Voorbeeldzoeker x
(typ in het invoerveld om het voorbeeld te wijzigen)
zoek dit voorbeeld in:
ANS

Woordenboeken

  • INT (500 AD - heden)
  • Etymologiebank
  • Woordenlijst.org

Corpora en lexica

  • Corpus Hedendaags Nederlands Clarin login
  • GrETEL (CGN, Lassy)
  • SoNar Clarin login
  • Delpher
  • Celex Clarin login

Overige bronnen

  • Taalportaal
  • Wikipedia
  • Google
  • DBNL geheel / taalkunde
  • Taaladvies.net
27.5.2.2.ii.5 Weglating van de persoonsvorm en een zinsdeel
Verder lezen
Heel gewoon is weglating van de persoonsvorm en het eerste zinsdeel. Voorbeelden:
1Hij wilde wel absoluut vriend zijn maar (-) (-) toch zijn gevoel voor de betrekkelijkheid niet opgeven.
2Dat is voor jou een vraag en (-) (-) voor mij een weet.
3Morgen koopt vader voor jou een auto en (-) (-) oma voor mij een horloge.
Ook andere zinsdelen kunnen samen met de persoonsvorm weggelaten worden:
4De een verrast een verre vriend met een kerstgeschenk en de ander (-) een naaste buur (-).
5Joris ging naar Leuven om te studeren en An (-) (-) om een vriend te zoeken.
6Nero beklom het podium bij het begin en Adhemar (-) (-) op het einde.
Het weggelaten deel mag echter geen geïmpliceerd zinsdeel zijn bij een werkwoord dat als werkwoordelijke aanvulling fungeert bij de persoonsvorm (zie [18.5.4.1/i]). De a-zinnen hieronder zijn daarom niet mogelijk. Het zinsdeel in kwestie moet in deze gevallen herhaald worden, zoals in de b-zinnen:
7aDe een wil de krant lezen, de ander (-) (-) weggooien.uitgesloten
bDe een wil de krant lezen, de ander (-) de krant weggooien.
8aHij zag het varken slachten en zij (-) (-) roosteren.uitgesloten
bHij zag het varken slachten en zij (-) het varken roosteren.
Soms levert samentrekking een resultaat op dat in principe voor twee interpretaties vatbaar is. Zo kan men zich van een zin als 9 afvragen, of deze herleid moet worden tot 10 of tot 11:
9Jozef vindt Martin schuldig en Frans onschuldig.
10Jozef vindt Martin schuldig en Jozef vindt Frans onschuldig.
11Jozef vindt Martin schuldig en Frans vindt Martin onschuldig.
De normale interpretatie van 9 is 10. Er is namelijk een sterke tendens de persoonsvorm en de daaropvolgende naamwoordelijke constituent (vindt Martin) niet weg te laten als daardoor de voorafgaande naamwoordelijke constituent (in 11 Frans) resteert (zoals in 9). Andere voorbeelden:
12De schoenlapper haalde de kruidenier over om 200 gulden te geven en de bakker om 330 gulden te geven.
13Olivier vroeg Tom water te halen en Joost zich te scheren.
14Mijn zus stuurde Karel een brief en Karlien een pakje.
Van al deze zinnen is de interpretatie die duidelijk het meest voor de hand ligt, eveneens die waarbij het eerste zinsdeel met de persoonsvorm is weggelaten. (In concreto: in 12 haalde de schoenlapper de kruidenier en de bakker over, in 13 vroeg Olivier zowel Tom als Joost iets, en in 14 stuurde mijn zus Karel en Karlien allebei iets.) De verklaring hiervoor hangt samen met de informatieve geleding van een zin (zie [21.1.2.1]). Enerzijds vertegenwoordigt het weggelaten deel oude informatie; de meest gewone plaats daarvoor is de meest linkse. Anderzijds bevatten de restanten nieuwe informatie; die wordt zo ver mogelijk naar rechts geplaatst. Zin 9 in de interpretatie 11 zou een inbreuk vormen op deze tendens: nieuwe informatie (Frans) zou dan voorafgaan aan (links staan van) oude informatie (vindt Martin).
Weglating van de naamwoordelijke constituent die op de persoonsvorm volgt is echter niet onmogelijk, maar vereist wel een sterk contrastief accent. De zin:
15Máx gaf Mieke een stuiver en Dírk (-) (-) een dubbeltje.
is bijvoorbeeld mogelijk als antwoord op de vraag:
16Wie gaf Mieke een stuiver en wie gaf Mieke een dubbeltje?
(Onafhankelijk van de samentrekking heeft 15 evenals 16 nog twee lezingen: Mieke kan onderwerp en meewerkend voorwerp zijn.)
Weglating van de tweede naamwoordelijke constituent is ook mogelijk als dubbelzinnigheid (zoals bij de twee interpretaties van 9) uitgesloten is, bijv.:
17Riemer schrijft gedichten in de badkamer en Glenn in de keuken.
De enig mogelijke interpretatie is hier 'Riemer schrijft gedichten in de badkamer en Glenn doet dat in de keuken'. De nevenschikking kan niet betekenen 'Riemer schrijft gedichten in de badkamer en schrijft aan Glenn in de keuken', omdat in dat geval de persoonsvorm niet voor weglating in aanmerking komt: het werkwoord schrijven is in de eerste zin overgankelijk en in de tweede zin onovergankelijk (verschillende grammaticale functie: zie(27.5.1, regel 1[3]) en vergelijk [27.5.2.1], voorbeeld 1).
Een uitzondering van andere aard vinden we in 18a, waarvan de enig juiste interpretatie 18b is:
18aMax gaf me een stuiver en Dirk een dubbeltje.
bMax gaf me een stuiver en Dirk gaf me een dubbeltje.
De tendens waarvan hierboven sprake is, geldt dus niet voor onbeklemtoonde voornaamwoorden. De restanten van het tweede lid, Dirk en een dubbeltje, moeten namelijk gekoppeld worden aan parallelle delen in het eerste lid die nieuwe informatie brengen; als dat voornaamwoorden zijn, moeten die altijd de klemtoon hebben (contrastaccent). (In concreto: in de interpretatie dat Max aan de spreker een stuiver en aan Dirk een dubbeltje gaf, zou in 18a me door mij vervangen moeten worden.)
Literatuur
    Versiegeschiedenis
    versie redacteur(en) datum opmerkingen
    2.1 januari 2019 Automatische conversie van ANS 2.0
    2.0 W. Haeseryn, K. Romijn, G. Geerts, J. de Rooij, M.C. van den Toorn 1997
    Interessante links