijzing gesproken worden:
1Wie heeft dat gedaan?
2Het gebouw heeft wel tien verdiepingen. Op welke woon jij?
Er bestaan zelfstandige en niet-zelfstandige vragende voornaamwoorden . Voorbeelden van de eerstgenoemde komen voor in de zinnen 1 en 2, van de andere in 3:
3In welk huis woon jij en op welke verdieping?
Zinnen waarin een vraag geformuleerd wordt met behulp van een vragend voornaamwoord (of een ander vragend woord), heten vraagwoordvragen. (Zie voor dit type vragen in vergelijking met andere vragende zinnen [23.3].)
2
De vragende voornaamwoorden zijn (deel van het) eerste zinsdeel in vragende zinnen. Dat kunnen zelfstandige vraagzinnen zijn, zoals de voorbeelden 1, 2 en 3, maar het kunnen ook vragende bijzinnen zijn. Zulke bijzinnen kunnen gebruikt worden als bijvoeglijke nabepaling, bijv.:
4De vraag wie het wou doen, werd gesteld, maar niet beantwoord.
5Het probleem welk potlood ik zou kopen, was nog niet eens zo gauw opgelost.
of ze fungeren in de zin als onderwerp of voorwerp:
6Mij werd gevraagd wat voor (een) potlood ik verkoos.
7Ze wisten niet wat ze zouden doen.
8Ik vraag me af door welke leugen hij zich nu weer zal zien te redden.
Opmerking
Verdieping
Opmerking
De vragende voornaamwoorden in bijzinnen kunnen in regionaal informeel taalgebruik gecombineerd worden met of of dat. Deze beide voegwoorden worden in deze combinaties niet in dezelfde delen van het taalgebied gebruikt (of komt dan alleen in Nederland voor, met name in de provincies Noord- en Zuid-Holland, dat vooral in België en in de provincie Noord-Brabant). Vergelijk respectievelijk met de voorbeelden 4 t/m 8 hierboven:
iaDe vraag wie of het wou doen, werd gesteld, maar niet beantwoord.informeel_regionaal
bDe vraag wie dat het wou doen, werd gesteld, maar niet beantwoord.informeel_regionaal
iiaHet probleem welk potlood of ik zou kopen, was nog niet eens zo gauw opgelost.informeel_regionaal
bHet probleem welk potlood dat ik zou kopen, was nog niet eens zo gauw opgelost.informeel_regionaal
iiiaMij werd gevraagd wat voor een potlood of ik wou hebben.informeel_regionaal
bMij werd gevraagd wat voor een potlood dat ik wou hebben.informeel_regionaal
ivaZe wisten niet wat of ze zouden doen.informeel_regionaal
bZe wisten niet wat dat ze zouden doen.informeel_regionaal
vaIk vraag me af door welke leugen of hij zich nu weer zal zien te redden.informeel_regionaal
bIk vraag me af door welke leugen dat hij zich nu weer zal zien te redden.informeel_regionaal
Zoals uit deze zinnen blijkt, volgt of respectievelijk dat onmiddellijk op het zinsdeel dat een vragend voornaamwoord is of waarin een vragend voornaamwoord gebruikt wordt.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links