Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
1.4.3 Allomorfie in uitheemse woorden
De woordenschat van het Nederlands is diepgaand beïnvloed door ontlening van woorden aan het Grieks, Latijn, en Frans. Deze ontlening bracht veel stamallomorfie teweeg die al in de brontalen aanwezig was. Een voorbeeld daarvan is de volgende set van morfologisch verwante woorden met als basiswerkwoord poneren:
1pon-eren; pos-itie; pos-ition-eren, pos-ition-eel
In positie, het zelfstandig naamwoord dat hoort bij het werkwoord poneren, zien we de stamallomorf pos- in plaats van pon-. Als we kijken naar positie en de daarbij horende gelede woorden, het werkwoord positioneren en het adjectief positioneel, dan zien we dat het grondwoord, dat in isolatie de vorm positie heeft, voor de uitheemse suffixen -eer en -eel de vorm position- heeft. Het extra stukje -on beschouwen we als deel van het grondwoord, omdat het terugkeert in alle daarvan met een uitheems suffix afgeleide woorden. Deze allomorfie is een aan het Latijn ontleende, omdat deze taal al de alternantie positio/position kende. De vorm op n is de oudste. In het Latijn werd de n aan het woordeinde weggelaten, maar deze bleef woordintern bewaard. Vandaar het volgende patroon in het Latijn:
2positio (nominatief enkelvoud) / position-is (genitief enkelvoud)
In het Nederlands werd positio tot positie; de vorm position vinden we in een aangepaste fonetische vorm terug in het Franse position en het Engelse position.
Zoals veel Indo-Europese talen, kent het Latijn het werkwoordsparadigma (een reeks werkwoordsvormen met kenmerken voor getal, persoon en tijd) met meerdere stamvormen, in de Latijnse schoolgrammatica stamtijden gehe­ten: er is een stamvorm voor de tegenwoordige tijd, één voor de voltooide tijd, en één voor het voltooid deelwoord. Die laatste stamvorm werd ook gebruikt voor het afleiden van woorden, bijvoorbeeld met het suffix -io, waardoor we positio ‘plaatsing’ krijgen.
3Stamtijden voor poneren
pon-ere 'stellen, plaatsen'
posu-i 'ik heb geplaatst'
posit-us 'geplaatst'
Deze allomorfie vinden we ook terug bij geprefigeerde vormen van poneren en de daarvan afgeleide woorden; de stamvorm posit van het voltooid deelwoord is te zien bij afgeleide nomina op -ie:
Tabel 1.
com-pon-eren, compon-ist com-posit-ie
dis-pon-eren, dis-pon-ibel dis-posit-ie
ex-pon-eren, ex-pon-ent ex-posit-ie
op-pon-eren, op-pon-ent op-posit-ie
pro-pon-eren, pro-pon-ent pro-posit-ie
trans-pon-eren trans-posit-ie
Een soortgelijk patroon van stamallomorfie is te vinden bij de werkwoorden ageren, dirigeren, en informeren:
Tabel 2.
ag-eer, ag-ent act-eren, act-eur, act-ie, act-ief
dirig-eer, dirig-ent direct-eur, direct-ie, direct-ief
inform-eer, inform-ant informat-eur, informat-ie, informat-ief
Het hier besproken voorbeeld poneren is betrekkelijk complex, omdat er niet alleen een fonologische regel in het spel is die de slotconsonant van nomina deed verdwijnen, maar ook het systeem van stamtijden.
Wanneer het gaat om van uitheemse basiswoorden afgeleide woorden, vinden we vaak twee allomorfen, een die wordt gebruikt bij uitheemse suffigering, en een tweede die wordt gebruikt voor het woord in isolatie en bij affigering met inheemse affixen (en in samenstellingen):
Tabel 3. Allomorfie in uitheemse woorden
woord in isolatie allomorf voor uitheems suffix allomorf voor inheems suffix
arbiter arbitr-age, arbitr-eren arbiter-s, arbiter-achtig
cursus curs-ist, curs-orisch cursuss-en
dubbel doubl-eren, doubl-ure ver-dubbel-en
filter filtr-aat, filtr-eren filter-en
minist[ə]r minist[e]r-ie, minist[e]r-ieel minister-s
orkest orkestr-atie, orkestr-eren orkest-en
perfect perfection-eren, perfection-ist perfect-e
profess[ɔ]r profess[o]r-aat, profess[o]r-abel profess[ɔ]r-s
secretaris secretar-esse, secretar-ieel secretariss-en
Dit betekent dat de taalgebruiker van deze woorden twee aparte stamvormen moet onthouden, een speciale die bij uitheemse woordvorming optreedt zoals filtr-, en een vorm als filter die bij alle overige morfologische processen (inclusief flexie) gebruikt wordt.
In sommige gevallen is er een systematisch fonologisch verband tussen de twee allomorfen. Zo is er een aantal woorden met een uitheemse stamvorm eindigend op de consonant­cluster tr, waarmee een vorm op tər correspon­deert:
4afiltr-aat, filtr-eer / filter, filter-en, filter-zakje, filter-achtig
bregl-ement / regel, regel-ing, regel-en
carbitr-age, arbitr-eer / arbiter, arbiter-en
dcentr-eer, centr-aal / center, centeren
Het fonologische verband is het volgende: een consonantcluster zoals tr of ɣl kan niet fungeren als de welgevormde coda van een lettergreep. Bij syllabificatie van bijvoorbeeld een vorm als filtr zal de r niet kunnen worden opgenomen in de prosodische structuur, dat wil zeggen: niet tot deel van een syllabe gemaakt. Een stamvorm als filtr- levert geen probleem op als deze vervolgens wordt gesuffigeerd met een klinker-initieel suffix, omdat dan de r samen met de voorafgaande medeklinker het begin van de volgende lettergreep vormt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het woord filtr-aat met de lettergreepverdeling fil.traat. Maar de vorm in isolatie moet voldoen aan de eis van uitspreekbaarheid. Daarom moet er een sjwa worden ingevoegd om zo’n vorm uitspreekbaar te maken, en die vorm is ook de basis voor inheemse woordvorming, zoals in filteren en filterzakje.
In uitheemse stammen zien we ook alternanties tussen s en t, tussen ts en t, en tussen k en s:
Tabel 4.
a. alternantie s en t act-ie ɑksi act-ief ɑktif
adopt-ie adɔpsi adopt-er-en adɔpterən
convers-ie kɔnvɛrsi convert-er-en kɔnvɛrterən
tolerant-ie tolərɑnsi tolerant tolərɑnt
b. alternantie ts en t milit-ie militsi milit-air militɛ:r
polit-ie politsi polit-iek politik
relat-ie relatsi relat-ief relatif
stat-ion statsijɔn stat-isch statis
c. alternantie k en s convoc-atie kɔnvokatsi convoc-eren kɔnvoserən
deduc-t-ie dedʏksi deduc-eren dedyserən
identific-atie idɛntifikatsi identific-eren idɛntifiserən
public-atie pyblikatsi public-er-en pybliserən
De regelmaat is dat een t aan het eind van een uitheemse stam voor bepaalde suffixen correspondeert met een s of een ts. De s en ts treden op voor een suffix van de vorm i of iV… (suffixen als  -ie, -iaan, -ion), op voorwaarde dat er een medeklinker aan vooraf gaat; na een klinker krijgen we in deze context ts. In woorden als politie en relatie kan de t worden weggelaten: polisi, relasi, en dit gebeurt systematisch in het Belgisch Nederlands. In de uitspraak van station kan ook de t worden weggelaten, en s en j kunnen dan samen gerealiseerd worden als ʃ: staʃɔn. De k aan het eind van een uitheemse stam correspondeert met een s voor een suffix dat met een voorklinker begint.
In uitheemse woorden met velaire nasalen treedt ook stamallomorfie op,
Zie Trommelen (1984:165-6).
met alternanties tussen ŋ en ŋɣ, tussen ŋ en ŋk, en tussen ŋɣ en k:
Tabel 5.
a. alternantie ŋ en ŋɣ diftong dIftɔŋ diftong-eren dIftɔŋɣerən
b. alternantie ŋ en ŋk fung-eren fʏŋɣerən funk-tie fʏŋksi
laryng-aal larIŋɣal larynx larIŋks
c. alternantie ŋɣ en k fing-eren fIŋɣerən fict-ie fIksi
In het uitheemse deel van onze woordenschat vinden we een groot aantal gevallen van allomorfie die vanuit het gezichtspunt van het Nederlands een onsystematisch karakter vertonen. Er zijn geen fonologische regels die deze allomorfie kunnen voorspellen of verantwoorden. In sommige gevallen wordt het grondwoord ingekort in het ermee corresponderende afgeleide woord, in andere gevallen is de allomorf in het afgeleide woord juist langer; ook doen zich fonologische veranderingen voor:
Tabel 6.
a. verkorting cursus curs-ist
gymnasium gymnas-iast
Portugal Portug-ees
b. verlenging contract contractu-eel
dimensie dimension-eel
drama dramat-isch
functie function-eel
horizon horizont-aal
orkest orkestr-eer
Plato Platon-isch
trauma traumat-isch
c. verandering apost[ə]l apost[o]l-isch
cha[ɔ]s cha[o]t-isch
er[ɔ]s er[o]t-isch
minist[ə]r minist[e]r-ieel
orgel organ-ist
Paulus Paulin-isch
Als een uitheems woord uitgaat op een klinker, wordt die vaak weggelaten voor een suffix dat met een klinker begint:
5Amerika - Amerik-aan
Canada - Canad-ees
cello - cell-ist
inflatie - inflat-oir
piano - pian-ist
propaganda - propagand-ist
solo - sol-ist
Maar in woorden als egoist, maoist en hoboist wordt de klinker van het grondwoord niet weggelaten.
Er zijn twee vormen van allomorfie in uitheemse woorden die een meer systematisch karakter hebben, klinkerverandering in open lettergreep, en klinkerreductie in onbeklemtoonde lettergrepen. We zien klinkerverlenging in een woordpaar als alfabet - alfabetisch, en klinkerreductie in een woordpaar als juweel - juwelier.
Verder lezen
Klinkerverandering in uitheemse woorden
Bij veel uitheemse woorden correspondeert een ongespannen klinker in het grondwoord met een gespannen klinker in het afgeleide woord op voorwaarde dat het woord is afgeleid met een uitheems suffix dat met een klinker begint; de klinker staat daardoor in een open lettergreep:
Tabel 7.
grondwoord afgeleid woord
alcoh[ɔ]l alcoh[o]lisch
alfab[ɛ]t alfab[e]tisch
cons[Y]l cons[y]lair
dem[ɔ]n dem[o]nisch
elektr[ɔ]n elektr[o]nisch
Isra[ɛ]l Isra[e]liet
Jak[ɔ]b Jak[o]biet
Jez[Y]s Jez[y]iet
mot[ɔ]r mot[o]riek
nect[ɑ]r nect[a]rine
Nep[ɑ]l Nep[a]lees
profess[ɔ]r profess[o]raat
sat[ɑ]n sat[a]nisch
De slotlettergreep van de stam mag niet de hoofdklemtoon dragen. Daarom vindt geen klinkerverandering plaats in een woord als kanonnier (vergelijk cánon - canoniek waar wel klinkerverandering optreedt):
Tabel 8.
grondwoord afgeleid woord
kanón kanɔn kanonnier kanɔnir
klarinét klarinɛt klarinettist klarinɛtIst
kolós kolɔs kolossaal kolɔsal
modél modɛl modelleren modɛlerən
tirán tirɑn tiranniseren tirɑniserən
Uitheemse woorden die eindigen op -on of -or zijn bijzonder omdat hier de verandering van een ongespannen klinker naar een gespannen klinker ook optreedt voor het inheemse meervoudssuffix -en. Als het meervoudssuffix -s gekozen wordt, dan treedt er geen klinkerverandering op, en wordt de ongespannen klinker gehandhaafd. Met de klinkerwisseling gaat een verschuiving van de hoofdklemtoon naar rechts gepaard, naar de lettergreep met de gespannen /o/, zoals we zien in een woordpaar als dóctors - doctóren.
Tabel 9.
doct[ɔ]r doct[ɔ]rs doct[o]ren
elektr[ɔ]n elektr[ɔ]ns elektr[o]nen
juni[ɔ]r juni[ɔ]rs juni[o]ren
mot[ɔ]r mot[ɔ]rs mot[o]ren
profess[ɔ]r profess[ɔ]rs profess[o]ren
De koppeling tussen klinkeralternantie zorgt ervoor dat de meervoudsvormen van deze zelfstandige naamwoorden eindigen in een trochee.
Klinkerreductie
In de volgende woordparen is er een alternantie tussen e of ɛ enerzijds en ə anderzijds. Dit is een geval van klinkerreductie: een volle klinker, die beklemtoond is in het grondwoord, wordt gerealiseerd als sjwa in de corresponderende onbeklemtoonde lettergreep van een ervan afgeleid woord:
Tabel 10.
arr[ɛ]st arr[ə]statie, arr[ə]steren
g[ɛ:]nə g[ə]nant, g[ə]neren
juw[e]l juw[ə]lier
prof[e]t prof[ə]tes, prof[ə]teren
Anders dan de gewone klinkerreductie van het Nederlands , die optioneel is, is het optreden van de sjwa hier verplicht, en de reductie is hier dus gelexicaliseerd. In sommige uitheemse woorden is deze klinkerreductie niet verplicht. Zo zijn er twee uitspraken mogelijk van het woord percentage, afgeleid van percent pɛrsɛntpɛrsɛntaӡə of pɛrsəntaӡə. Dit woord is dus alleen onderworpen aan de algemene fonologische regel van optionele klinkerreductie.
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    3.0 Geert Booij juli 2020
    Interessante links